Hij zegt dat het er vanuit de verte erger uitziet dan het is

In een avonturenpark wacht Chiho Owada af of haar vriend er met collega’s van het bedrijf Tepco in slaagt de crisis in de centrale Fukshima Dai’ichi meester te worden.

Chiho Owada (29) is zich nauwelijks bewust van de surrealistische omstandigheden, waarin zij en haar zwangere zus zich bevinden. Sinds zaterdag verblijven zij in een comfortabele blokhut in een vakantieoord midden in de bossen van Utsunomiya, zo’n 150 kilometer van de oververhitte, stomende kerncentrale Fukushima Dai’ichi aan de Japanse kust. Het zachte lenteweer, de stilte hebben geen rustgevende invloed op haar zenuwgestel, want haar vriend, Ryosuke Toyi, is sinds een jaar in dienst bij Tokio Electric Power Company (Tepco). Hij werkt niet in, maar wel vlakbij bij de ‘Fukushima 1’

„Hij zegt elke dag dat ik mij absoluut niet ongerust moet maken, omdat hij niet in de gebouwen van de reactoren zelf werkt, maar op afstand en dat zij allemaal heel goed beschermd zijn en weten wat ze doen”, vertelt Chiho op het terras van het Utsunomiya Avonturenpark. De middag van de zware aardbeving en de daarop volgende tsunami, was zij – bizar genoeg – vooral opgelucht. Haar familie in Fukushima had de schokken overleefd en bleef buiten bereik bleef van het zwarte water. Op dat moment bevond haar vriend zich bovendien niet in de kerncentrale.

„Zijn dienst was net afgelopen en hij was op weg naar ons huis, hij zat tijdens de aardbeving in de auto en van de tsunami heeft hij niets gemerkt tot ik hem in de auto belde.

Vorige week zondag werd hij gebeld door zijn baas of hij in het ondersteunende team wilde meewerken aan het oplossen van de problemen. Zijn baas is een van de chefs van de centrale die de hele week nog geen keer van het terrein is geweest”, zucht Chiho. Haar vriend, een nucleaire systeemingenieur, heeft er niet over gepeinsd het verzoek van zijn baas en mentor te weigeren.

„Hij zegt steeds dat het vanaf een afstand veel gevaarlijker lijkt dan het ter plaatse is en dat zij goed beschermd zijn met pakken, maskers, schoenen en meetapparatuur en dat iedereen weet wat hij doet. Hij zegt dat het in orde komt. Ik geloof hem als hij dat zegt”, vertelt ze. „Hij zegt ook dat zij goed getraind zijn en vaak geoefend hebben voor alle mogelijke calamiteiten. Hij zei dat zijn werk bestaat uit het nadenken over problemen en het oefenen van oplossingen. Dat hoop ik maar”.

De Tepco-werkers in de Fukushima 1 – inmiddels meer dan 350 – werken bij toerbeurt aan hun opdrachten. Het herstel van de elektriciteit op het complex om de motoren en leidingen van de koelsystemen weer op gang te brengen heeft prioriteit. Uitrusten en eten doen zij in het nabije Iwaki, waar ook de zusjes Owada wonen. Alle inwoners in een straal van 30 kilometer zijn geëvacueerd, eerst naar de stad Fukushima maar ook naar andere locaties op 100 en 200 kilometer afstand.

De familie Owada is versnipperd geraakt, want haar ouders zijn ingetrokken bij hun oudste dochter in Tokio, haar broer met zijn familie is naar Yokohama gegaan waar het hoofdkwartier is van zijn werkgever Nissan-Renault. Alle buitenlandse werknemers van het Frans-Japanse autoconcern zijn geëvacueerd, maar hun taken moeten wel worden uitgevoerd, want de fabrieken gaan vandaag weer draaien.

Chiho Owada is met haar zus en haar man toevallig beland in het vakantiepark met houten blokhutten dat ook in de Belgische Ardennen gesitueerd zou kunnen zijn. Het gemeentebestuur van Fukushima heeft hen hier naartoe gestuurd. „We hadden geluk dat we net voor de ramp nog getankt hadden, want veel mensen kunnen niet weg omdat zij geen benzine hebben en alle pompen zijn gesloten”, legt Chiho uit.

Benzinepompen in het noordoosten van Japan zijn gesloten op last van de overheid. Alle beschikbare brandstof gaat eerst naar het vervoer van water, levensmiddelen en hulpverleners naar de twee zwaarst getroffen districten, Miyagi en Iwate. Alleen bejaarden en zieken worden met gemeentebussen uit de gebieden waar verhoogde radioactieve straling is gemeten, geëvacueerd, de overige inwoners moeten voor eigen vervoer zorgen.

De zusters Owada zijn zichtbaar nerveus, maar breekbaar ogen zij niet. Stoïcijns is het cliché dat veel wordt gebruikt om de stemming onder de Japanners te omschrijven. Het is eerder een kalme aanvaarding van de gebeurtenissen, gepaard met de wetenschap dat de problemen opgelost zullen worden door de overheid, de bedrijven en door hen zelf. „We moeten de feiten aanvaarden en geduld hebben”, zegt Chiho.

Berustend, kalm, ingetogen is ook de stemming in het grootste opvangcentrum voor evacues uit de omgeving van Fukushima 1, de SuperArena van Saitama op een veilige 200 kilometer van de kerncentrale. Met gehuurde bussen, eigen auto’s en de trein komen hier elk uur families met kleine kinderen, tieners en zwangere vrouwen aan. Zij vormen de belangrijkste risicogroepen, 45-plussers en bejaarden lopen veel minder kans problemen over te houden aan blootstelling aan ioniserende straling. De gemeten waardes in de gebieden de evacuatiezone zijn overigens nog steeds erg laag.

„We kunnen hier tot het eind van de maand blijven. Dan moeten de problemen met de kerncentrale zijn opgelost”, zegt meneer Ishii, een grijzende veertiger. Binnen een uur verrijst er op Galerij 2 van Superarena een klein kampement met eigen ingang en kartonnen naambord. Er zullen de komende dagen nog velen volgen, want de nucleaire crisis is nog lang niet opgelost.