Het komt goed, zegt hij

Chiho Owada is gevlucht voor de straling en terecht gekomen in een vakantiepark.

Andere vluchtelingen worden ordelijk opgevangen in de SuperArena van Saitama.

People who evacuated from Futaba, a city near the quake-stricken Fukushima Daiichi nuclear power plant, rest in a space cordoned off with cardboard in a hallway at the evacuees' new shelter Saitama Super Arena, near Tokyo March 20, 2011, nine days after an earthquake and tsunami hit Japan. About 2,300 people mainly from Futaba area arrived in Saitama, about 250 km (155 miles) away from their hometown, to evacuate after radiation leakage warnings. REUTERS/Jo Yong-Hak (JAPAN - Tags: DISASTER ENVIRONMENT SOCIETY IMAGES OF THE DAY)
People who evacuated from Futaba, a city near the quake-stricken Fukushima Daiichi nuclear power plant, rest in a space cordoned off with cardboard in a hallway at the evacuees' new shelter Saitama Super Arena, near Tokyo March 20, 2011, nine days after an earthquake and tsunami hit Japan. About 2,300 people mainly from Futaba area arrived in Saitama, about 250 km (155 miles) away from their hometown, to evacuate after radiation leakage warnings. REUTERS/Jo Yong-Hak (JAPAN - Tags: DISASTER ENVIRONMENT SOCIETY IMAGES OF THE DAY) REUTERS

Chiho Owada (29) is zich nauwelijks bewust van de surrealistische omstandigheden waarin zij en haar zwangere zus zich bevinden. Sinds zaterdag verblijven zij in een comfortabele blokhut in een vakantieoord midden in de bossen van Utsunomiya, zo’n 150 kilometer van de oververhitte, stomende kerncentrale aan de Japanse kust. Het zachte lenteweer en de stilte hebben geen enkele rustgevende invloed op haar zenuwgestel, want haar vriend, Ysousuke Toyi, is sinds een jaar in dienst bij Tokio Electric Power Company (Tepco). Hij werkt niet in, maar wel vlakbij bij de Fukushima 1.

„Hij zegt iedere dag dat ik mij absoluut niet ongerust moet maken, omdat hij niet in de gebouwen van de reactoren zelf werkt, maar op afstand en dat zij allemaal heel goed beschermd zijn en weten wat ze doen”, vertelt Chiho op het terras van het Utsunomiya Avonturenpark. De middag van de aardbeving en de daarop volgende tsunami, was zij – bizar genoeg – vooral opgelucht, omdat haar hele familie in Fukushima de schokken had overleefd, buiten het bereik bleef van het zwarte water, en ook omdat Ysousuke Toyi zich op dat moment niet in de kerncentrale bevond.

„Zijn dienst was net afgelopen en hij was op weg naar ons huis. Hij zat tijdens de aardbeving in de auto en van de tsunami heeft hij niets gemerkt tot ik hem belde. Zondag vroeg zijn baas of hij wilde meewerken aan het oplossen van de problemen in de centrale”, zucht Chiho. Haar vriend, een nucleair ingenieur, heeft er niet over gepeinsd het verzoek van zijn baas en mentor te weigeren.

„Hij zegt steeds dat het van een afstand veel gevaarlijker lijkt dan het is en dat zij heel goed beschermd zijn met pakken, maskers, schoenen en meetapparatuur en dat iedereen weet wat hij doet. Hij zegt dat het in orde komt en ik geloof hem”, vertelt zij. „Hij zegt ook dat zij goed getraind zijn en vaak hebben geoefend voor alle mogelijke calamiteiten. Dat hoop ik maar.” En met haar heel Japan.

De Tepco-medewerkers in de Fukushima 1 – inmiddels ruim 350 – werken bij toerbeurt. Het herstel van de elektriciteit op het complex, om de motoren en leidingen van de koelsystemen weer op gang te brengen, heeft prioriteit. Uitrusten en eten doen zij in het nabije Iwaki, waar ook de zusjes Owaga wonen. Alle inwoners in een straal van 30 kilometer zijn geëvacueerd. Er is een exodus van 15.000 mensen op gang gekomen.

De familie Owaga is versnipperd geraakt. Chiho’s ouders zijn ingetrokken bij hun oudste dochter in Tokio. Haar broer en zijn familie zijn naar Yokohama gegaan waar het hoofdkwartier staat van zijn werkgever Nissan-Renault. Alle buitenlandse werknemers van het Frans-Japanse autoconcern zijn geëvacueerd, maar hun taken moeten wel worden uitgevoerd, want de fabrieken gaan vandaag weer draaien.

Chiho is met haar zus en haar man toevallig terecht gekomen in het vakantiepark met houten blokhutten. De omgeving lijkt op de Belgische Ardennen. Het gemeentebestuur van Fukushima heeft hen hier naartoe gestuurd. „We hadden geluk dat we net voor de ramp nog getankt hadden. Velen kunnen niet weg omdat zij geen benzine hebben en alle pompen zijn gesloten”, legt Chiho uit.

Benzinepompen in het noordoosten van Japan zijn gesloten op last van de overheid. Alle brandstof gaat eerst naar het vervoer van water, voedsel en hulpverleners. Alle bejaarden en zieken worden met gemeentebussen geëvacueerd uit de gebieden waar verhoogde radioactieve straling is gemeten. De overige inwoners moeten voor eigen vervoer zorgen.

De zusters Owaga zijn zichtbaar nerveus, maar echt breekbaar ogen zij beslist niet. Stoïcijns is het cliché dat veel wordt gebruikt om houding van de Japanners te omschrijven. Het is eerder een kalme aanvaarding van de gebeurtenissen en dat gaat gepaard met de wetenschap dat de problemen opgelost zullen worden door de overheid, de bedrijven en door hen zelf. „We moeten de feiten aanvaarden en geduld hebben”, zegt Chiho.

Berusting en kalmte overheersen ook in het grootste opvangcentrum voor evacués uit de omgeving van Fukushima 1, de Super Arena van Saitama. Hier komen ieder uur families met kleine kinderen, tieners en zwangere vrouwen aan. Zij vormen de belangrijkste risicogroepen, 45-plussers en bejaarden lopen veel minder kans problemen over te houden aan blootstelling aan de straling. De gemeten waardes in de gebieden buiten de grens van 30 kilometer zijn overigens nog steeds erg laag.

De 3.000 evacués in de SuperArena, waar dit weekend de bejaarde band Iron Maiden zou optreden, worden opgevangen door duizenden vrijwilligers. Er lijken zelfs meer vrijwilligers te zijn dan ‘stralingsvluchtelingen’. Studenten vermaken kinderen, sluiten computers aan, scholieren delen maaltijden uit en techneuten zorgen voor oplaadstations voor mobiele telefoons. Er heerst een ontspannen orde. Dat is mogelijk omdat families groepen van 20 tot 30 personen hebben gevormd met een leider.

Een groep uit Fukushima wordt geleid door een gemeenteraadslid. Meneer Ishii geeft instructies over het ophalen van maaltijden, dekens, spelletjes, tekenmateriaal voor de kinderen, het douche-schema (1 maal per 3 dagen) en de verdeling van de slaapplaatsen. Als hij is uitgepraat, wordt er voor hem gebogen en gaat iedereen aan de slag. Binnen een uur verrijst er een klein kampement met eigen ingang en kartonnen naambord. Er zullen de komende dagen nog velen volgen, want de radiologische crisis is nog lang niet opgelost.