Heerlijk schmieren in opera Blauwbaard

Barbe-bleue van Jacques Offenbach, door Opera Zuid. Limburgs Symfonie Orkest o.l.v. José Areán. Regie: Waut Koeken. Gezien: 18/3 Theater aan het Vrijthof Maastricht. Tournee t/m 14/4. Inl: operazuid.nl ***

Met nauwelijks verhulde pret zingt Blauwbaard over het overlijden van zijn zesde vrouw. Bruid nummer zeven heeft hij immers al in het vizier. Gelukkig gaat er in de sprankelende ‘opéra bouffe’ Barbe-bleue van Jacques Offenbach niemand definitief dood. Blauwbaards bruiden nemen wraak, iedereen trouwt met iedereen, eind goed al goed.

Met Barbe-bleue (1866) waagt Opera Zuid zich aan een licht, maar lastig genre propvol humor en satire. Dat staat of valt bij een feilloze timing. In de eerste akte lijkt dat mis te gaan, met rommelige coördinatie tussen koor en orkest, een te weinig charismatische Joan Ribalta in de titelrol en grappen die net niet grappig genoeg zijn.

Maar dan doet de verwijfde despoot Bobèche (een heerlijk schmierende Mark Omvlee) zijn intrede, letterlijk rollend over zijn onderdanen. De voorstelling wint meteen aan vaart en onweerstaanbare meligheid. Bobèche doet iedereen beven, behalve de stoere Boulotte. Mezzosopraan Karin Strobos, vaste kracht van Opera Zuid, geeft haar wellustig en krachtig vorm.