'Happy world' is voorbij, maar nog altijd actueel

Polaroids van Mark Ravenhill. Regie: Casper Vandeputte. Toneelschuur producties/Huis van Bourgondië. Gezien: 19/3, Toneelschuur Haarlem. Inl. huisvanbourgondië.nl ****

Ze groeiden op met de skippybal, ze slikken xtc en draaien INXS, ze leven in ‘happy world’. Some explicit polaroids (1999) van Mark Ravenhill schetst het beeld van een generatie. Regisseur Casper Vandeputte blijft met Polaroids trouw aan het tijdsbeeld, maar toont meteen dat de thematiek van het stuk de datering ontstijgt. De afwezigheid van geloof of ideologie, het zoeken naar betekenis – die worsteling is niet voorbehouden aan twintigers van toen.

We volgen de vrienden Tim en Nadia, gespeeld door Vincent van der Valk en Judith Noyons, allebei even hilarisch. Tim heeft aids, maar feest zich onaangedaan door het leven, vergezeld door jongenshoer Victor (een geestige Teun Luijkx, met Thais-Engels accent). Nadia heeft een gewelddadige minnaar en een verstoorde relatie met seksualiteit. Vanderputte verbeeldt dat mooi door Noyons te hullen in wit ondergoed met afzakkende kousen – sexy wordt het nooit. Bij haar vrienden vindt Nadia vergetelheid. Hun levens raken verknoopt met die van Nick (Bram Van der Kelen) en Helen (Saar Vandenberghe). Beiden waren vroeger links-radicaal; zij is nu gemeenteraadslid, hij pleegde destijds een aanslag en is na vijftien jaar cel weer vrij. Allen zijn even verloren; de extremist, de pragmatisch-idealist, de kapitalist en de nihilist; ze hebben allemaal het antwoord niet.

Vandeputte haalt het stuk naar het nu door de nadruk op de lege, new age-boeddhistische praat van Nadia: „Ik ga me niet vasthouden aan iets negatiefs.” Herkenbaar is het worstelen met gevoel en ratio: „Ik voel me tot je aangetrokken, denk ik.” Ravenhills thematiek (aids, xtc) kan dan wel gedateerd aandoen, de geloofscrisis van zijn personages is actueel. Het kale, kartonnen decor belichaamt fraai hun innerlijke leegte.

Sinds ‘9/11’ bestaat ‘happy world’ niet meer, maar Vandeputte zag scherp dat de erfenis ervan juist nu maatschappelijk zichtbaar wordt. De grote ideologieën mogen alweer een tijdje hebben afgedaan, het geloofsvacuüm is nog altijd niet gevuld.

Dit maakt zijn Polaroids een urgent ideeënstuk. Maar de frisse spelregie voorkomt dat het topzwaar wordt. Luijkx, Van der Valk en Noyons spelen joyeus en geestig, met toch altijd een tragische ondertoon.

Vandeputte (1985) gaf met zijn tekst voor Till the fat lady sings bij Oostpool al blijk van een goede antenne voor de tijd en van de wens om met zijn werk iets wezenlijks te zeggen. Hier doet hij een gedurfde regie-ingreep als hij Luijkx uit zijn rol laat stappen: „Ik weet het echt even niet”, zegt die opeens, hoofd afgewend, in het Nederlands. Dan besef je: dit gaat niet alleen over hém, of over hun. Dit gaat over ons – over mij.