Fraaie variatie op het oude Brechtiaanse draaitoneel

theater

De Driestui-vers-opera van Brecht/ Weill door het Nationale Toneel en ASKO|Schön-berg.

Regie: Franz Marijnen. Tournee t/m 19/6. www.nationaletoneel.nl

Melancholiek en hard, wereld van hoeren, gajes én altijd weer liederen met de weemoed van de straat, zoals Bruiloftslied, Liefdeslied en Ballade van de seksuele horigheid. Regisseur Franz Marijnen accentueert in Bertolt Brechts De Driestuiversopera (1928) de hardheid van het schaduwleven in de Londense wijk Soho. In uitbundige kostumering, met grof taalgebruik en woeste scènes, ontrolt zich De Driestuiversopera met verve.

Een mooie vondst zijn de driewielige Piaggio vrachtwagentjes waarin het boevenvolk onder leiding van bedelaarskoning Peachum rondrijdt. Met dit beeld ontwikkelt ontwerper Marc Warning een fraaie variatie op het aloude Brechtiaanse draaitoneel.

Wervelend en bewonderenswaardig is ook de vertolking van de songs die het voltallige ensemble van het Nationale Toneel brengt, live begeleid door ASKO|Schönberg. Het heeft helemaal de juiste, soms nét valse toon die Brecht en Kurt Weill nastreefden. Mark Rietman als Mackie Messer, hofmaarschalk der criminelen, is vals en gevoelig, doortrapt en tegelijk hoogst verbaasd over zijn eigen slechtheid. Met soepele heupbewegingen en het juiste zoetgevooisde timbre weet hij bedelaarsdochter Polly (Anniek Pheifer) te verleiden. En als zij zowel spijt heeft als verliefd is, zingt zij hartverscheurend mooi haar droeve Barbara Song.

Extreem aangezet is het liefdesgevecht tussen Polly en Lucy (Eva Smid), beiden met Mackie getrouwd. Hier laat de regie zien dat het zangspel tragische ondertonen heeft, die in veel uitvoeringen onzichtbaar blijven. Peter Tuinman en Betty Schuurman als de koning en koningin van de bedelaars transformeren hun rollen van types tot wezenlijke personages. En ook dat is een boeiende invalshoek van deze Driestuiversopera: Marijnen verbindt het politieke pamflettentheater dat Brecht voorschrijft met psychologische inleving. De personages zijn geloofwaardig, hoe grotesk af en toe ook aangezet.

En de scherpe luisteraar hoort de aanklacht tegen de graaicultuur en de fraudeschandalen van nu, die vertaler Geert van Istendael en Marijnen in het stuk hebben gevlochten. Eén detail is maatgevend voor het dualisme dat uit dit stuk spreekt: het isantikapitalistisch én een loflied op de misdaad.

Misschien in Brechts tijd gescheiden, nu niet meer. Daarom rinkelt bedelaarskoning Peter Tuinman onophoudelijk met muntgeld in de palm van zijn hand. Geld brandt. Altijd.

Kester Freriks