EU's financiële waakhonden zijn 'te licht'

Topfuncties bij de nieuwe Europese financiële toezichthouders trekken geen zwaargewichten. „Die man heeft gewoon niet genoeg clout.’’

STRASBOURG:10.2.4 Europees Parlement. FOTO ROEL ROZENBURG
STRASBOURG:10.2.4 Europees Parlement. FOTO ROEL ROZENBURG

„Natuurlijk zal ik onafhankelijk zijn.’’ „Ik zal mijn werk doen met Europees elan.’’

Met prachtige beloftes probeerden drie nieuwe Europese functionarissen-in-spe zich vorige week staande te houden tijdens een hoorzitting in het Europese parlement. Als het parlement morgen ‘ja’ zegt, worden de Duitse Verena Ross, de Spanjaard Carlos Montalvo en de Hongaar Adam Farkas straks de nummers twee bij de nieuwe Europese toezichthouders op financiële markten (Esma in Parijs), verzekeraars (Eiopa in Frankfurt) en banken (Eba in Londen). Eerder dit jaar werden de topmannen benoemd. Onder hen de Nederlander Steven Maijoor, bij Esma.

Weinig Europarlementariërs lieten het donderdag tijdens de hoorzitting direct merken, of alleen met beleefd verpakte speldeprikken, maar velen zijn niet gelukkig met deze kandidaten. Achter de schermen wordt flink gemopperd. Sommigen, onder wie de Fransen, zijn teleurgesteld dat een landgenoot geen topbaan bij de nieuwe toezichthouders heeft weten te bemachtigen. Anderen vinden de drie kandidaten te licht. Ook denken ze dat Londen te zwaar de hand heeft gehad in hun voordracht. Mede daarom hebben de parlementariërs vorige week de stemming opgeschort tot dinsdag.

„Europese supervisie op grensoverschrijdende financiële instellingen is belangrijk, dat heeft de crisis ons geleerd”, zegt Corien Wortmann (CDA), een van de invloedrijkste Europarlementariërs op financieel-economisch terrein. „Het parlement heeft daarom hard gevochten voor stevige bevoegdheden voor de toezichthouders. Europese regeringen wilden er eerst niet aan. Toch hebben wij in september onze zin gekregen. En wat doen de regeringen nu? Die stellen niet genoeg middelen ter beschikking om de toezichthouders goed te laten werken. De salarisschalen zijn zo laag dat mensen van topkaliber niet eens hebben gesolliciteerd.” De Franse markttoezichthouder Jean-Pierre Jouyet bijvoorbeeld, een ex-minister, vond solliciteren beneden zijn waardigheid.

Dat Europarlementariërs de nieuwe toezichthouders mochten ‘keuren’, beschouwden zij zes maanden geleden als teken van hun groeiende macht. Nu blijkt: die macht is relatief als je niet echt keus krijgt. „Regeringen nemen een loopje met ons”, vindt een conservatief. „De Europese banktoezichthouder in Londen is bijvoorbeeld een Italiaan geworden. Hij is capabel, dus keurden wij zijn benoeming begin dit jaar goed. Maar hij was nummer 7 bij de Italiaanse nationale bank. Hoe kan hij ooit zijn vroegere baas terechtwijzen als stresstests niet goed worden gedaan? Zo’n man heeft gewoon niet genoeg ‘clout’.’’ Het parlement was zo bang dat nationale toezichthouders over hun nieuwe EU-collega’s zouden heen walsen, dat het de benoemingen pas goedkeurde toen regeringsleiders extra garanties hadden gegeven over hun onafhankelijkheid.

Nu, bij de selectie van de nummers twee, speelt hetzelfde. Hun technische kennis is in orde, maar de rang van de Hongaar imponeert weinigen. Ook de onafhankelijkheid van Verena Ross, voorgedragen voor de markttoezichthouder in Parijs, is omstreden. Ross werkt nu voor de Britse toezichthouder FSA. Die was altijd tegen Europees toezicht, en heeft het ook geprobeerd te verhinderen. Waarom, dat staat in een FSA-rapport waarvan Ross co-auteur was.

Nadat diverse parlementariërs donderdag haar expertise hadden geprezen, plus het feit dat ze vrouw is, vroeg de Duitse Groene Sven Giegold: „Spreekt u op verschillende plaatsen een andere taal? Wat was uw rol bij die tekst?’’ Ross zag de vraag aankomen. Franse kranten meldden al dat de Franse eurocommissaris voor Financiële Dienstverlening, Michel Barnier, andere favorieten had. Maar Ross en de anderen waren wel favoriet van Barniers hoogste ambtenaar, de Brit Jonathan Faull, en de Britse regering. Toen Barnier vorig jaar commissaris werd, probeerden de Britten hem te torpederen: zij wilden niet dat een Fransman over de City besliste. Uiteindelijk accepteerden ze hem, op voorwaarde dat zijn hoogste ambtenaar (een Zweed) vervangen werd door een Brit. Faull kon Barnier zonodig ‘corrigeren’. De kandidatuur van Ross, Montalvo en Farkas, schreef de krant La Tribune laatst, „is een teken van de macht van Londen” over Barniers kantoor. Weinig parlementariërs vinden dat een onzinnige analyse.

„Ik ontken niet dat ik aan dat FSA-document heb meegewerkt”, zei Ross donderdag. „Maar het was een consensusdocument van de FSA. Als ik het alleen had geschreven, was het een ander document geworden.’’

Het ziet ernaar uit dat zij hiermee wegkomt. Veel parlementariërs hebben er moeite mee capabele mensen af te schieten omdat ze politiek te licht zijn, de verkeerde nationaliteit hebben of loyaal waren aan hun vorige baas – tenminste, zolang er geen betere alternatieven zijn. Sommige parlementariërs wilden er een principezaak van maken, en niet stemmen. Maar dan zouden ze het toezicht, waar ze zelf jaren voor hebben gevochten, blokkeren. „Dan geef je landen die dat toezicht niet wilden, hun zin”, concludeert de conservatief. „Dus ik vind dat we, contrecoeur, toch moeten instemmen met deze drie. En hopen dat ze zich toch als Europeanen ontpoppen.’’