Eerste Australische zege in Primavera

Matthew Goss won als eerste niet-Europeaan de klassieker Milaan-Sanremo. Dit seizoen zijn de Australische renners opvallend succesvol. „Deze zege is slechts het topje van de ijsberg.”

Een ander koersverloop, een andere winnaar. Voor het eerst sinds 1991 vielen in de wielerklassieker Milaan-Sanremo cruciale beslissingen al vóór Cipressa en Poggio. Eindelijk eens geen massale eindsprint. En voor het eerst in de 102-jarige historie won een Australiër: Matthew Harley Goss uit Launceston (Tasmanië) stond na afloop op het erepodium op de Lungomare Italo Calvino tussen de toppers Fabian Cancellara (tweede) en Philippe Gilbert (derde). „Ongelooflijk”, jubelde hij.

Alweer winst voor een renner uit Australië, dat al vóór Milaan-Sanremo eerste stond op de wereldseizoenranglijst voor landen. „De zege van Goss is maar een klein deel van het Australische succes”, schreef de Sydney Morning Herald vanmorgen. Drie Australische renners wonnen dit prille seizoen al een belangrijke rittenkoers: Cameron Meyer (Tour Down Under), Mark Renshaw (Ronde van Qatar) en Cadel Evans (Tirreno-Adriatico). De semiklassieker Kuurne-Brussel-Kuurne ging naar sprinter Chris Sutton. In totaal behaalden de Aussies tot nu toe al 24 zeges.

Goss (24) was met zeven overwinningen (onder meer een rit in Tour Down Under, Ronde van Oman en Parijs-Nice) al vóór La Primavera topscorer. Maar als grote favoriet gold hij niet. Hooguit Mario Cipollini, in 2002 winnaar van de eerste voorjaarsklassieker, tipte de sprinter van HTC Columbia. Alle ogen waren gericht op zijn ploeggenoot Mark Cavendish, die in 2009 al eens de snelste was in Sanremo en nu met veel tamtam aankondigde dat hij over een bij de autorenstal van McLaren ontwikkelde superfiets beschikte.

Logisch dat de concurrentie gas gaf toen Cavendish met andere favorieten, zoals drievoudig winnaar Oscar Freire en wereldkampioen Thor Hushovd, op 85 kilometer voor de finish in de gladde afdaling van La Manie door valpartijen en materiaalpech op achterstand raakte. Wisten zij veel dat ze daarmee ook Goss in een zetel naar de heuvels in de finale brachten? „Ik voelde me wel goed”, zei Goss na afloop bescheiden. „Maar er zaten veel renners van dezelfde ploeg en ik was maar alleen.”

Maar toen Gilbert, Vicenzo Nibali, Alessandro Ballan en de verrassende Greg van Avermaet op Cipressa of Poggio niet wegkwamen en Goss bij de tien eersten de straten van Sanremo binnenreed, was een sprintzege van de Australische krachtpatser ineens minder verrassend. Ook hij beschikte zoals Cavendish over de ‘Formule 1-fiets’ en de koerskennis van viervoudig winnaar Erik Zabel, als adviseur verbonden aan HTC Columbia. Ook hij kan een wedstrijd afmaken, zelfs na 298 kilometer. Cancellara en Gilbert waren kansloos.

Tien Australiërs gingen zaterdag van start in Milaan. Behalve Goss behoorden tot de uitblinkers ook Matthews, sterk in dienst van kopman Freire, en de als tiende geëindigde Stuart O’Grady. De routinier van Leopard-Trek was in 2007 de eerste Australiër die de klassieker Parijs-Roubaix won. Ook Cadel Evans (eerste wereldkampioen in 2009) en Phil Anderson (eerste gele trui in de Tour in 1981, eerste ritzege een jaar later en in 1983 de eerste klassiekerwinnaar in de Amstel Goldrace) bereikten mijlpalen voor het Australische wielrennen.

Na pioniers als Anderson en ook Alan Peiper (tegenwoordig ploegleider van Goss) kwamen in de jaren negentig steeds meer Australische renners naar Europa. „Dat is geen toeval, dat komt door de gerichte sportpolitiek van het Australian Institute of Sport (AIS)”, vertelde in 2002 sprinter Robbie McEwen, die zelf in 1994 naar Europa verhuisde, grote successen behaalde bij Rabo en Lotto en nu rijdt voor RadioShack van Lance Armstrong.

Trainers met Oost-Duitse en Italiaanse achtergrond ontwikkelden de talenten, die veelal een achtergrond hebben als baanwielrenner. Na de eerste lichting met onder anderen de Nederlandse Australiërs Patrick Jonker en Henk Vogels vonden de laatste tien jaar steeds meer renners van Down Under de weg naar Europa, via wielerscholen van Cottbus (Heinrich Haussler) tot Italië (onder anderen Evans en Michael Rogers). Een eerste Australische WorldTour-ploeg, Pegasus, ging eind vorig jaar op het nippertje niet door wegens financiële problemen.

Ook Goss kwam via het AIS terecht bij de beroemde wielerschool van Mapei in het Italiaanse Varese, waar hij bij een test in 2006 records brak qua explosieve kracht en maximale zuurstofopname. Als jochie begon hij met Australian Football, een mix van voetbal en rugby. Op zijn twaalfde koos Goss voor de lokale wielerploeg Pure Tasmania. Dankzij adviezen van oud-baanprof Matthew Gilmore volgden nationale titels in de categorieën onder de zestien en negentien jaar. Op de baan werd hij in 2006 wereldkampioen ploegachtervolging. Na drie jaar in de ploeg van Bjarne Riis (met onder meer een zege in Parijs-Brussel 2009) stapte Goss vorig seizoen over naar zijn huidige ploeg, waar hij onder meer een rit in de Giro won.

In zijn woonplaats Monaco, vlak bij de Poggio, traint hij regelmatig met andere Australiërs of renners als Filippo Pozzato en de Belgen Gilbert en Tom Boonen, die zaterdag als 28ste eindigde. „Tom is een echte vriend”, vertelde Goss na zijn zege aan de Italiaanse krant La Gazzetta dello Sport. „Hij vroeg me of ik zelf wel in de gaten had dat ik soms sterker ben dan Cavendish.”

Goss was niet alleen de eerste Australische winnaar, hij was zelfs de eerste niet-Europese renner op de erelijst van La Primavera. De traditionele bolwerken België en Italië ruzieden na afloop vooral over Pozzato, die al dan niet Gilbert opzettelijk had doen verliezen. Daarmee werd ouderwets de spanning opgevoerd naar de volgende klassieker, de Ronde van Vlaanderen over twee weken. Ook in die wedstrijd won nog nooit een niet-Europeaan. „Dit belooft wat voor de Vlaamse koersen”, kondigde Goss na zijn zege aan. „Ook daar zou ik me graag laten zien.”