Eerst geven we wapens, dan grijpen we in

Laten we niet denken dat er met de ingestelde no-flyzone geen afrekening zal volgen in oost-Libië.

Verder militair ingrijpen moet niet worden uitgesloten.

Als jong ingenieur bouwde ik mee aan een bunker voor Gadaffi. Ik stapte over naar Artsen zonder Grenzen. Nu werk ik bij de vredesorganisatie IKV Pax Christi. Van bunkerbouwer werd ik vredestichter.

Werken in Libië was een keerpunt in mijn leven. Ik werd geconfronteerd met de andere kant van het gelijk. Libiërs vroegen mij waarom zij wel werden veroordeeld voor de steun aan vrijheidsstrijders in Ierland (IRA) en de Amerikanen niet voor hun steun aan vrijheidsstrijders in Nicaragua (de Contra’s). Ik ontdekte hoe de internationale gemeenschap Libië een embargo oplegde in verband met de aanslag op een passagiersvliegtuig bij Lockerbie, en tegelijkertijd dat embargo omzeilde ten bate van olie en andere economische belangen.

Een wapenembargo is prima, maar we doen het pas nadat we de wapens hebben geleverd. En het is goed om steun te geven aan mensenrechtenactivisten in de Arabische wereld. Maar hadden we dat niet al veel langer moeten doen, naast alle steun aan dictators? De radeloosheid van wereldleiders over de ontwikkelingen in Egypte en Libië toonde al dat hun beleid is gebaseerd op behoud van de status quo, op economische belangen en op kortetermijndenken.

Verandering in repressieve staten moet van de burgers zelf komen. Onze rol is niet alleen om in te grijpen nu het fout gaat, maar ook om hen te steunen in hun eigen verandering – voorkomen in plaats van pleisters plakken. Zo ontstaan stabiele samenlevingen met ruimte voor vrede, veiligheid en mensenrechten, een goed klimaat voor duurzame, economische ontwikkeling en daarmee vermindering van het aantal vluchtelingen en verlossing van de subsidie-infusen.

Het is begrijpelijk dat de Libische opstandelingen vragen om steun en tegelijk terughoudend zijn over buitenlands militair ingrijpen. Het is begrijpelijk dat ook Europese Unie, NAVO en Verenigde Naties twijfelden over ingrijpen. Allemaal hebben we lessen geleerd van Afghanistan en Irak, maar dit mag geen excuus zijn voor het onbeschermd laten van Libische burgers. Het is onze verantwoordelijkheid om hen te beschermen nu hun eigen staat hen aanvalt.

De nu ingestelde no-flyzone is, los van de eventuele militaire effectiviteit, een politieke boodschap van gewicht, waarbij in het uiterste geval verder militair ingrijpen niet moet worden uitgesloten. Mochten bewijzen bestaan van grootschalige mensenrechtenschending en mocht druk daartegen te weinig helpen, dan moet onder VN-mandaat bereidheid bestaan om militair de daad bij het woord te voegen.

Tegelijk moet de bescherming verder gaan dan het instellen van een no -flyzone. Gaddafi heeft in het verleden en ook nu weer aangetoond dat hij over lijken gaat en de internationale gemeenschap te slim af is. Ik heb Libiërs leren kennen als geraffineerde onderhandelaars. Laten we hen niet onderschatten. De triomfantelijke glimlach van Gaddafi’s zoon toont dat het regime zelfs rekent op de verdeeldheid van de internationale gemeenschap. Deze glimlach belooft weinig goeds. Laten we niet, uit opportunisme of uit goedgelovigheid, denken dat met de no-flyzone geen afrekening zal volgen. Gaddafi zoekt altijd de grenzen op. Hij provoceert.

Ook nu zal hij de moeizaam ontstane, internationale overeenstemming proberen te verzwakken. Ruimte voor een snelle inname van Benghazi heeft hij niet meer, maar verloren heeft hij nog lang niet. Zonder al te veel geweld kan Gaddafi Benghazi afgesloten houden van de buitenwereld, wachten tot een andere crisis de aandacht van de wereld verslapt en via een slepend proces alsnog de overwinning boeken.

De internationale gemeenschap laat zien dat het haar ernst is; nu moet door politieke en economische druk en dreiging door het Internationale Strafhof met vervolging, Gaddafi worden gedwongen tot onderhandelingen over machtsdeling en hervormingen, opdat het geweld stopt. Laten we hopen dat opportunisme en economische belangen niet te snel weer de boventoon gaan voeren, ook niet voor Nederland.

Laat de Tweede Kamer het kabinet niet alleen bevragen over de details rond de mislukte helikoptervlucht, maar over heel het buitenlandbeleid. De Eerste Kamer debatteert morgen over mogelijke doorvoer van clustermunitie over Nederlands grondgebied. Donderdag debatteert de Tweede Kamer over het Nederlandse wapenexportbeleid. Dat zijn genoeg momenten om kleur te bekennen. Houden we vanaf nu echt op met wapenleveranties of doorvoer van wapens aan regimes die mensenrechten schenden? Of blijft geld verdienen voor ons belangrijker en plakken we liever pleisters dan dat we leed voorkomen?

Een krachtdadig optreden kan een tragedie in Libië voorkomen. Een duurzaam buitenlandbeleid kan voorkomen dat dit soort tragedies zich herhaalt.

Freek Landmeter is sinds 2001 directeur van de vredesorganisatie IKV Pax Christi.