Een Molfandag is eigenlijk een soort pretpark

Waarschijnlijk wordt het tv-programma Wie is de Mol? zo goed bekeken, omdat iedereen graag een mensenkenner wil zijn. Zo iemand die zakkenrollers en vreemdgangers herkent, en nadat je argeloos een slok cappuccino neemt opeens zegt: „Heb je dat vaker, faalangst?”

Zo’n houding verleent je ook direct autoriteit. Zo kan de amateur-antropoloog van een afstandje toekijken en zeggen: „Aha, de ‘hand door het haar’ manoeuvre. Klassiek, voor een beta-mannetje dat net door zijn rivalen is vernederd”, waarna er nog wat minzaam geknikt wordt.

Ook ik ambieer een leven als genadeloze mensenkenner. Helaas moet ik mijn ambities in die richting wat bijstellen door mijn deelname aan een Wie is de Mol?-spel, waarbij er elke aflevering geld ingezet moest worden op de goede mol – de persoon die de opdrachten in het programma saboteerde. In het kort komt het erop neer dat ik geld kwijt ben, iemand anders geld heeft, ik bepaalde mensen die opeens wat rijker zijn nooit meer wil spreken en Soundos de mol is. En waar ik Soundos zei had ik natuurlijk Patrick willen zeggen. Stop de tijd. Ik zet tien jokers in.

Middenin mijn zoektocht naar de juiste mol bezocht ik af en toe mol-fora en ontdekte zo de wereld der molloten: mensen die extreem fan zijn van het programma, urenlang afleveringen bespreken en alle vergezochte hints die de programmamakers verstoppen proberen te ontdekken. Ik werd zelf lichtelijk verslaafd aan de mollotentheorieën over de hints, die meestal ingenieuze patronen volgden als: „Art droeg een rood T-shirt, rood is de kleur van de draak in China, dit is een draak van een theorie dus Art is de mol”. Zondag bezocht ik de Molfandag om me onder de molloten te mengen.

Een Molfandag is eigenlijk een soort pretpark. De attracties bestaan uit de verschillende kandidaten, die ieder op een eigen plekje in de ruimte staan. Fans vormen lange rijen en overal hoor je zinnen als: „Oké, dan doen we nu eerst even Karin en gaan dan naar Hanna. Shit, we moeten ook Patrick nog!” Bij elke attractie is er een handdruk, een handtekening en natuurlijk het fotomoment.

De molloten doen hun naam eer aan: mensen lopen rond met pluche knuffelmollen, T-shirts van het programma en complete strips over de deelnemers. Bij de veiling van molmemorabilia levert een joker 200 euro op. „Jullie weten dat het een stukje hout is, he?” vraagt Soundos ongelovig aan de zaal.

Als ik vervolgens met Hendrik Jan, een van de Molfandag-organisatoren, aan het praten ben, kan hij haast niet uitleggen waarom hij het programma zo prachtig vindt. „Spanning, avontuur, het geheim ontdekken.” Op mijn vraag of hij graag mee zou doen, zegt hij uiteraard ja. „Zou je dan ook de mol willen zijn?” vraag ik. Nu twijfelt hij, en kijkt me dan ongemakkelijk aan. „Nou… dat zeg ik liever niet. Als ik dan ooit een keer meedoe, ben ik meteen verdacht.”

Renske de Greef