Door Gaddafi gedwongen

De internationalisering van de strijd in Libië was onvermijdelijk. Nadat de Veiligheidsraad een wapenstilstand had geëist en een no-flyzone plus alle andere „noodzakelijke maatregelen” had afgekondigd om de burgers te beschermen, was alleen nog de vraag wanneer de interventie zou beginnen. Kolonel Gaddafi gaf het antwoord door het staakt-het-vuren dat hij eerder had beloofd, zaterdag al te schenden.

Dat was in strijd met resolutie 1973. Waarna Frankrijk militair het voortouw nam en de luchtaanval opende. De anderen volgden. Dat was „noodzakelijk, legaal en terecht”, aldus de Britse premier. Wat er zou zijn gebeurd als Gaddafi’s troepen de belegerde stad Benghazi zouden hebben ingenomen, was de fantasie vermoedelijk te boven gegaan.

Maar nu wordt de interventie pas serieus. Weliswaar zijn de troepen van het bewind beperkt in hun armslag, dat wil niet zeggen dat Gaddafi in militaire termen ook verslagen is. Een patstelling tussen het regime en de rebellen is een reëel en gevaarlijk scenario. De geallieerden hebben gelimiteerde militaire middelen om die te doorbreken. Resolutie 1973 beoogt geen omverwerping van het regime en sluit de opbouw van een bezettingsmacht uit.

Diplomatiek heeft de alliantie beperkte opties. De kans dat de Veiligheidsraad instemt met buitenlandse grondtroepen, is klein. China en Rusland, vetogerechtigde leden die met Brazilië, India en Duitsland blanco stemden, hebben zich tegen de luchtaanval gekeerd en zullen geen millimeter volkenrechtelijke ruimte geven. In de NAVO blokkeert Turkije een inzet die verder gaat dan een wapenembargo. Ook de Arabische Liga, die eerder had gevraagd om een no-flyzone, kritiseert de luchtaanvallen wegens de burgerslachtoffers.

Deze terugtrekkende bewegingen mogen dubbelhartig zijn – de blancostemmers wisten heel goed dat een no-flyzone gepaard gaat met oorlogshandelingen – ze leggen wel een extra last op de schouders van de geallieerden. Want ze hebben een precedent geschapen, zoals de oppositie tegen het koningshuis in Bahrein, een bondgenoot van de VS, heeft begrepen met haar verzoek aan de VN om ook in te grijpen.

Bovendien hebben de geallieerden in Libië amper politieke positie. Door acht jaar te gokken op Gaddafi hebben ze geen zicht op politieke en bestuurlijke alternatieven. Dat gemis kan zich wreken als de fase na de interventie zich aandient. En die komt er, met of zonder Gaddafi, waarna zal blijken of de broze Libische staat standhoudt of verkruimelt.

Dat de politieke vervolgstappen lastiger zijn dan de eerste militaire openingszetten, weten we sinds Joegoslavië en Irak. De interventie is dus een sprong in het diepe. Ze kan nog tot onaangename verrassingen leiden. Maar door het spel dat het bewind van Gaddafi speelde met de resolutie 1973, was er zaterdag eigenlijk geen andere keus.