Den Haag ruziet nog over mislukte evacuatie

Morgenmiddag om twaalf uur moet hij er uiterlijk zijn: de brief die de regering aan de Kamer heeft beloofd over de mislukte evacuatie in Libië. Wie is er verantwoordelijk voor het fiasco?

Waar blijft het kabinet toch met die brief over de mislukte evacuatieactie in Libië? Volleerde spindoctors in Den Haag zagen het vorige week allemaal hoofdschuddend aan. De media werden beheerst door de aardbevingsramp in Japan en de op handen zijnde internationale actie tegen Libië. Een uitstekend moment om ‘vervelend’ nieuws naar buiten te brengen, zeggen de handboeken. Bij al het andere breaking news valt de lastige boodschap dan wat minder op. In de Verenigde Staten en Groot-Brittannië is het een beproefde methode. Niet in Nederland.

Het was vorige week drie weken geleden dat een Nederlandse helikopter van de Koninklijke Marine de niet geslaagde operatie op het strand van de Libische kustplaats Sirte uitvoerde. De drie door de Libische autoriteiten gevangengenomen bemanningsleden waren al weer een week vrij. Maar naar de precieze toedracht van de gebeurtenissen bleef het nog altijd gissen.

Wacht u op de brief van het kabinet met daarbij het feitenrelaas, luidt sinds de actie bekend werd de mantra van de betrokken departementen. Dat de brief het nodige aan fouten te zien zal geven, is evident. Minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) heeft dat zelf al toegegeven toen hij vrijdagmorgen 11 maart, enkele uren na de vrijlating van de driekoppige helikopterbemanning zei: „Het is duidelijk dat de operatie niet zo is gelopen als die had moeten lopen. Dat betekent dus dat er dingen zijn mis gegaan. Daar hoeven we niet geheimzinnig over te doen.”

In de Tweede Kamer heerst verbazing over de ruime tijd die het kabinet zichzelf gunt om de brief op te stellen. „Ik ben niet aangenaam verrast dat men nog een week nodig heeft”, zei het Tweede Kamerlid Atzo Nicolaï (VVD) vorige week dinsdag tijdens een procedurevergadering in het parlement. De feiten zijn inmiddels bekend bij alle betrokken departementen. Dus zou ook het feitenrelaas klaar moeten zijn.

Daar zit dan ook niet zo zeer het probleem, weten ingewijden. Het gaat om de interpretatie van diezelfde feiten en hoe er vervolgens met die feiten is omgegaan. Daar komen de twee sleuteldepartementen, Defensie en Buitenlandse Zaken, én hun ministers elkaar tegen. Temeer daar in de Tweede Kamer onherroepelijk de verantwoordelijkheidsvraag aan de orde zal worden gesteld. Dat is het moment dat op het Binnenhof Alamfase 1 in werking treedt, want dan gaat het om posities van ministers.

Minister Hillen (Defensie, CDA) was zich daar al twee weken geleden volledig van bewust toen hij aankondigde uitvoerig de tijd te nemen voor de brief aan de Tweede Kamer.

Veel meer dan op de vraag wat er allemaal is gebeurd, zal de kritische Kamer zich concentreren op de vraag hoe het allemaal zo kon gebeuren, Hierover, zo weten bronnen in Den Haag te melden, gaat de strijd tussen de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie dan ook. Want wie is straks de hoofdverantwoordelijke voor het falen van de „consulaire evacuatiepoging”?

Het is een strijd met een lange historie. De verhalen over de competentiegeschillen tussen de ‘krijtstrepen’ van Buitenlandse Zaken en de ‘snorren’ van Defensie zijn fameus.

Volgens de ministeriële woordvoerders is er geen sprake van een verschil van mening tussen de ministers Rosenthal en Hillen. Toch werd de zaak afgelopen week diverse malen op het hoogste politieke niveau besproken. Zonder resultaat. Want de brief was er aan het begin van de middag nog steeds niet.