Dans met slang en kikker

In de animaties van Nathalie Djurberg worden poppetjes naar hartelust doorboord.

Haar tentoonstelling in Boijmans is één groot pulserend kunstwerk.

Alles aan haar is grof en gulzig. Aan hem trouwens ook. Heupen, lippen, kont, borsten, handen, geslacht – zij noch hij kijkt op een maatje meer of minder. Neem hun lippen bijvoorbeeld: ze stulpen de buitenwereld tegemoet als grote, rozerode organen, vlezige trompetzwammen die reiken naar alles wat voorbij komt – slang, kikker, rendier, tijger, mens. Of neem haar tong, die tevoorschijn schiet en uitrolt als een rode loper over een paleisvloer. De tong tast, likt, kwijlt en kleeft. Of de haren: zowel bij hem als bij haar is dat een jungle van ravenzwarte, kroezige slierten die soms het hoofd omlijsten maar vaker nog tot ver voorbij de taille vallen. Je raakt erin verstrikt, je stikt – inderdaad, je gaat zomaar dood.

In de fabelachtige klei- en houtskoolanimaties van de Zweedse kunstenaar Nathalie Djurberg (1978), aan wie nu een grote overzichtstentoonstelling is gewijd in museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, is de vrouw van de man te onderscheiden omdat ze borsten heeft. Die borsten lijken met een grote schep uit rivierklei gelepeld, vervolgens ruw in een vorm gekneed en beschilderd met witte en roze verf. De man verschilt van de vrouw niet door zijn trekken, niet door zijn baard, maar door wat hij tussen zijn benen draagt. In het universum van Djurberg is geen plaats voor mannelijkheid of vrouwelijkheid, is van een genderspecifieke rolverdeling geen sprake. Man en vrouw zijn er gelijk, dat wil zeggen, ze zijn speelbal van dezelfde emoties, verlangens, sadistische fantasieën en vooral lusten. Die lusten vieren ze bot in een sprookjeswereld die bol staat van dood en verderf, kastijding en kortstondige liefde.

In Nederland zijn Djurberg en haar vaste kompaan, de dancecomponist en drummer Hans Berg, relatief onbekend, want nog nooit getoond. In het buitenland echter is de naam van het tweetal al heel wat jaren gevestigd. Er zijn tentoonstellingen geweest in belangrijke musea in New York, Frankrijk, Berlijn, Milaan, Londen. En op de laatste Biennale van Venetië, in 2009, werden de twee onderscheiden met een Zilveren Leeuw voor meest belovende jonge kunstenaar. In Venetië toonden Djurberg en Berg een filmisch drieluik dat was opgesteld in een reusachtig omgevingskunstwerk. Als bezoeker dwaalde je op de cadans van Bergs elektronische compositie door een oerwoud vol exotische bloemen en planten op zoek naar drie animatiefilms. Eén daarvan, The Experiment (Greed) – een kleianimatie over de machtswellust en geilheid van kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders en hun hoeren – is ook in Rotterdam te zien.

In Boijmans is een vergelijkbare strategie als op de Biennale toegepast. De gigantische Bodonzaal en de twee belendende zalen zijn omgetoverd tot één groot, pulserend kunstwerk. Dat kunstwerk bestaat uit oud – vanaf de eerste animaties in 1999 – en nieuw, bewegend en niet bewegend. De werken kunnen afzonderlijk worden bekeken, hangend op schuimplastic zitkussens die door Djurberg zijn beschilderd als onscherpe projecties van Monets tuin in Giverny. Maar ze zijn ook in één beweging te genieten, kriskras door elkaar heen.

Pièce de résistance is de nieuwe installatie Snakes Knows It’s Yoga (2010), die bestaat uit twee videoanimaties en – niet schrikken – een groep van tweeënveertig beelden van klei. Tezamen vormen zij een epistel over onthechting door middel van onthouding en pijniging. In suikerzoet aangelichte kijkkasten staan, hangen en liggen bijna identieke kleimannetjes en -vrouwtjes in weinig benijdenswaardige posities. Ze zijn zodanig met klinknagels toegetakeld dat ze meer op stekelvarkens dan op menselijke figuren lijken. Ze persen hun kont, hun rug op spijkerbedden, in grote staat van opwinding en met de blik extatisch naar de hemel geslagen. Of ze hebben hun lichaam op de stekels van knalgroene cactussen geworpen. Er wordt naar hartenlust doorboord, gevierendeeld, door hellehonden gebeten, gehongerd, aan haren getrokken en gemediteerd - allemaal met een hoger doel.

Dat hogere doel, zo blijkt op de twee video-installaties die de gepijnigde beelden omlijsten, is de dood, of in ieder geval een vorm van vergetelheid die lijkt op de dood. Een man en een vrouw gaan een pas de deux aan met respectievelijk een slang en een kikker. De slang verleidt, omsingelt, speelt, kust en scheurt uiteindelijk haar minnaar in stukken. Het liefdesduet tussen kikker en vrouw is dubbelzinniger: de kikker is object van begeerte en subject tegelijkertijd. De vrouw likt en kust, speelt met de kikker, rekt zijn zuurstokroze, -gele en -groene poten uit alsof ze van elastiek zijn – haar gezicht vertrokken tot een monsterlijke tronie. De kikker zwelt op, klimt op de vrouw, klampt zich vast aan haar buik, haar borsten, haar keel, en krimpt dan weer, haar achterlatend in een staat van geestelijke verwarring – of is het een psychose?

In Djurbergs films, die meestal tussen de vijf en de tien minuten duren, gaat het niet alleen om seks tussen mens of dier, niet alleen om zelfkastijding.

In een relatief vroeg werk als I’m working with magic, een houtskoolanimatie uit 2007, wordt een naakte jonge vrouw, die flierefluitend een boswandeling maakt, door twee handen die uit boomstammen groeien gegrepen. Die handen strelen, de vrouw geniet. Maar het minnespel krijgt al snel een morbide karakter. Een been wordt uitgedraaid en aan een schouder geplakt, de vrouw wordt omgedraaid, haar hoofd losgescheurd, haar lijf in stukken getrokken. De vrouw ondergaat het afscheid van het leven opvallend onaangedaan – alsof de dood uiteindelijk niet wezenlijk verschilt van het leven.

„Ik vernietig, dus ik ben”, heeft Djurberg weleens in een interview gezegd. Maar als je haar werk goed bekijkt, begrijp je dat de kunstenaar niet uit is op blinde destructie alleen. Haar werk is geen rechte zeephelling richting zwart gapend gat, geen kapotmaken puur uit sadistisch genoegen.

Nee, de vernietiging die Djurberg verbeeldt is verlokkend, juist omdat ze doordrongen is van vitaliteit en een besef dat het leven altijd doorgaat, wat er ook gebeurt.

Tentoonstelling

Nathalie Djurberg: Snakes Knows it’s Yoga, muziek van Hans Berg. T/m 1 mei in Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam.

Muziek van Hans Berg is te beluisteren via www.soundcloud.com