Bij Izhar Elias is de gitaar orkest en zanger

Izhar Elias kreeg gisteren de Nederlandse Muziekprijs, als eerste gitarist ooit. „Als ik met een componist werk aan een nieuw stuk, zoek je samen naar wat werkt.”

Nederland, Leiden, 03-03-2011. Portret van klassiek gitarist Izhar Elias. Op 20 maart 2011 zal Izhar Elias de prestigieuze Nederlandse Muziekprijs in ontvangst nemen. Hij zal de allereerste gitarist in de geschiedenis zijn die de prijs wint. De Nederlandse Muziekprijs is de hoogste onderscheiding die door het Ministerie van OCW aan een musicus, werkzaam in de klassieke muziek, kan worden uitgereikt. Net als andere winnaars van de Nederlandse Muziekprijs volgde Izhar een succesvol studietraject in het kader van deze felbegeerde prijs. In dit traject staat persoonlijke muzikale ontwikkeling centraal. Daarbij worden coachings aangegaan met de beste musici in binnen- en buitenland. Foto: Andreas Terlaak
Nederland, Leiden, 03-03-2011. Portret van klassiek gitarist Izhar Elias. Op 20 maart 2011 zal Izhar Elias de prestigieuze Nederlandse Muziekprijs in ontvangst nemen. Hij zal de allereerste gitarist in de geschiedenis zijn die de prijs wint. De Nederlandse Muziekprijs is de hoogste onderscheiding die door het Ministerie van OCW aan een musicus, werkzaam in de klassieke muziek, kan worden uitgereikt. Net als andere winnaars van de Nederlandse Muziekprijs volgde Izhar een succesvol studietraject in het kader van deze felbegeerde prijs. In dit traject staat persoonlijke muzikale ontwikkeling centraal. Daarbij worden coachings aangegaan met de beste musici in binnen- en buitenland. Foto: Andreas Terlaak

Aan de muur hangt een foto. Een jongetje met gitaar staat voor het Residentie Orkest. Izhar Elias, 14 jaar, was toen solist in het Concerto d’Aranjuez van Rodrigo. Dat optreden was zijn beloning voor het winnen van het Prinses Christina Concours. Gisteren speelde Elias (33) hetzelfde concert bij het in ontvangst nemen van de Nederlandse Muziekprijs, de hoogste staatsonderscheiding voor een klassiek musicus.

Elias wint de Muziekprijs als eerste gitarist ooit. Als je bedenkt hoeveel kinderen beginnen met gitaarles, is dat opmerkelijk. Maar niet als je bedenkt hoeveel klassieke Nederlandse gitaristen je bij naam kunt noemen. Elias: „Meetal beperken die zich tot het internationale, nogal besloten gitaarcircuit. Ze doen mee aan concoursen en spelen op de festivals van ‘guitar societies’, zonder zich te realiseren hoe klein dat wereldje is. Ik zou dat niet kunnen en niet willen.”

Elias had mazzel. Hij belandde als zevenjarige bij een goede, motiverende muziekschoolpedagoog. Thuis werd er geluisterd naar de gitaarmuziek van John Williams en Julian Bream. Als kleuter dirigeerde hij mee met hun plaatopnames. „Mijn ouders hebben me gestimuleerd, niet gepusht. Mijn vader, een kunstschilder, zei alleen: ‘Als dit echt is wat je wilt, moet je hard werken’.”

Het overbekende concert dat Elias gisteren speelde, is bedrieglijk voor wat hem als musicus onderscheidt: juist niet het standaardrepertoire, maar een breed repertoire van Renaissance tot nu, met extra aandacht voor het 19de-eeuws solorepertoire. „Kijk, mijn nieuwste aanwist”, zegt hij over een mini-replica van een gitaar uit de Renaissance.

Zijn liefde voor oude instrumenten begon vroeg. „Toen ik dertien was, deed ik een cursus bij Carlo Barone”, vertelt hij. „Zijn mix van charismatische bevlogenheid, fantastisch gitaarspel en oude instrumenten sloeg in als verliefdheid. Kunnen zingen op je gitaar. Dat was wat ik óók wilde bereiken.”

Hoor je Elias spelen, bij voorbeeld op zijn dubbel-cd met Semiramide van Rossini in gitaarbewerking door Mauro Giuliani, dan zingt zijn gitaar inderdaad en mis je de woorden van de oorspronkelijke opera nauwelijks. De gitaar is overtuigend orkest én stem – begeleiding en melodie - in één. „Dat is wat me aantrekt in 19de-eeuwse repertoire”, vertelt hij. „Rossini was de hitschrijver van zijn tijd. Zo zat gitaarmuziek steeds een beetje in tussen kunst- en volksmuziek. Gitaristen speelden de melodieën van hun tijd op salons in Wenen en Parijs. Gitaarcomponisten waren navolgers van de echt groten: in Fernando Sor hoor je Mozart. Berlioz was zelf gitarist, maar componeerde op zijn gitaar muziek voor andere instrumenten.” Elias lacht, hij is er niet wrokkig over. „Het is absoluut waar dat er voor gitaar minder goede muziek is dan voor veel andere instrumenten, maar mindere muziek stelt hogere eisen aan de uitvoerder. Bij Bach kun je alleen de noten spelen, en dan klinkt het mooi. Maar wil je muziek van een performer als Giuliani interessant laten klinken, moet je er heel veel van jezelf inleggen.”

De Nederlandse Muziekprijs is een leerprijs: de uitreiking bekroont een traject waarin de potentiële winnaar geld krijgt om te werken aan zijn ontwikkeling. Elias toog onder meer naar Londen, om zich de barokgitaar eigen te maken. Dat viel niet mee. „Opeens heb je weer last van allerlei technische basisproblemen. Ik voelde me net een beginner. ‘Maar thuis ging het wel, meneer!’”

Levendig – zo wil hij barokmuziek spelen. Gek genoeg, zegt hij, is het juist de samenwerking met levende componisten die hem daarbij helpt. „Als ik met een componist werk aan een nieuw stuk, zoek je samen naar wat werkt. Soms verandert de componist zijn noten omdat ze dan handiger uitkomen. Die praktische benadering helpt me de ‘heiligheid’ van bestaande muziek te relativeren. Natuurlijk moet je historisch geïnformeerd spelen. Maar dat betekent ook: je realiseren dat componisten vroeger beslissingen óók deels op praktische gronden namen.”

Elias beschouwt het samenwerken met componisten en filmers en het experimenteren met de mogelijkheden van elektronica als een vitaal onderdeel van zijn concertpraktijk. „Samen kun je ontdekken wat er nog meer mogelijk is met je instrument”, zegt hij. „Wij zijn de generatie die te maken krijgen met steeds meer opa’s en oma’s bij klassieke concerten. De gitaar, juist door zijn ‘populaire’ wortels, kan een rol spelen in het vinden van nieuwe wegen naar een nieuw publiek.”

Meer over Izhar Elias op zijn site izharelias.com