Amerika wil nog een weekje leider zijn

De ambivalentie van de VS inzake Libië laat zien dat een nieuw tijdperk aanbreekt: het Westen kan niet meer automatisch rekenen op een Amerikaanse voortrekkersrol in militaire conflictsituaties.

France's president Nicolas Sarkozy (L) kisses US Secretary of State Hillary Clinton (R) as she arrives on March 19, 2011 at the Elysee Palace in Paris, before a summit on implementing the UN Security Council resolution 1973 authorising military action in Libya, to be attended by representatives of the European Union, the Arab League, the African Union, the UN and other leaders. A senior French envoy predicted military action against Libyan leader Moamer Kadhafi's forces within hours of the summit. The United States has also declared that Kadhafi is in breach of a UN Security Council resolution which ordered an immediate ceasefire. AFP PHOTO THOMAS COEX
France's president Nicolas Sarkozy (L) kisses US Secretary of State Hillary Clinton (R) as she arrives on March 19, 2011 at the Elysee Palace in Paris, before a summit on implementing the UN Security Council resolution 1973 authorising military action in Libya, to be attended by representatives of the European Union, the Arab League, the African Union, the UN and other leaders. A senior French envoy predicted military action against Libyan leader Moamer Kadhafi's forces within hours of the summit. The United States has also declared that Kadhafi is in breach of a UN Security Council resolution which ordered an immediate ceasefire. AFP PHOTO THOMAS COEX AFP

De eerste gevechtsvliegtuigen waren nog niet opgestegen of de Amerikanen begonnen over afhaken. Via diverse kanalen liet de regering-Obama dit weekend weten dat het commando over de militaire operatie in Libië zo spoedig mogelijk in Europese handen over moet gaan. Binnen „een paar dagen”, zei minister van Defensie Gates gisteren in Rusland. Want voor de VS is dit „een beperkte missie”, zei Amerika’s hoogste militair, admiraal Mike Mullen, in Washington. Amerika wenst niet het gezicht van de militaire operatie in Libië te worden – en daarmee dient zich voor de wereldgemeenschap een nieuw tijdperk aan.

Decennialang was het een automatisme dat de VS de leiding namen bij de militaire afhandeling van internationale conflicten. Soms met steun van de VN, soms zonder. De eerste Golfoorlog (1991), de operatie in Somalië (1992), de ingrepen in de Balkan (tweede helft jaren negentig), de oorlogen in Afghanistan (2001) en Irak (2003): telkens gingen de VS voorop. Dat was dit weekend in Libië ook het geval bij de poging Gaddafi’s afweergeschut uit te schakelen. Maar daar zal het voor Amerika bij blijven: Europese (en Arabische) ‘bondgenoten’ moeten de leiding van de operatie op zich nemen. En wel deze week.

Of Europa daaraan kan voldoen is nog niet gebleken. Maar de Amerikaanse ambivalentie over Libië illustreert dat de stroperige conflicten in Afghanistan (tien jaar) en Irak (acht jaar) en het fragiele herstel van de economie in de VS voor de rest van de wereld niet zonder gevolgen blijven. De vanzelfsprekende Amerikaanse voortrekkersrol bij westerse interventies loopt ten einde.

De VS waren nooit enthousiast over ingrijpen in Libië. De krijgsmacht is overbelast. Gaddafi’s vertrek is geen garantie voor democratie. En de VS hebben geen grote belangen in Libië, dat in het Witte Huis wordt omschreven als een onbetekenend staatje: „Even groot als Alaska, met het inwonertal van New York.”

Afgaande op reconstructies in Amerikaanse media is het de vraag of de VS verwachtten dat het tot een interventie zou komen. Gates en andere prominente adviseurs raadden ingrijpen af, en Obama leek het daarmee eens. Op verzoek van drie vrouwelijke adviseurs – minister Clinton (Buitenlandse Zaken), VN-ambassadeur Susan Rice, mensenrechtenadviseur Samantha Power – besloot hij dinsdag de keuze aan de VN te laten, op een moment dat het plan leek te sneuvelen. Toen de Veiligheidsraad de interventie donderdag goedkeurde wist de regering zich even geen raad: terwijl Obama al weken het vertrek van Gaddafi eiste, rept de resolutie alleen over bescherming van de Libische bevolking.

Feit is dat langdurige deelname aan de Libische interventie enorme risico’s voor Obama heeft. Amerika is oorlogsmoe; onlangs bleek dat maar eenderde van de bevolking de oorlog in Afghanistan de moeite van het vechten waard vindt. Ook Tea Party-politici en serieuze Republikeinse presidentskandidaten pleiten voor beëindiging van de Afghaanse oorlog. Linkse Democraten lieten gisteren hun woede over de president blijken – juist zij die hem als eerste steunden toen hij zich in 2007 kandideerde. De invloedrijke blogger Andrew Sullivan, supporter van het eerste uur, viel Obama ongenadig hard aan omdat hij het Congres niet consulteerde voordat de aanval begon. En John McCain verweet de president dat hij te lang met militaire actie wachtte. Het Libische moeras kan voor Obama moeiteloos overgaan in een Amerikaans moeras.

Vandaar dat de president zich in de beeldvorming niet met de interventie identificeerde. Hij begon een meerdaags bezoek aan Latijns-Amerika en liet zich alleen filmen in bijzijn van juichende Brazilianen. Zijn vertegenwoordigers in Parijs eisten dat de NAVO het commando op zich nam. Dit lukte niet, waarna de Amerikanen de druk op Europese landen gisteren via de media opvoerden.

Dit alles wil niet zeggen dat de VS nu aansturen op een algeheel militair isolement. In de regering houdt men er zelfs rekening mee dat Amerikaanse troepen al de komende weken nodig zijn om olie- en militaire belangen in Bahrein en Saoedi-Arabië te beschermen. Anders dan in Libië gaat het daarbij in Amerikaanse ogen wel om vitale belangen, en in Washington is er weinig twijfel dat de bevolking in die gevallen overtuigd kan worden van de noodzaak van ingrijpen.

Met Libië ligt dat anders. Nu is dus de vraag of landen als Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk in staat zijn een deel van de militaire rol over te nemen. Er staat veel op het spel, voor Obama en Europa. Een militaire interventie beginnen is één. Die onsuccesvol afronden – omdat niemand de leiding wil, of omdat Gaddafi aanblijft – is misschien niet zo’n goed begin voor landen die menen dat ze het zonder Amerikaanse leiding ook wel aankunnen.