Altijd die moslims, wie heeft het over ons?

Hindoestanen vallen zelden op. Alleen als ze feest vieren, zoals gisteren in Den Haag. Verder gaat het nooit over hen. En dat steekt de Hindoestanen in Nederland een beetje.

foto johannes van assem 20-3-2011 den haag Hindoestanen vieren het Holifeest. In de Paul Kruger laan verkopen winkels de kleurstof waar de mensen elkaar mee bestrooien.
foto johannes van assem 20-3-2011 den haag Hindoestanen vieren het Holifeest. In de Paul Kruger laan verkopen winkels de kleurstof waar de mensen elkaar mee bestrooien.

In de Haagse wijk Transvaal bekogelden kinderen elkaar gisteren met poeder in alle kleuren van de regenboog. Ook ouders en grootouders laten zich bepoederen. Ze lachen erbij. Het gekleurde poeder symboliseert voor de Hindoestanen de bloei van de natuur.

Maar zo uitbundig als Hindoestanen het lente- en nieuwjaarsfeest Holi vieren, zo onopvallend zijn ze in het dagelijkse leven. Over moslims wordt vaak gepraat. Moskeeën trekken de aandacht. Maar toen onlangs bekend werd dat Den Haag, achter station Hollands Spoor, de grootste hindoetempel van het Europese vasteland krijgt, was er geen klacht te horen.

Waarom gaat het nooit over Hindoestanen? In de winkel Bharat Kings op de Haagse Paul Krugerlaan heeft een groepje Hindoestanen wel een antwoord. Het komt door de media en door het onderwijs. „De koloniale geschiedenis wordt slecht gedoceerd in Nederland. De gemiddelde Nederlander weet te weinig van Suriname”, zegt Asif Nabi (40).

„Als je in Nederland geen probleem veroorzaakt, dan ben je niet zichtbaar”, zegt Chan Choenni, sinds september bijzonder hoogleraar Hindostaanse migratie aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam.

Hindoestanen, ook Hindostanen genoemd, gelden over het algemeen als goed geïntegreerd, bescheiden en ondernemend. Qua opleidingsniveau en inkomen blijven ze niet ver achter bij de gemiddelde Nederlander. „Omdat Hindoestanen succesvol zijn, hoor je andere Hagenaars nooit over ze klagen”, zegt de Haagse wethouder Marnix Norder (integratie, PvdA). Ook de PVV in de gemeenteraad had geen aanmerkingen op de bouw van de grote hindoetempel.

Dat Hindoestanen niet opvallen, heeft ook te maken met hun Indiase wortels, zegt hoogleraar Chan Choenni. „Vanwege hun Oosterse houding zoeken Hindoestanen geen confrontatie met de samenleving, ze zijn low profile.” De Haagse wethouder Rabin Baldewsingh (PvdA), zelf Hindoestaan, zegt dat Hindoestanen „graag deel willen zijn van het geheel” en zich daarom „onbaatzuchtig en dienstbaar” opstellen. Het is ook een vrij gesloten gemeenschap. Zo trouwen de meeste Hindoestanen binnen de eigen groep.

En toch steekt er iets bij de Hindoestanen. Ze hebben het gevoel dat ze een vergeten groep zijn geworden. „Het gaat in Nederland alleen nog maar over moslims”, verzucht Baldewsingh. Terwijl de gemiddelde Hindoestaan status en erkenning juist belangrijk vindt. Hindoestanen willen graag laten zien dat ze succesvol zijn. Daarom zijn ze volgens Choenni materialistisch ingesteld. „De dag dat je op een feest een Hindostaan zonder sieraden tegenkomt, moet ik nog meemaken”, zegt Baldewsingh.

Er is ook een keerzijde. Overgewicht en diabetes komen vaker dan gemiddeld voor onder Hindoestanen, evenals alcoholmisbruik en huiselijk geweld. Hindoestaanse meisjes tussen 15 en 24 jaar proberen drie keer zo vaak zelfmoord te plegen als leeftijdgenoten, blijkt uit onderzoek van de Haagse GGD.

Daar zijn verschillende verklaringen voor. De druk vanuit de gemeenschap om succesvol te zijn is er een van, zegt hoogleraar Chan Choenni. Een andere is dat Hindoestaanse vrouwen steeds vaker hoger zijn opgeleid dan de mannen. Choenni: „Zij moeten nu vaker lager trouwen en dat zorgt voor problemen met de ouders.”

Daarnaast worden sommige Hindoestaanse meisjes nog altijd gedwongen met iemand te trouwen. Dat kan er volgens Choenni in enkele gevallen toe leiden dat sommigen zelfmoordneigingen krijgen.

Door het streven naar financiële zekerheid en status zijn beroepen in de gezondheidszorg, financiële dienstverlening en advocatuur vanouds populair onder Hindoestanen. Volgens Baldewsingh is dat een van de verklaringen voor de onzichtbaarheid van Hindoestanen in de media. Beroepen als schrijver, voetballer, acteur of journalist leveren volgens hem weinig prestige op. Een Hindoestaan zal daar dus niet snel voor kiezen.

Naast bezit zijn ook cultuur en spiritualiteit belangrijk voor Hindoestanen. India speelt daar een voorname rol in, zegt Baldewsingh. „De muziek, de taal en het geloof komen er vandaan. Maar India biedt tegenwoordig ook iets anders: perspectief en zelfvertrouwen.” De Haagse wethouder doelt op de snelle economische ontwikkeling die het land doormaakt. Hindoestanen willen zich daar graag mee identificeren.

De 38-jarige Sham Jagroep vertelt in het Wijkpark in Transvaal, terwijl de kinderen van zijn broer hem met gekleurd poeder bekogelen, over zijn band met India. „Ik ben in Suriname geboren, maar daar heb ik niets mee. Onze roots liggen in India.”

Bollywoodfilms en Indiase muziek zijn enorm populair onder Nederlandse Hindoestanen. Vandaar dat Den Haag ook wel eens wordt aangeduid als ‘Dollywood’. In de Paul Krugerlaan doet ook het winkelaanbod denken aan India. Veel winkels verkopen traditionele Indiase kleding. Zo biedt de ‘Delhi Store’ „exclusive latest Indian fashion”. De dagen voor het Holifeest was bij verschillende winkels gekleurd poeder te koop.

Hindoestanen mogen goed in staat zijn zich aan te passen, ze willen graag hun eigen identiteit en cultuur uitdragen. „Zet ons op de Noordpool”, zegt wethouder Baldewsingh, „en wij maken van de Noordpool een Little India”.