iPad Here I Come

‘t Is niet zo’n rustige tijd in het nieuws, met die dreigende atoomramp en dat uitroken van een gevaarlijke clown, dus het viel even iets minder op: de iPad als wereldnieuws. De iPod als wereldnieuws. De iPhone als wereldnieuws.

Het vervult me al jaren met verbazing dat elke toespraak waarin Steve Jobs de komst van een nieuw modelletje aankondigt, of de lancering van een nieuw modelletje uitstelt, of het nieuwe modelletje persoonlijk presenteert - dat dit alles onmiddellijk wereldwijd wordt verslagen in ieder nieuwsjournaal en elke nieuwsrubriek.

Prime time en pagina een.

‘t Is een gewoon manneke, die Steve Jobs,  niet een glimmende filmster of zo. Hij zou zomaar met de daklozenkrant kunnen zwaaien, ons manneke. Maar hij zwaait met een magisch voorwerp en de magie van dat voorwerp gaat onmiddellijk de hele wereld over.

Hoe vaak heb ik nu al niet een verslag gelezen of de beelden gezien van lange rijen die voor de winkels stonden, wachtend op het uur U dat de winkeldeur openging en tuk op versie twee of drie van hun Apple-speeltje?

Het leek of de journalisten en cameramensen ruim bijtijds waren ingeseind.

En zodra het nieuwste modelletje is uitverkocht, jawel, weer voorpaginanieuws.

Kranten zijn er voor de advertenties. De media worden betaald door de reclame. Maar fabrikant en groothandelaar Apple mag gratis aan de weg timmeren.

Er verschijnen aan de lopende band nieuwe modellen - van auto’s, brilmonturen en van niet-Apple-computers - maar alleen Apple valt deze speciale behandeling in de pers ten deel. Apple is geen winkelartikel, Apple is nieuws.

Het verbaast me en ik vraag me af waarom.

De iPad 2 kan iets wat de iPad 1 niet kan. Stop de persen. De iPad 2 zal een maand eerder arriveren. De camera’s lopen al warm. De iPad 2 dreigt aan de oostkust van Amerika uitverkocht te raken. Minimaal drie kolommen.

Ik mag geen lelijke dingen denken.

Maar de boekenweek doet wonderen. Het thema van de boekenweek is de biografie. In het aan biografie gewijde nummer van Vrij Nederland las ik iets over ‘onthullingen’ in biografieën. In een boek over Anton Philips waren, schreef de criticus, vooral de onthullingen spectaculair over  de methoden van meneer Philips ‘om de internationale markten open te breken met behulp van omgekochte journalisten’.

Journalisten namen onderhands produkten aan (het zullen geen gloeilampen zijn geweest) om het Philipsconcern ‘van een gunstige publicitaire omgeving te voorzien’.

‘Het is een onthulling,’ schrijft de VN-criticus, ‘die doet vermoeden dat er op dit terrein nog veel onthuld moet worden’.

Ik schrijf nog maar twee weken over internet en computers. Toch houd ik de pakketpost al nauwgezet in de gaten.

Zoals Albert Schweitzer in de rimboe van Lambarene tokkelde op de toetsen van een denkbeeldige piano, zo laat ik mijn vingertoppen strelend dansen over het scherm van een virtuele iPad.

Alvast oefenend op mijn bijdrage aan een gunstige omgeving.