De revolutie bereikt Swaziland

Tuurlijk, vergeleken met de opstanden in Libië, Egypte, Bahrein, Jemen en waar al niet, is het vrijdag begonnen oproer in het ministaatje Swaziland tamelijk marginaal. Maar toch. Het was het grootste protest in jaren in het 1,3 miljoen zielen tellende koninkrijk.

7.000 mensen gingen de straat op om te demonstreren tegen het voornemen van de regering om de lonen van ambtenaren te bevriezen. Terwijl voor koning Mswati III, de laatste absoluut monarch van Afrika, altijd geld beschikbaar is om zijn veertien vrouwen, dertien paleizen, Rolls Royce  en privé-jet te onderhouden, gaan de ambtenaren er voorlopig niet op vooruit.

In Swaziland, dat ingeklemd ligt tussen Zuid-Afrika en Mozambique, leeft 70 procent van de bevolking van één dollar per dag. Ongeveer 40 procent van de mensen is werkloos. Politieke partijen zijn niet toegestaan.

De demonstranten eisen hervormingen en het ontslag van de premier. Hoewel sommige spandoeken ook rechtstreeks toespelingen maakten op de dictatoriale koning (‘Tyrants must fall!’), bestaat binnen de democratische beweging verdeeldheid over de vraag of de koning weg moet. Veel Swazi’s vinden dat de sinds 1986 regerende koning een noodzakelijk nationaal relikwie is.

Mswati III zelf reageerde gisteren via een staatskrant met de mededeling dat mensen beter harder kunnen werken dan demonstreren. Hij wil een “economische revolutie” in plaats van een politieke.

In april gaan de demonstraties in Swaziland verder, verzekerden activisten mij vandaag. Zij verwachten veel steun uit het grote buurland Zuid-Afrika, waar vakbond Cosatu en de ANC-jongerenliga hebben aangekondigd versterkingen te sturen als de koning zijn onderdanen te hard aanpakt. Beide organisaties hebben ook opgeroepen tot sancties tegen het land.

Swaziland verdient vooral geld aan toerisme, onder andere met grote traditionele festivals rond de koninklijke familie. Tijdens de jaarlijkse rietdans mag de vorst een nieuwe vrouw uitkiezen. Filmpje hieronder: