'Je mist echt iets als je thuiszit'

Meer vrouwen in de top van het Nederlandse bedrijfsleven. Het kán, zegt hoogleraar corporate governance Mijntje Lückerath. „Geschikte vrouwen genoeg.”

17-03-2011, Rotterdam. Mijntje Luckerath. Foto Bas Czerwinski
17-03-2011, Rotterdam. Mijntje Luckerath. Foto Bas Czerwinski

Van de bestuurders bij de grootste 99 bedrijven is 3,4 procent vrouw. Van de commissarissen is dat 10,7 procent. In het huidige tempo duurt het in Nederland tot 2077 voordat eenderde van die 750 mensen vrouw is.

Dus ja, zegt hoogleraar corporate governance Mijntje Lückerath, een opgelegd quotum dat de benoeming van meer vrouwen versnelt, kan zinvol zijn. Als je tenminste víndt dat er meer vrouwen in de top van het Nederlands bedrijfsleven moeten zitten.

Lückerath (42) vindt van wel. Zij bracht haar onderzoek naar de grootste 99 bedrijven vorige week naar buiten. Sinds kort is ze hoogleraar aan de Universiteit Nyenrode. Daarnaast werkt ze een dag per week als docent aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Eerder werkte ze bij de Rabobank in een financiële functie.

Lückerath is getrouwd en moeder van drie kinderen – heel relevant, zegt ze. Na de geboorte van haar eerste, twaalf jaar geleden, werkte ze kort drie dagen, vervolgens vier dagen en nu vijf dagen per week (waarvan twee thuis). Haar man werkt „meer dan fulltime” in zijn eigen bedrijf en helpt thuis waar hij kan.

In de huishouding besteedt Lü-ckerath veel uit: schoonmaak, boodschappen; en ze regelt vaak oppas. „Ik ben nooit gestopt met werken en ik zie nu dat dat loont. Mijn kinderen zijn gelukkig en ik heb leuk werk. Ik kon vroeger weleens jaloers zijn op blije thuisblijfmoeders. Maar nu denk ik: je mist echt iets als je thuiszit en je kinderen zijn op school.”

Sommigen vinden dat De Vrouw recht heeft op topposities.

„Dat is een moreel argument en dat geldt niet altijd. Bedrijven zijn geen democratie en dus kun je zoiets niet opeisen zoals het stemrecht voor vrouwen. Maar er zijn ook bedrijfseconomische redenen om dit te willen. Het is beter voor de kwaliteit van de besluitvorming als er vrouwen bij betrokken zijn. Het is motiverend voor vrouwen in lagere posities als ze zien dat ook zij hogerop kúnnen komen. En vrouwen weten wat er speelt in de samenleving en dus bij klanten. Dat is ook een reden.”

Als er geen morele reden is, waarom zou de Eerste Kamer het voorstel voor een wettelijk quotum dan goedkeuren?

„Dat is het grootste twijfelpunt. Moet de overheid zich ermee bemoeien? Je grijpt met een quotum echt in in de vrije besluitvorming van een bedrijf: wie wil ik in mijn bestuur hebben? Anderzijds, als je gelooft dat het door discriminatie komt, dat vrouwen niet worden benoemd, is er wel een moreel argument om het af te dwingen. In het wetsvoorstel staat: raden van bestuur en van commissarissen moeten voor 30 procent uit mannen en voor 30 procent uit vrouwen bestaan. Voor 2016.”

Is dat haalbaar?

„In theorie wel voor de raden van commissarissen: 97 procent van de 99 grote bedrijven die ik onderzocht, kan dat halen mits ze 40 procent van alle benoemingen (inclusief herbenoemingen) naar een vrouw laten gaan. Voor 68 procent van de raden van bestuur is het haalbaar, mits ze 56 procent van de nieuwe benoemingen naar een vrouw laten gaan. Voor de overige bedrijven niet, want 100 van de 250 bestuurders zijn benoemd voor onbepaalde tijd. Dat mag niet meer, sinds de Code Tabaksblat (begin 2005), maar die benoemingen zijn van voor die tijd. Het is dan onduidelijk wanneer er een nieuwe benoeming plaatsvindt.”

Zijn er genoeg vrouwen om op 56 procent van die bestuursposten een vrouw te benoemen?

„Ik denk het wel, maar of de mannen die erover gaan, hen ook zíén, weet ik niet. Ik betwijfel of het wordt gehaald voor 2016. Van de bestuurders is nu 3,4 procent vrouw. Je zou beter eerst een quotum voor commissarissen kunnen instellen. Je kunt makkelijker vrouwen vinden die een commissariaat erbij nemen. Aangezien 10,7 procent van de commissarissen al vrouw is, is de stap naar 30 procent kleiner. En zij benoemen de bestuurders, dus: hoe meer vrouwelijke commissarissen, des te meer vrouwelijke bestuurders er op termijn benoemd zullen worden. Er was trouwens altijd een vicieuze cirkel: om commissaris te kunnen worden, moest je bestuurservaring hebben. Dat hebben vrouwen niet en dus werden ze geen commissaris. Dat verandert: je kunt nu ook zonder bestuurservaring commissaris worden. Ik ben ook commissaris bij een bank.”

Als bedrijven verplicht 30 procent vrouwen in de top opnemen, dan krijg je vaak het verwijt dat het om een excuustruus gaat.

„In andere landen creëren ze soms een functie voor een extra commissaris, die ze dan de plus member noemen. Dat lijkt me onverstandig. Je moet alleen iemand benoemen die je echt wilt hebben.”

Je zou maar excuustruus zijn.

„Vrouwen op topposities worden door de buitenwereld gezien als excuustruus of als rolmodel. Lastig, want voor het ene wil je je vrouw-zijn verstoppen, terwijl je voor het andere je vrouw-zijn juist moet onderstrepen. Er zijn vrouwen die vrezen dat men denkt dat ze excuustruus zijn en dus dat ze eigenlijk niet voldoen. Zij willen niet worden aangesproken op hun vrouw-zijn, op het moeder-zijn. Ze doen alles om mee te doen met the guys, om voor vol aangezien te worden. En er zijn er die niet onzeker zijn. Die zijn heel erg vrouw en schamen zich niet om naar huis te gaan als een kind ziek is. Ze erkennen juist hun functie van rolmodel daarin.”

    • Frederiek Weeda