Energiebedrijven onderuit na aardbeving Japan

De aardbeving en tsunami in Japan hebben de financiële wereld de hele week in de greep gehouden. De meest tastbare financiële consequentie van de ramp is op dit moment de koers van de Japanse yen. De koers van de munt steeg deze week naar een recordhoogte. Eergisteren sloot de yen op 78,78 yen per dollar.

De munt van Japan werd daarmee zo duur dat de G7 gisteren in overleg met de centrale bank van Japan besloot om in te grijpen om te proberen de yen te laten devalueren. Volgens persbureau Reuters kocht de Japanse bank vervolgens 25 miljard aan dollars. De koers van de yen daalde daarop tot 81,83 yen per dollar.

Daarvoor had de Japanse centrale bank al maatregelen genomen die normaal de koers van de yen zouden doen dalen. De afgelopen week werd in totaal voor een bedrag van ruim 200 miljard euro in het financiële systeem gepompt om de stabiliteit te bevorderen en de economie van het land op gang te houden. De koers van de yen ten opzichte van de dollar bleef desondanks stijgen.

De ramp in Japan zorgde voor een turbulente week op de beurs van Tokio. De afgelopen week leed de Nikkei-index, de belangrijkste graadmeter op de Japanse beurs, een verlies van ruim 10 procent. Wel was er gisteren bij het sluiten van de week een klein lichtpuntje. De index sloot op 9.206 punten, nog steeds een fors verlies in vergelijking met een week geleden, maar wel een winst van 2,7 procent ten opzichte van donderdag.

In de eerste dagen na de aardbeving verloren in Japan vooral de bedrijven die met kernenergie te maken hebben op de beurs. Het aandeel van de Tokio Electric Power Corporation (Tepco), eigenaar van de kerncentrale in Fukushima, kelderde nadat de problemen met de centrale bekend werden. De koers zakte van 2.150 yen naar 798 yen. Daarna werd de handel in het aandeel stilgelegd. Ook verzekeraars zagen hun koersen dalen, omdat de verwachting is dat zij door de ramp veel zullen moeten uitkeren. Daarnaast moesten veel bedrijven noodgedwongen fabrieken sluiten die door de aardbeving beschadigd zijn geraakt. Autofabrikanten als Toyota en Nissan moesten fabrieken sluiten omdat er onvoldoende elektriciteit beschikbaar is om de fabrieken te laten draaien.

Op de beurs daalde de koers van deze fabrikanten de eerste dagen na de ramp daardoor ook fors. De koers van Toyota daalde na de aardbeving met 8 procent en de volgende dag nog eens met 7,4 procent. De grote verliezen werden de afgelopen dagen weer een beetje goedgemaakt, nadat de fabrikanten bekend maakten dat verschillende fabrieken weer open gaan. Toyota boekte afgelopen woensdag een koerswinst van 9 procent, een recordstijging.

Japanse Bouwbedrijven deden het juist goed. Taiheiyo Cement Corporation, de grootste cementproducent van Japan, zag de koers met bijna 20 procent stijgen. Ook het aandeel van bouwbedrijf Yokogawa Bridge Holdings profiteerde.

De ramp in Japan en de problemen met de kerncentrale in Fukushima zorgden er wereldwijd voor dat aandelen van bedrijven die met kernenergie te maken hebben minder in trek waren. De koers van het Duitse RWE zakte in vier dagen tijd van 47,50 euro naar 42,55 euro. Hetzelfde overkwam het Franse energiebedrijf EDF dat aan de beurs van Parijs in de vier dagen na de ramp de koers zag dalen van 30.57 euro naar 27,66 euro.

De ramp in Japan zorgde de afgelopen week voor een kortstondige daling van de olieprijs. Maar vanaf dinsdag begon de prijs van een vat Brent weer te stijgen. Japan is een van de grootste olie-importeurs ter wereld en analisten verwachten dat het land veel olie nodig zal hebben voor de noodhulp en de wederopbouw van het land. De prijs schommelde gisteren rond de 114 dollar per vat.

Het bericht vrijdagmiddag over een staakt het vuren in Libië, werd positief ontvangen. De olieprijs daalde weer. De meeste indices van de Europese beurzen boekten daarna winst. De AEX sloot de week af op 350,81 punten, een verlies van ruim 2 procent ten opzichte van vorige week vrijdag.