Als ik boos kijk, ben ik echt boos

Antoinette Hertsenberg geldt als machtigste mediavrouw. Wekelijks bereikt ze drie miljoen kijkers met Opgelicht en Radar. „We bedrijven activistische journalistiek.”

„Er zit een actievoerder in mij die maar niet dood wil. Ik wil helpen, de wereld verbeteren. Het was nooit mijn meisjesdroom om op televisie te komen. Pas toen ik voorlichting ging doen voor de Dierenbescherming, bleek dat media me goed paste. Ik kan ingewikkelde zaken terugbrengen tot de kern, precies wat we bij Radar doen.”

Televisiemaker Antoinette Hertsenberg werd onlangs door feministisch tijdschrift Opzij uitgeroepen tot de machtigste mediavrouw van Nederland. Omdat zij met haar tv-programma’s bij de TROS wekelijks drie miljoen kijkers trekt: twee miljoen voor het consumentenprogramma Radar en één miljoen voor Opgelicht?!, een programma over oplichters. Met Radar (sinds 1995) kan zij bedrijven maken en breken. Wie als directeur in haar vizier komt, heeft iets te vrezen. Hertsenberg is de bedenker van het begrip ‘woekerpolis’, waartegen ze een effectieve kruistocht voerde.

Hoe kwam u bij de televisie?

„Paul Witteman had in 1994 in Nova een gat van twaalf minuten te vullen. Ik werd als woordvoerder van de Dierenbescherming uitgenodigd om met een echte jager te discussiëren. Gerard Baars van de TROS zag me en dacht: die moeten we hebben.

Hij zei: ‘Pas na tien minuten kwam Paul Witteman weer in beeld. Hij was er niet in geslaagd eerder tussenbeiden te komen’.

„Dat is wat overdreven. Maar ik liet me niet intimideren door de camera. Hij zag in mij ‘een wolf in schaapskleren’. Ik was nog jong en blond, en kon als verrassingseffect scherp en streng uit de hoek komen. Dat was in ieder geval het effect dat Baars nastreefde.”

Toen is Radar voor u verzonnen?

„Ik wilde niet als blondje de bordjes omdraaien in een quiz. De TROS-achterban had om een consumentenprogramma gevraagd, dat leek me geschikt. Ik wilde niet alleen presentator zijn, maar ook eindredacteur van het programma. Het is belangrijk dat ik met gezag ergens over praat, en echt van de hoed en de rand weet.”

U leest alle klaagbrieven zelf?

„Dat zijn er vierduizend per week, dus dat zal niet gaan. maar als we er een onderwerp uitvissen, ben ik verder bij alles betrokken.”

Komen die altijd van gedupeerde kijkers?

„Ook veel van de redactie. En soms pik ik zelf iets op. Ik zag in het folderrek in de wachtkamer van de huisarts de folder ‘Koffie is meer’: over hoe gezond koffie voor je is. Dat vond ik raar. Bleek dat die folders daar door een bedrijf worden neergezet. De arts kijkt er niet naar om. Die koffiefolder was indirect van Douwe Egberts. Maar de mensen in de wachtkamer weten dat niet. Die denken dat ze een medisch advies krijgen. Toen hebben we een folder bedacht: ‘Een fles wijn per dag: goed voor u’. En die hebben we ook laten verspreiden, om aan te tonen hoe makkelijk dat gaat.”

Hoe kwam u op de woekerpolis?

„Ik geloof dat De Telegraaf er al over had geschreven, maar wij hebben er echt een affaire van gemaakt. En ik vond ‘beleggingsverzekering’ een onbegrijpelijk woord, dus toen heb ik ‘woekerpolis’ bedacht. Overigens was het ongelooflijk saaie televisie, wat beeld betreft. In het dagelijks leven zijn mensen nauwelijks bereid om ook maar één avond per jaar naar hun hypotheek te kijken. Maar nu keken ze wel naar Radar. Het ging miljoenen mensen aan. Iedereen dacht tot voor kort dat je financieel adviseurs kon vertrouwen. En dat banken het beste met je voor hadden.”

Hoe is het om ‘machtigste mediavrouw van Nederland’ te zijn?

„Ik sta niet iedere ochtend op en denk: wat ben ik weer machtig! Welke banken zal ik vandaag weer eens omduwen? Niet ik, maar het programma heeft invloed. We bedrijven activistische journalistiek. Niet alleen de misstanden vastleggen, maar ze aanpakken. Dat schept verantwoordelijkheid en het maakt ons kwetsbaar. Het moet echt kloppen. De mensen denken: nu komt het goed, want Radar heeft er aandacht aan besteed. Hoe groter de zaak, des te meer druk komt er op te liggen.”

Op het online forum van Libelle stond een verhaal over een timmerbedrijf dat failliet ging na te zijn behandeld in Radar.

„Dat verhaal ken ik niet, maar we zijn er niet om bedrijven kapot te maken. We kiezen bijna alleen grote bedrijven. KPN en Ziggo duw je niet zo makkelijk om.”

Het gaat verder dan activisme. U treedt op als rechter. De boosdoener moet bij u aan de glazen tafel komen om publiekelijk te worden veroordeeld.

„Ik zie mezelf liever als aanklager. Overigens hoeft zo’n gesprek niet op een veroordeling uit te lopen. Als je een goed verhaal heb, kun je een zaak ten goede keren.”

Er zitten toch mensen die de consument hebben benadeeld?

„Ja, maar dat hoeft niet het einde te zijn. We hadden een meubelzaak die berucht was om zijn eindeloze levertijden. We hadden al beelden van gedupeerden op sinaasappelkistjes die op hun nieuwe meubels zaten te wachten. Die meubelman kwam naar de studio en zei: ‘Ik zag uw oproep en ik dacht meteen: dat zijn wij. Maar dat gaan we allemaal oplossen en binnen vier weken komt alles goed’. En dat heeft hij waargemaakt.”

Activisten raken gefrustreerd door de hardnekkigheid van het wereldleed. Heeft u daar last van?

„Nee, ik blijf optimistisch. Natuurlijk lossen we niet alle misstanden op, en veel blijft voortduren. Maar wij kunnen wel sommige mensen heel concreet helpen, sommige regels veranderen en veel mensen bewust maken: geloof niet alles wat je hoort of ziet.”

In een persiflage in het programma De TV Kantine lieten ze u zeggen: ‘Ik kijk wel streng en boos, maar eigenlijk zit ik me enorm te verheugen’. Is dat zo?

„Als ik streng en boos kijk, dan ben ik ook echt streng en boos. We hebben nu weer die zaak van die orthopedisch chirurg van het Waterlandziekenhuis in Purmerend, die tientallen mensen invalide heeft gemaakt. Als ik hoor van een driejarig meisje met een gebroken arm die door zijn ingreep moest worden afgezet, dan ben ik oprecht geraakt. Vooral als blijkt dat de andere artsen hem altijd de hand boven het hoofd hebben gehouden. De artsencode is blijkbaar sterker dan de eed van Hippocrates, die hun gebiedt om hun patiënten te beschermen.”

Maar u verheugt zich toch ook wel bij een succes?

„We zijn niet in een zuur gevecht gewikkeld net het bedrijfsleven. We zijn vaak heel vrolijk hier. Die koffiezaak was geestig. Of die keer dat we een middel tegen winderigheid bedachten, om te onderzoeken hoe de farmaceutische industrie tegen betaling van alles gedaan krijgt, zelfs een verhaallijn over winderigheid in Goede tijden slechte tijden.”

    • Wilfred Takken