Liberale hypocrisie

Wat bezielt onze liberalen? Terwijl de wereld in brand stond, stelde VVD-Kamerlid Jeanine Hennis voor om in Nederland wat grondrechten aan te passen: het dragen van hoofddoekjes in openbare instellingen als scholen, universiteiten en gemeentehuizen zou verboden moeten worden. Niet alleen hoofddoekjes, trouwens. Alle religieuze symbolen. „Alle religies zijn daarbij voor mij gelijk.” Hennis zou over deze kwestie graag „in alle rust” het debat willen voeren. Maar dat zou vast niet lukken, want „de christelijke partijen beschouwen dat gelijk als een aantasting van de vrijheid van godsdienst”.

Het heeft weinig zin alleen thuis op de bank een hoofddoek om te doen

Die religieuzen ook: altijd maar nemen. Altijd maar respect eisen, voorrechten claimen, en intussen de indruk wekken dat ze veruit superieur zijn aan mensen die hun God links laten liggen.

Het flirterige interview met Hennis in De Pers („Vind je dat ik te vaak hetzelfde draag?”) riep veel boze reacties op, maar niet alleen van gelovigen. Het waren vooral liberale geesten die Hennis „in alle rust” uitlegden dat scheiding tussen Kerk en Staat niks te maken heeft met het dragen van religieuze symbolen door een individu. Bij hoge publieke functies ligt dat anders. Daar wordt gezag getoond door uniform of toga – niemand wil een agente met een hoofddoekje of een rechter met een keppeltje. Daarover is geen discussie.

Scheiding tussen Kerk en Staat komt voort uit de Verlichting; het is diezelfde Verlichting die het individu de vrijheid geeft te geloven wat hij wil, zolang hij een ander hetzelfde gunt. Je mag die overtuiging ook tonen in het openbaar, dat is essentieel voor die vrijheid. Het heeft weinig zin alleen thuis op de bank een hoofddoek om te doen. Het is zo simpel, dat je het een liberale politica niet zou moeten hoeven uitleggen. Hennis zet verlichtingsargumenten in tegen de Verlichting. Uit naam van een algemene neutraliteit wil ze persoonlijke vrijheid inperken.

Die kronkel is alleen logisch wanneer je de hoofddoek niet als een uiting van vrijheid ziet, maar als een aanslag op jouw vrijheid. Zo denkt de PVV erover: hoofddoekjes zijn een uiting van het kwaad, de apothekersassistente met hoofddoek is een vooruitgeschoven post van een enge bezettingsmacht. De PVV heeft geen last van de ingestudeerde neutraliteit van Hennis. Kruis en keppeltje horen bij ons, de hoofddoek niet.

Je kunt het daarmee oneens zijn, hypocriet is het niet. De PVV mag nog zo vaak de geloofsartikelen van de Verlichting aanhalen wanneer „de achterlijke islam” bestreden moet worden, de beweging zelf is een product van de contraverlichting. De nadruk ligt namelijk niet op gedeelde menselijke waarden, maar op onze bedreigde eigenheid. Vrijheid en gelijkheid zijn voor hen relatieve begrippen. Het gaat om onze vrijheid, onze cultuur, onze geschiedenis, onze manier van leven. In Limburg weten ze er alles van.

Voor oprechte liberalen is zulke cultuurpolitiek uit den boze. Wat voor de een geldt, geldt ook voor de ander, dus: alle religieuze symbolen uit overheidsinstellingen. Maar juist die schijn van neutraliteit maakt het gebabbel van Hennis ergerlijk. De afkeer van de hoofddoek in de samenleving gaat terug op een cultureel onbehagen – dat weet zij ook wel. Maar dat kan alleen gesuggereerd worden, want het gaat recht in tegen de liberale principes.

De uitspraak van Mark Rutte dat Nederland moet worden ‘teruggegeven’ aan de Nederlanders laat eenzelfde dubbelhartigheid zien. Je kunt die woorden liberaal interpreteren, als een statement tegen overheidsbemoeienis – of als een geniepige bekering tot het antiverlichtingsdenken, waarin cultuur en collectieve eigenheid zaligmakend zijn.

In die bekering zijn Ruttes voormalige partijgenoten Verdonk en Wilders hem voorgegaan. Het wordt tijd dat de liberalen open kaart spelen. Hoe verhoudt hun liberalisme zich met de groeiende behoefte aan culturele identiteit? De gespeelde neutraliteit van Hennis is, ironisch genoeg, even krampachtig als die van politiek-correcte bestuurders die het kruis van de mijter van Sinterklaas halen en de kerstboom uit het schoolgebouw, uit angst ‘andersgelovigen’ te kwetsen. Hennis gaat geen discussie aan, ze gaat haar uit de weg.