Vrouw verleidt, man wijst af

Patrice Chéreau bracht in Parijs ‘Rêve d’Automne’, van de Noorse toneelschrijver Jon Fosse, volgende week te zien in Amsterdam. Hierna doet hij Fosse in Londen. „Je kan Fosse overal doen, behalve in Italië. Daar zijn ze te uitbundig.”

Director Patrice Chereau, center, rehearses the opera "From the House of the Dead" by Leos Janacek at the Metropolitan Opera in New York, U.S., on Nov. 5, 2009. It will be Chereau's Met debut, as well as for the conductor Esa-Pekka Salonen. Photographer: Ken Howard/Metropolitan Opera via Bloomberg EDITOR'S NOTE: NO SALES. EDITORIAL USE ONLY.
Director Patrice Chereau, center, rehearses the opera "From the House of the Dead" by Leos Janacek at the Metropolitan Opera in New York, U.S., on Nov. 5, 2009. It will be Chereau's Met debut, as well as for the conductor Esa-Pekka Salonen. Photographer: Ken Howard/Metropolitan Opera via Bloomberg EDITOR'S NOTE: NO SALES. EDITORIAL USE ONLY. Via Bloomberg

Een man en een vrouw ontmoeten elkaar. Ze zijn blij verrast elkaar te zien, na jaren. Hij zegt licht verwonderd tegen haar: „Nee, ben jij het?” Waarop zij verlegen antwoordt: „Zeker.. ja.” Daarna volgt een stilte. Met haar schoenpunt trekt ze een cirkel door het grind. Zo begint het toneelstuk Droom in de herfst (Rêve d’Automne) van de Noorse toneelschrijver Jon Fosse. Hij heet Man en zij heet Vrouw. Meer niet. Ze komen elkaar tegen op een kerkhof.

„Deze allereerste scène moet je met passie spelen,” licht de Franse regisseur en cineast Patrice Chéreau (1944) toe. „De toeschouwer moet meteen weten dat deze man en vrouw een hartstochtelijk liefdesleven achter zich hebben, elkaar lange tijd niet hebben gezien en nu opeens blikken ze elkaar opnieuw in de ogen, slaat het vuur over.” Chéreau brent een kort bezoek aan de Stadsschouwburg van Amsterdam, waar zijn versie van Rêve d'Automne te zien zal zijn, in het Frans gespeeld met Nederlandse boventiteling. Chéreau is cineast, opera- en theaterregisseur. In 1976 regisseerde hij, toen 31, Wagners Der Ring des Nibelungen op het Festival van Bayreuth. Pierre Boulez dirigeerde deze geruchtmakende enscenering. Chéreau verplaatste de handeling naar de negentiende-eeuwse industriële revolutie, en daar waren de gezagsgetrouwe Wagnerianen niet zo van geporteerd. Tot zijn mooiste films behoren Gabrielle, met Isabelle Huppert in de hoofdrol, en Intimacy. Na deze Rêve d'Automne begint hij, in Londen bij het National Theatre, aan een nieuwe regie van een stuk van Jon Fosse, I Am The Wind. „In alle Europese theaterlanden kun je Jon Fosse spelen”, zegt hij, „alleen niet in Italië. De Italiaanse stijl is te uitbundig. Frankrijk, dat gaat net.”

Chéreau zegt het om aan te geven hoe Fosse gespeeld moet worden. „De keren dat ik werk van hem op het toneel zag, was het veel te koud, te cerebraal. Dat klopt misschien met zijn werk, althans aan de oppervlakte. Mensen zijn zwijgzaam, er vallen eindeloze stiltes, ze geven hun innerlijk nooit prijs. Zo denken we dat Scandinavische toneel- en filmkunst moet zijn omdat we alleen maar naar Bergman hebben gekeken. Maar intussen is het passie die de personages drijft. Natuurlijk strekken zich soms ijszeeën van stilte tussen hen uit. Maar toch, er is passie – noem het Noorse passie. Die paradox moet je als regisseur vangen. Zonder die passie breng je maar een halve Jon Fosse.”

Chéreaus versie van Droom in de herfst zorgde in Parijs voor ophef. Plaats van handeling is een kerkhof, maar Chéreau koos als locatie voor de première de befaamde Salon Denon van het Louvre, een imposante schilderijenzaal behangen met negentiende-eeuwse Franse schilderkunst. Chérau: „Vrijwel alles kan op het podium, maar een kerkhof niet. Toeschouwers geloven nooit dat daar dode lichamen liggen. Toen dwaalde ik een keer langs die schilderijen, en kwam op het idee Droom in de herfst daar op te voeren.” Bovendien, zo voegt hij toe: „Jon Fosse kwam kijken. Hij vond het in orde, hij zei: ‘Hoe minder kerkhof, hoe beter.’”

En de Parijzenaars waren niet beledigd dat u hun Louvre tot kerkhof bestempelt? Chéreau lacht: „Maar musea zíjn ook begraafplaatsen, en dat bedoel ik niet denigrerend. Nergens anders voelt de mens zich zo nietig, wordt hij geconfronteerd met het voorbijgaan van de tijd. Oog in oog met kunstwerken uit vroeger eeuwen besef je sterk dat de tijd verstrijkt, dat wij een minuscuul onderdeel zijn van een reusachtige historie. In Droom in de herfst speelt het voorbijgaan van de tijd een cruciale rol, hoewel het lastig is te achterhalen hoe de tijd precies verloopt. De Man en Vrouw komen elkaar tegen op het kerkhof, waar de begrafenis van de grootmoeder van de man plaatsvindt. De vrouw weet dat, kennelijk. Daarom is zij gekomen, om hem te ontmoeten. Aan de manier waarop ze, als in een choreografie, om elkaar heen draaien, naar elkaar neigen en weer terugtrekken, bemerkt de toeschouwer dat ze een gedeeld verleden hebben. De vrouw vuurt aan, zij kan hun liefde niet vergeten. De man is terughoudend; hij zegt geen ja en hij zegt geen nee.”

Voor Chéreau biedt een museumzaal ook erotische prikkels. „Loop maar eens rond tussen de bezoekers,” legt hij uit. „Zie eens hoe mannen en vrouwen elkaar volgen, lonken, elkaar zoeken met hun ogen en hun blikken niet alleen laten dwalen over de schilderijen, ook over elkaars lichaam. Het is net een dans. Ik heb dat vaak gezien. Ook dat inspireerde me tot deze regie. Ik had nauwelijks enkele bladzijden van Droom in de herfst gelezen, of ik wist al dat ik dit stuk wilde regisseren in die museumzaal. Nadeel is de slechte akoestiek, het is net een kathedraal.” Na het Louvre verplaatste Chéreau Droom in de herfst naar het Théâtre de la Ville in Parijs. Nu is de Droom geen locatievoorstelling meer, maar een reguliere vertoning. Op het podium is wel de Louvre-zaal nagebouwd, zo werkelijkheidsgetrouw dat de toeschouwer zich in het museum waant. Dit decor zal straks ook staan in de Amsterdamse Stadsschouwburg.

In het Parijse theater zitten de toeschouwers als in een waaier rond de speelvloer. Het decor is zo geplaatst, dat we van de ene zaal naar de andere kijken. De buitensporig hoge decorwanden met de schilderijen maken de spelers inderdaad nietig. Desalniettemin slagen ze erin met prachtig bewogen spel aan die imposante ruimte een zinnelijke elektriciteit te geven.

In Chéreau’s visie houdt de man de vrouw met leugens op afstand. „Hij liegt drie keer. Eerst zegt hij dat hij een vrouw heeft. Dat is niet waar, hij is getrouwd maar leeft alleen. Daarna zegt hij dat hij ‘trouw’ is, en dat is ook niet zo. Hij verleidt vrouwen zodra hij kan. En hij is depressief. Dat straalt hij ook uit. Ik noem hem een ‘depressieve verleider’. Tot slot zegt hij dat hij de zorg draagt voor een zoon. Ook dat klopt niet. Hij heeft weliswaar een kind, maar dat heeft hij verwaarloosd. Drie keer boort hij de hoop van de vrouw de grond in. Zij is jonger dan hij. Zij wil een kind. Hij niet. Daarom duwt hij haar weg. Bij Fosse is het altijd gissen naar werkelijke bedoelingen. Maar in de drie leugens van de man vond ik de sleutel. En kon ik aan actrice Valeria Bruni-Tedeschi de aanwijzing geven dat ze al haar vrouwelijk raffinement in moet zetten om hem toch in te palmen. Acteur Pascal Greggory weigert, wijst af, is koud als de grafsteen op een kerkhof.”

Juist door de openheid van de teksten van Fosse is het interessant na te gaan hoe zijn stukken in verschillende landen geïnterpreteerd worden: „Ik zag in Scandinavië kille en introverte ensceneringen, net als in Duitsland. Engeland is trouwens het enige land waar hij nooit eerder is opgevoerd. Dat is de reden dat ik I am the wind in Londen ga doen. Het regisseren van theater heeft alles met culturen van doen, hoewel we graag willen dat theater abstract is. Dat is niet zo. Het toneel in Engeland is op extreme wijze gebonden aan klasseverschillen. De personages van Fosse hebben geen naam, ze heten Man, Vrouw, Grootmoeder. Ze zijn nooit gebonden aan enige klasse.”

Gesteld voor de vraag naar zijn drijfveren, naar zijn start ooit als regisseur, zegt hij: „Ik probeer niet zozeer mijn innerlijke roerselen van toen te achterhalen, als wel erachter te komen waarom ik nú nog steeds regisseer. Waarom ik nog altijd probeer verhalen te vinden die ik met andere mensen wil delen. Misschien moet ik dan toch naar mijn jeugd in Parijs. In de bioscopen aan het eind van de jaren vijftig, begin zestig, kon je alle Duitse expressionistische films zien die je maar wilde, en ook Citizen Kane van Orson Welles en films van Eisenstein. Die oude films waren overal. Er was volop toneel, vooral van Brecht. Voor mij kwam de eerste grote schok toen ik een regie van De goede mens van Sezuan zag in de regie van Giorgio Strehler van het Piccolo Theater uit Milaan. Dat was het begin van mijn opvoeding. Op mijn vijftiende begon ik zomaar, spontaan, op het schoolplein een toneelspel te regisseren. Ik gaf mijn klasgenoten aanwijzingen, droeg de decorstukken aan. Opeens was ik regisseur. Mijn vader was kunstschilder. Hij was altijd alleen met zijn doeken. Dat wilde ik niet. Ik wil mijn ideeën en gedachten delen met anderen, daartoe is theater het geëigende middel. Theater is gezamenlijk iets beleven, iets uitdrukken. Als ik regisseer dan ben ik omgeven door collaborateurs.”

Als Chéreau een film regisseert, beschouwt hij zichzelf als schrijver van het script, en ook van de beeldtaal. Regisseert hij daarentegen een toneelstuk, dan is hij daarvan „slechts de regisseur, de vormgever”. „Alle theater begint met de taal van de schrijvers,” zegt hij. „Die taal moet je eerbiedigen. Ik zal nooit een toneelstuk ingrijpend veranderen en bewerken, zoals zo veel regisseurs doen. Daarmee doe je de auteur onrecht.”

Al beklemtoont Chéreau herhaaldelijk dat je als regisseur en als speler moet gissen naar de werkelijke beweegredenen van de karakters, wie Pascal Greggory en Valeria Bruni-Tedeschi in deze Rêve d'Automne heeft gezien zal ervaren hoe zij hun karakters laden met emotie. Schitterend zoals de Vrouw in haar korenbloemblauwe jurk rent en beweegt en hem in haar wereld wil betrekken. En hij, Man, wijst haar af, verschuilt zich in zijn oude jas. En toont wanhoop over zijn eigen onmacht. Fosses werkt lijkt misschien gesloten, de spelers maken het toegankelijk.

Rêve d'Automne van Jon Fosse door Théâtre de la Ville, Paris. Regie: Patrice Chéreau. Stadsschouwburg, Amsterdam 24,25/3. Inl: ssba.nl