De sociaal-nationalistische PVV

Volgens de Wet van Godwin – uit 1990 van internetspecialist Mike Godwin – eindigt elk dispuut op internet vroeg of laat in een vergelijking met Hitler of de Tweede Wereldoorlog. Wie als eerst met ‘Godwinnen’ begint, heeft volgens internetters het debat verloren.

Waarom mogen we de situatie in Nederland niet vergelijken met de toestand voor de oorlog, vroeg de socioloog Anton Zijderveld zich afgelopen dinsdag af in het Verzetsmuseum in Amsterdam. Hij was daar, op uitnodiging van Historisch Nieuwsblad, voor een gesprek over de verschillen en overeenkomsten van de PVV en de NSB.

Zijderveld weet waarop de irritatie over het erbij halen van de jaren dertig en veertig is gebaseerd. Nog niet zo lang geleden ging Nederland gebukt onder wat hij „het ideologische multiculturalisme” noemt, waarin niets onaardigs mocht worden gezegd over allochtonen. Wie iets kritisch zei, was meteen een fascist. De oorlog werd in die tijd volledig gebanaliseerd.

Intussen heeft het ideologische multiculturalisme afgedaan. We kunnen weer lessen trekken uit de geschiedenis. Zijderveld: „Ik zeg niet dat NSB en PVV identiek zijn, maar er is een onmiskenbare familiegelijkenis.”

Beide zijn bewegingen, in plaats van partijen met kaderleden en statuten. Ze geloven beide in één leider, die geen burgers aanspreekt, maar een ‘volk’, dat wordt onderdrukt door een ‘elite’. Zijderveld: „De NSB was nationaal-socialistisch, de PVV is eerder sociaal-nationalistisch. Eigen oudjes eerst en weg uit Europa.”

De aanwezige historici waren het maar gedeeltelijk eens met Zijderveld – de PVV is eerder cultureel gefundeerd dan ideologisch en anders dan Mussert heeft Wilders geen samenhangend toekomstvisioen. In het fascisme is het volk onwetend of vervreemd. Het dient in elk geval te worden heropgevoed. Volgens Wilders is het volk, gepersonifieerd in Henk en Ingrid, ‘zuiver’ van karakter en heeft het per definitie gelijk. Ook de armoede van de jaren dertig is onvergelijkbaar met tegenwoordig. Zijderveld zegt dat de rancune van toen wel degelijk te vergelijken is met die van nu.

Dan het vijandbeeld – de NSB werd geleidelijk antisemitisch, de PVV is van oorsprong anti-islamitisch. Moslims vormen geen eenduidig ras. Dit probleem lost Wilders op door te zeggen dat hij niet de moslims bestrijdt, maar de islam. Dat is een drogreden, omdat geen moslim bestaat zonder islam. Daaraan voegt Wilders het idee toe van een ‘essentiële islamitische aard’, die intrinsiek kwaadaardig en onveranderlijk is – de takiyya. Zo heeft hij het racisme van de NSB niet eens meer nodig.

Onhandig voor Wilders is de verdeeldheid onder moslims, die volgens een van de sprekers zo groot is dat ze niet eens een eigen omroep kunnen beginnen, hoewel het geld daarvoor klaarligt. Zijderveld: „Iedere splintergroep binnen de islam wil een eigen moskee. Wilders zegt dan: de islam groeit. De waarheid is dat de islam juist versplintert.”

Kennen de NSB en de PVV meer overeenkomsten of verschillen? Het belangrijkste verschil lijkt mij vooral te liggen in het vijandbeeld zelf – de moslims die, naarmate aanslagen uitblijven, steeds moeilijker kunnen worden weggezet als potentiële terroristen. Wilders zal steeds meer beschuldigingen en beledigingen uit de kast moeten halen om moslims te presenteren als een collectief, met een gemeenschappelijke en voor het Westen uiterst gevaarlijke aard.

Misschien heeft Wilders zelf wel te vroeg een ‘Godwin’ ingezet, toen hij de Koran vergeleek met Mein Kampf. Strikt genomen had hij het debat op dat moment al verloren.