Mondige ouders, lastige leerlingen

Werken op de basisschool is best wel zwaar. Nieuwe vakken, groeiende prestatiedruk, veeleisende ouders, veel overleg en administratie. En dan moet de school ook nog ‘leuke dingen’ organiseren.

Nederland, IJsselstein, 3-3-2011. . Foto Maarten Hartman. Openbare basis school De Trekvogel.
Nederland, IJsselstein, 3-3-2011. . Foto Maarten Hartman. Openbare basis school De Trekvogel. Maarten Hartman

Tussen de middag loopt de juf van groep 8 langs bij directeur Ed Booms. Een van haar leerlingen heeft zich die ochtend drie kwartier opgesloten in de wc. Daarna heeft hij zijn sleutels gepakt en is naar huis gefietst. Hij was boos over de nieuwe groepsindeling, wilde niet in een groep met vier meisjes. Ze heeft zijn ouders gebeld en wil even bespreken wat ze verder nog moet doen.

Docent in het basisonderwijs is een zwaar beroep. Het verzuim ligt met 6,1 procent (2009) ruim boven het landelijk gemiddelde (4,3 procent), en is hoger dan bijvoorbeeld in bouw en industrie (5,5). Basisschool De Trekvogel heeft vijf langdurig zieken, onder wie de directeur. ‘Bovenschools directeur’ Ed Booms, die haar vervangt, heeft vorig jaar voor zijn team een tweedaagse sessie bij een extern bureau geregeld, om te voorkomen dat nog meer mensen omvallen.

Wat maakt het beroep zo zwaar? Elf mogelijke oorzaken.

Mondige leerlingen

Leerlingen horen meer, zien meer en zeggen meer dan vroeger. Docent Marjo Tresoor (55) van groep 7 schrijft dat vooral toe aan de opvoeding. „Ik zei in het bijzijn van mijn dochters geen dingen die niet voor hun oren bestemd waren. Hoor nu eens wat moeder met de buurvrouw bespreekt waar Jantje bij staat. Dan krijgt hij daar ook een mening over.” En dan de tv. „Ik keek Pipo. Nu is het SpangaS, GTST, Jeugdjournaal.” Het geeft wel een leuke band met kinderen, zegt ze. „Ik heb een hoogbegaafd meisje in de groep. We zijn allebei niet voor Rutte. Maar we zeggen wel: laat hem het maar eens proberen.”

Mondige ouders

Ouders eisen dat hun kind de aandacht krijgt die het volgens hen verdient. Sommige ouders stappen zelfs naar de rechter om goed onderwijs af te dwingen. „Dat risico wil een school niet lopen”, zegt directeur Ed Booms. „Veel scholen zijn bang voor ouders.” Hij ziet onder ouders ook steeds meer ‘consumentengedrag’: „Pietje moet dit, Pietje moet dat.” De Trekvogel probeert veel en goed met ouders te praten. „Als er iets is: meteen bellen. Ouders niet pas op de rapportavond overvallen met de ellende van weken of maanden.”

Het imago

„Mensen denken dat je een luizenbaantje hebt”, zegt docent Annelies Kolen, groep 5. „Drie uur klaar, half vier thuis, lange vakanties.” In haar tijd leerde je op de pedagogische academie dat het onderwijzerschap een way of life was. Je moest je lokaal versieren, zelf de lessen leuker maken met extra materialen. „Nog steeds zoek ik thuis filmpjes die bij de lessen passen. Dan ben je zo drie kwartier verder.” Kolen kreeg een paar jaar geleden een burn-out. „Ik heb moeten leren ook eens een dag niets te doen, bijvoorbeeld in het weekend.”

Prestatiedruk

Alle leerlingen maken Cito-toetsen, het hele jaar door. Die meten hun vorderingen, maar zeggen ook iets over de prestaties van de docent. „Als kinderen steeds slecht scoren op spelling, is dat toch reden om eens met hun juf te gaan praten”, zegt Ed Booms. En doet de school dat niet, dan wel de Onderwijsinspectie, die kan ‘inlezen’ op, zeg, de tussentoetsen van groep 6 van elke willekeurige school. „We worden steeds meer afgerekend op getallen.”

Maatschappelijke verwachtingen

Volgende week is de Week van de Lentekriebels. Dan besteden basisscholen aandacht aan relationele en seksuele vorming. „Ongelooflijk belangrijk”, zegt Booms. Maar er is ook de Week van de Techniek, het Nationaal Schoolontbijt, de Voorleesweek. „Ik kan er een schooljaar mee vullen.” Er komen vakken bij. Techniek. Engels. Bij ‘sociale redzaamheid’ leren kinderen onder meer hoe zich te gedragen in het verkeer. En sinds 2006 zijn basisscholen verplicht aandacht te besteden aan ‘actief burgerschap en sociale integratie’.

Leuke dingen

Ouders kiezen een school vaak uit op leuke extra’s als een zomerfeest, festival, carnaval. Een herfsttraditie van De Trekvogel is de laagste klassen te stofferen met een dikke laag bladeren. „Vinden de kinderen geweldig”, zegt Booms. „Maar er zijn vijf leerkrachten bezig dat op zondag in te richten, en nog eens vijf om het op woensdagmiddag weer op te ruimen.” Hij vindt dat de school dat beter moet aanpakken. „Dat zijn wel heel dure uren. Terwijl we hier ook stagiaires hebben rondlopen.”

Administratie

Verslagen van oudergesprekken. Resultaten van toetsen. Handelingsplannen. Marjo Tresoor vindt dat ze veel moet documenteren. Als vroeger een kind iets niet beheerste, ging ze een middagje bij hem zitten. „Nu moet je overal onderzoek naar doen en er een verslag van maken. Ik snap het best, de inspectie moet het weten. Maar ik krijg het niet af in de tijd die ervoor staat. De administratie doe ik in mijn vrije tijd.”

Deeltijdwerk

Jos Theisens (31) staat op dinsdag en woensdag voor groep 6, als vervanger van een zieke. Werken in deeltijd kost veel tijd, merkt hij. „Je maakt meer uren dan als je alles zelf zou doen.” Elke week twee keer overdracht. Als er iets speelt – lastig oudergesprek, tegenvallende toets – belt hij zijn collega, ook in het weekend. „Dan hang je zo anderhalf uur aan de lijn.” Gaat dat van zijn vrije tijd af? „Ligt aan je eigen planning.”

Grote groepen

De gemiddelde klassengrootte is 25 tot 30 leerlingen. „Jaren geleden had ik een klas van twintig kinderen met vier dyslecten”, zegt Annelies Kolen. „Ik had het gevoel dat ik perfect onderwijs gaf. In een grotere groep is dat veel lastiger. Het voelt niet fijn als je kinderen niet kunt geven wat je ze eigenlijk moet bieden.”

Lastige leerlingen

Is de verleiding soms niet groot een moeilijke leerling door te sluizen naar een speciale school? „Als leerkracht kan ik niet zeggen: Goh, ik red het niet met dat kind, ik wil hem weg hebben”, zegt Kolen. „Je moet overleggen, er moet onderzoek gedaan worden. Een school moet kunnen bewijzen er alles aan gedaan te hebben. En de uitdaging is toch te zorgen dat het wel goed gaat met dat kind.”

Slecht management

Leerkrachten moeten zich gesteund weten door de directie, zegt Ed Booms. Ze moeten zich vrij voelen dingen te bespreken die niet goed gaan, en hulp durven vragen. Als dat niet zo is, doet een directie iets niet goed.

Die middag praat hij een half uur met de rebel uit groep 8, die ’s middags in opdracht van zijn boze ouders gewoon weer naar school gekomen is. Hij krijgt te horen dat hij in elk geval de gemiste lestijd moet inhalen. En als hij thuis geen straf krijgt, krijgt hij straf op school. „Ruzie met mijn ouders vind ik ook een beetje straf”, probeert hij. „Dat is dan eigen schuld dikke bult”, zegt Booms.

„Met dit jochie is te praten”, zegt hij na afloop. „Er zijn ook kinderen waar niet mee te praten valt. En dan ben je daarna nog dagen met de ouders bezig.”