Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Liberalen en de PVV

Uit mijn onmiddellijke omgeving kreeg ik tijdens de kabinetsformatie vorig jaar nogal indringende vragen over de gedoogsamenwerking met de PVV. Ik was bepaald de enige niet die dat overkwam. En de honderden mailtjes logen er ook niet om. Er zaten hele emotionele en ook behoorlijk onbeschofte tussen.

Hoewel ze nogal eens voorbij wandelden aan het gegeven dat eerdere coalitiepogingen mislukt waren, begreep ik de kern van de zorgen heel goed. De PVV heeft enge trekjes. Het bekendst is de kopvoddentaks. Ik zat er eind 2009 bij toen Wilders dit merkwaardige begrip tijdens de Prinsjesdagdebatten introduceerde en je voelde een schok door de parlementaire gelederen gaan, ook de onze. Terwijl we er rationeel op waren voorbereid: kort daarvoor hadden we intern de analyse gemaakt dat Wilders steeds hoger op de escalatieladder zou moeten klimmen om de pers in dezelfde excessieve mate te kunnen blijven boeien als tot dan toe reeds geschied was. En ook dat hij de bereidheid daartoe had.

Historici moeten er later het verlossende woord maar over spreken, maar voor mij staat inmiddels vast dat Alexander Pechtold en Femke Halsema aan Wilders bovendien een enorme dienst bewezen hebben door hem keer op keer te interrumperen op de manier zoals ze hebben gedaan. Het over en weer profileren is over en weer profiteren geworden. Waarbij Wilders uiteindelijk het best geboerd heeft in zetels.

Erger dan Bosma’s kopvodbedenksel vond ik dat Wilders zijn goedgedrilde schare een half jaar eerder demonstratief had laten weglopen uit een parlementair debat, omdat de historische precedenten van een dergelijke exodus mild gezegd niet vrolijk stemmen.

En dan toch samen regeren, althans gedogen?

Ja, want er staat geen onvertogen of ongrondwettelijk of onheus voorstel in het regeerakkoord. Verder was zéér serieus eerst geprobeerd een paars kabinet te maken, serieuzer dan een fiks deel van de VVD-achterban lief was – alle latere complotfabeltjes ten spijt. En ten slotte zit er nu een kabinet dat een aantal zaken kan aanpakken, waar in geen veertig jaar politieke ruimte voor was. Alleen al voor mijn onderwijsportefeuille kan ik zo een stuk of tien belangrijke onderwerpen noemen. En dat geldt op alle departementen. De beweging naar minder staat en meer eigen verantwoordelijkheid, naar minder pamperen en meer zelfredzaamheid, naar over de hele linie een ruk naar reëel en ophouden met steeds meer overheidsballen in een al overvolle kerstboom – die beweging is me wel een serie kritische vragen over de gedoogrol van de PVV waard.

Onderbelicht is voorts gebleven – tot grote onderhuidse ergernis van de oppositie – dat dit kabinet veel hechter functioneert dan menig ‘gewoon’ kabinet. Het tweede kabinet-Van Agt in 1981 was als meerderheidskabinet vele malen wankeler dan het huidige en ook het tweede kabinet-Kok functioneerde vanaf 1999 uiterst moeizaam, terwijl het economisch de wind in de rug had.

Er is afgelopen zomer scherp over de politieke afspraken onderhandeld, maar Wilders komt ze wel nauwgezet na. Uiteraard zijn vraagtekens te plaatsen bij zijn fractie en natuurlijk gaan ook bij ons de wenkbrauwen weleens ver omhoog. Afgelopen week nog leverde de club een allerbelabberdst brabbelverhaal bij een debat over de ongewenstheid van het mengen van zwarte scholen. Wat raar is, want ze hebben ook een oud-leraar in de fractie, Harm Beertema, die wel van wanten weet, maar die het woord niet voerde.

Het is een nogal divers gezelschap, die fractie. Met een man als Martin Bosma deel ik de verwondering en ergernis over de jaren tachtig in intellectuele kringen. Over de marxistische gekte van die tijd valt soms een aardige boom op te zetten. Wilders heb ik onlangs voor het eerst pas gesproken, nogal persoonlijk en indringend, veel toegankelijker dan ik vooraf meende. En met genoemde Beertema zit ik sterk op dezelfde lijn waar het over scholen gaat. Van meer fractiegenoten hoor ik dat ze professioneel en normaal zaken doen met PVV-collegaparlementariërs.

Grosso modo, op het ene, benoemde punt na dat de islam voor het kabinet een religie is en voor de PVV een gevaarlijke ideologie, valt er heel behoorlijk politiek te bedrijven.

Vind ik het dus nu ineens ook verantwoord om raddraaiers en tuig door de knieën te schieten? Nee, dat vind ik niet en iemand die zoiets voorstelt, wie dan ook, zegt in mijn ogen nog steeds iets doms en onverantwoords. Pikant is dat ik dit soort dingen door PVV’ers ook niet meer hoor zeggen, meld ik tenslotte nog even aan de heftigste critici van deze kabinetsconstructie.

Dat stemt wellicht tot nadenken.

Ton Elias is Tweede Kamerlid voor de VVD. Hij schrijft deze column om beurten met Jolande Sap (GroenLinks) en Martin Bosma (PVV).