Het is te veel voor ons

De Japanners ondergaan de gevolgen van de natuurramp in hun land doorgaans kalm.

Maar in Natori groeit de frustratie. „Jullie zitten hier lekker in de warmte.”

Bezorgd fluistert Chizuko Nakajima dat de mensen al boos beginnen te worden. Zij is een van de tientallen ambtenaren in Natori die hun bureau hebben verlaten en nu rijstballetjes draaien voor de slachtoffers van de aardbeving in Japan. Het stadhuis is ingericht als informatiepunt en wemelt van de burgers die zoeken naar hun naasten.

Veel mensen klagen dat er te weinig eten is, vertelt Nakajima. Bewoners werden kwaad toen het stadsbestuur alleen de mensen in noodopvang te eten gaf – in de hele plaats is nauwelijks iets te krijgen. Maar, voegt ze er haastig aan toe: „Japanse mensen zullen nooit rellen gaan schoppen.”

Even later krijgt ze bijna ongelijk. Ze neemt haar buitenlandse gast mee naar de derde verdieping, waar haar collega’s vanachter hun bureau de hulpverlening coördineren. Maar daar staat een vrouw met mondkapje op met overslaande stem tegen hen te krijsen. Met zachte stem proberen de mannen haar te kalmeren.

„Ze schreeuwt: jullie zitten hier lekker in de warmte en met alle voorzieningen, terwijl sommige mensen hun hele huis zijn kwijtgeraakt”, legt Nakajima uit, waarna ze haar gast haastig wegtrekt. „Het is ook wel zo dat het niet zo goed functioneert, het is gewoon te veel voor ons.” Ze zegt dat mensen willen weten hoe ver de autoriteiten al zijn met het herstellen van de wegen, wanneer de elektriciteit het weer doet, wanneer ze weer benzine en eten kunnen krijgen. Het is ook de reden dat de burgemeester nog niet bij de slachtoffers in de opvang langs is geweest – straks gaan die hem nog bestoken met hun klachten. „En ze willen weten wie er dood zijn en wie nog in leven.”

Ook een collega van Nakajima wacht op slecht nieuws. Toen zijn vrouw het tsunami-alarm hoorde, legde ze hun pasgeboren baby even weg om haar schoonmoeder de trap op te helpen. Daarna bracht ze haar eigen moeder – langzaam – op veilige hoogte. Maar toen ze terugging om haar kind te halen was ze te laat: ze werd door de vloedgolf meegesleurd. Sindsdien heeft hij haar niet meer gezien.

De identificatie van de slachtoffers in Japan verloopt langzaam. In Natori worden de lichamen naar een sporthal gebracht. Bij de kinderopvang ernaast kunnen mensen aangeven wie ze missen, nadat ze eerst een nummertje hebben getrokken. Hoe oud zijn ze, wat dragen ze, hoe zien ze eruit? Van de 118 lichamen in de sporthal stonden er gisteren pas 24 op de lijst met doden, die in het stadhuis is opgehangen.

Voor de sporthal staan de simpele houten lijkkisten al opgestapeld. We hebben er 300 gehad, vertelt Bing Kimuri, die daar de leiding heeft. „We denken dat het niet genoeg zal zijn.” Hij maakt zich zorgen over de crematies, want het crematorium in Natori is ook beschadigd door de tsunami. En crematoria in de regio zullen ook overuren draaien.

En dan zijn er nog ruim tweehonderd extra mensen als vermist opgegeven. De gepensioneerde admiraal Michio Yamada is een van de reddingswerkers die met speciale snuffelhonden op zoek is naar mensen in het puin. Trots vertelt hij dat zijn hond de enige gecertificeerde snuffelhond van Japan is die nog levende mensen kan opsporen – als het moet op wel 300 meter afstand. Maar tot nu toe heeft Erosu, zoals hij heet, nog geen overlevende kunnen vinden.