Het zwijgzame departement van incidentenminister Hillen

Minister Hillen was „onaangenaam verrast”, omdat hij cruciale informatie miste. Maar Defensie is geen ministerie van discussie. Lastig, met zoveel hoofdpijndossiers.

Den Haag, 12 maart. Zo rampzalig als de week voor minister Hillen (Defensie, CDA) begon, met nieuwe onthullingen over misstanden op zijn departement, zo goed eindigde deze gisteren. De drie Nederlandse militairen die in Libië gevangen waren genomen, zijn vrij en „slapen veilig”in Griekenland, kon hij melden. Eén blok minder aan het been van de minister.

Voorlopig althans, want de minister van Defensie moet zich nog verantwoorden tegenover de Tweede Kamer. En die zit boordevol vragen over de eigenaardige evacuatiemissie van de drie marinemensen die met hun Lynx-helikopter op het strand van een van de meest Gaddafi-getrouwe Libische regio’s landden.

Voordat een brief met uitleg naar de Kamer gaat, zal alles „gecheckt en gedubbelcheckt” zei Hillen gisteren. Want zorgvuldigheid telt. De minister was deze week in de Tweede Kamer al keihard aangevallen over de falende informatieverstrekking op zijn departement. „Wantoestanden”, „doofpotcultuur”, „falende commandolijnen”, „stuitende feiten”, luidden de kwalificaties.

Als het over Defensie gaat, klinken de laatste jaren maar weinig lovende woorden in de Kamer. Dat staat in schril contract met de waardering die van links tot rechts bestaat voor de taken die Nederlandse militairen op allerlei plaatsen in de wereld uitvoeren.

Telkens staat de organisatie ter discussie; er lijkt structureel iets mis op het ministerie. Tweede Kamerlid André Bosman (VVD) zei het vorige maand zo, in een debat over een uit de hand gelopen automatiseringsproject: „Defensie is een naar binnen gekeerde en gerichte organisatie die geen of weinig oog heeft voor wat er buiten de organisatie gebeurt.”

Dat was ook weer aan de orde bij de jongste ellende voor minister Hillen. Op zijn bekende wijze, laconiek-bluffend, deed hij een maand geleden berichtgeving in de Volkskrant over misstanden bij een dienstonderdeel van zijn departement nog af als een drie jaar oude kwestie. De zaak was gesloten en de problemen zijn sindsdien niet meer voorgekomen, meldde Hillen op gezag van zijn ambtenaren. Dat bleek dus niet zo te zijn.

Vorige week meldde de krant nieuwe gevallen van integriteitschendingen, zoals ten onrechte gedeclareerde kilometers, ten onrechte toegekende functioneringstoeslagen en diefstal bij dezelfde dienst. Hillen wist tot enkele uren voor de publicatie van niets. Er kwam een „vervelend verhaal aan”, zeiden zijn ambtenaren.

Begin deze week schreef Hillen de Tweede Kamer dan ook „onaangenaam verrast” te zijn door de nieuwe berichten over misstanden bij de Defensie Materieel Organisatie.

Pijnlijker voor hem is dat het al lang geen incident meer is dat de minister van Defensie niet of gebrekkig wordt geïnformeerd door zijn eigen staf. Acht jaar geleden constateerde de commissie die onderzoek deed naar de val van Srebrenica, de Bosnische moslimenclave die door Nederlanders werd bewaakt, ook al dat essentiële informatie niet werd doorgegeven. De parlementaire enquêtecommissie bepleitte „fundamentele hervormingen in de Defensieorganisatie”.

Daar is nog maar weinig van terechtgekomen, getuige de recente ophef. Defensie is verworden tot een incidentenministerie.

Kamerlid Raymond Knops (CDA), eerder werkzaam als commandant bij de luchtmacht, kan dat voor een deel verklaren. Tot de val van de Muur in 1989 en de daarmee gepaard gaande omwenteling in het Oostblok was Defensie voornamelijk een „beheersministerie”. De hoofdtaak van de krijgsmacht was simpel: met de bondgenoten van de NAVO de vijand buiten de deur houden. Begin jaren 90 werd besloten tot hervorming. Er zou een ‘expeditionaire krijgsmacht’ komen, die overal in de wereld kon worden ingezet voor „het bevorderen van de internationale rechtsorde”, zoals het in de Grondwet staat. Defensie werd zo een politieker thema. „Dat heeft tot veel meer dynamiek in de organisatie geleid”, zegt Knops.

De organisatie kan die dynamiek echter onvoldoende aan, blijkt keer op keer. Dat komt door de invloed van de militairen, verklaart Knops. Die zijn gewend aan eenhoofdige leiding, gehoorzaamheid. In militaire operaties is dat logisch, maar onder andere omstandigheden niet. „Dan ga je geen discussies meer met elkaar aan.”

Knops’ VVD-collega André Bosman, ook ex-luchtmacht, bevestigt dat. „Geen discussies tijdens operaties.” Maar op het departement? „Juist daar moet je kritisch zijn.”