Hoeveel invloed hebben wij zelf?

Een ontwerper kan bedenken wat hij wil, maar als er geen aansluiting is met de tijdgeest, dan wordt zijn ontwerp nooit mode. De stijve jassen die Viktor & Rolf voor het najaar van 2011 lieten zien, worden geen mode, maar de mannelijke pakken met een Chaneljasje eroverheen duidelijk wel. Waarom dat zo is, is bijna niet te benoemen. Een goede ontwerper laat je zien wat je wilt dragen, zonder dat je dat van tevoren wist. ‘Het hangt in de lucht’, heet dat.

Het cliché luidt dat in tijden van crisis de rokken langer worden. Er zijn dit voorjaar inderdaad veel lange rokken, maar zeker zoveel korte. Wel is de mode sinds de crisis behoorlijk klassiek en draagbaar. Zoals Kris van Assche, de mannenontwerper van Dior zegt: „Als je toch geld uitgeeft, moet het wel lekker zitten.” Dat vertaalt zich ook naar de shows: een enkeling laat nog wel extravagante dingen zien, zoals afgelopen week, tijdens de shows voor najaar 2011 in Parijs. De Indiase ontwerper Manish Arora (goocheltrucs en kleurrijke, tamelijk ondraagbare kleren) of Viktor & Rolf (zilverkleurige showstukken met monumentale ruches en rozetten) en ook Louis Vuitton pakte flink uit met een show vol kamermeisjes, vrouwelijke bellboys en andere sexy archetypes. Voor dat laatste huis zijn de shows dan ook vooral bedoeld om accessoires te verkopen. Maar vaker zie je nu, als gevolg van de crisis, outfits voorbijkomen waar je zo in weg kan lopen.

Wat heel bepalend is voor het modebeeld is internet. De hele wereld kan de shows meteen online zien, dus moeten ze er ook op film goed uitzien. Toen er alleen foto’s van de shows op internet werden geplaatst, werd er weinig aandacht besteed aan de achterkant van kleren. Dat is sinds livestreaming (rechtstreeks uitzenden van shows via internet) veranderd. Je moet het ook op een iPhone kunnen volgen. Het Britse huis Burberry geeft kijkers zelfs de kans de kleren rechtstreeks van de catwalk te kopen. Het zal geen toeval zijn dat de collecties sindsdien een stuk commerciëler ogen.