Politisering klimaatbeleid is van recente datum

De wetenschap heeft het niet gemakkelijk als een van de pijlers onder het beleid van de Amerikaanse overheid. Zeker de klimaatwetenschap niet, en zeker niet nu de Republikeinen bij de laatste verkiezingen in het Congres fors hebben gewonnen. In een artikel in The New York Times schrijft Judith Warner over de ‘politisering’ van de wetenschap.

De wetenschap heeft het niet gemakkelijk als een van de pijlers onder het beleid van de Amerikaanse overheid. Zeker de klimaatwetenschap niet, en zeker niet nu de Republikeinen bij de laatste verkiezingen in het Congres fors hebben gewonnen. In een artikel in The New York Times schrijft Judith Warner over de ‘politisering’ van de wetenschap. Interessant is, dat die politisering niet iets is van de afgelopen tijd en ook niet exclusief het werk van de Republikeinen. Sterker nog, schrijft Warner:

That taking on the scientific establishment has become a favored activity of the right is quite a turnabout. After all, questioning accepted fact, revealing the myths and politics behind established certainties, is a tactic straight out of the left-wing playbook.

Toch maakt ze zich zorgen over het feit dat bijvoorbeeld John Shimkus, lid van de Energiecommissie van het Huis van Afgevaardigden, vindt dat regulering van broeikasgassen niet nodig is omdat ‘God heeft gezegd dat de aarde niet verwoest zal worden door een vloedgolf’.

Eind vorige maand vroegen Amerikaanse wetenschappers op de jaarlijkse bijeenkomst van de American Association for the Advancement of Science zich af hoe het toch komt dat Amerikanen zo slecht geïnformeerd zijn over klimaatverandering. Tijdens een van de debatten wezen wetenschappers en journalisten met de beschuldigende vinger naar elkaar: ‘Jullie hebben het publiek niet weten over te halen’, zei een radiojournalist. ‘Nee, jullie niet’, was de reactie van klimaatwetenschapper Kerry Emanuel van de Massachusetts Institute of Technology.

Hij wees erop dat Amerikaanse journalisten zich min of meer verplicht voelen in ieder verhaal over klimaatverandering ook iemand aan het woord te laten die het onderwerp in twijfel trekt. Daarmee wordt, ten onrechte menen veel wetenschappers, de indruk gewekt dat het hier om meningen gaat die min of meer gelijkwaardig zijn. Andere critici zijn van mening dat de journalistiek zich steeds minder lijkt te bekommeren om de feiten en steeds meer om de interpretatie van de feiten.

Cartoon uit de Christian Science MonitorCartoon uit de Christian Science Monitor

Overigens heeft het grote publiek natuurlijk ook een eigen rol. Het is een stuk comfortabeler om te geloven dat klimaatverandering niet plaatsvindt, althans dat je er als mens niets aan kunt doen, dan accepteren dat je gedrag van invloed is op iets dat volgens sommigen dramatische gevolgen kan hebben voor de planeet. Het is gemakkelijker om je gedrag niet te veranderen, dan om jezelf te dwingen tot ‘duurzaamheid’. Zoals de cartoonist van The Christian Science Monitor laat zien in een prachtige tekening (die ook aan het eind van dit blogje staat over de financiële bijdrage van de Verenigde Staten aan het IPCC).

Naomi Oreskes, wetenschapshistorica van de Universiteit van San Diego in Californië, schreef een zeer interessant boek over de geschiedenis van het Amerikaanse klimaatdebat, Merchants of Doubt (hier een hoofdstuk uit een eerder boek van haar). In een blog op de website The Hill schrijft ze, samen met Peter Frumhoff:

Polls show that as late as 1997, Republicans and Democrats had virtually indistinguishable views on the science of global warming. But an aggressive campaign by the fossil fuel industry and conservative think tanks to cast doubt about the scientific evidence that human activity is warming the planet changed that. Today, public understanding of climate science reflects a deep division along partisan lines. Tea Party Republicans are particularly inclined to deny the reality of global warming, according to a recent Pew Research Center poll.

In Merchants of Doubt (zie ook de lezing op YouTube hierboven, die ongeveer na 20 minuten over haar argumentatie gaat) concludeert Oreskes dat een kleine, fanatieke groep wetenschappers doelbewust twijfel heeft gezaaid. Opmerkelijk noemt ze het opmerkelijk dat dezelfde wetenschappers die zich luidruchtig roeren in het klimaatdebat, ook te horen zijn in het debat over zure regen en aantasting van de ozonlaag. Kennelijk gaat het niet alleen over expertise, maar ook over iets anders.

Oreskes ontzenuwt het vaak gehoorde argument dat die ontkennende wetenschappers het vooral om het geld zouden doen. Ook al klopt het dat sommigen van hen worden betaald door bedrijven of organisaties waarvoor een streng klimaatbeleid grote, nadelige financiële gevolgen zouden kunnen hebben. Maar het belangrijkste argument is volgens Oreskes van ideologische aard: veel wetenschappers die klimaatverandering in twijfel trekken verzetten zich in de eerste plaats tegen een bemoeizuchtige overheid.

 

 

    • Paul Luttikhuis