Orkest en schilderijen reizen ook mee met koningin

Welke culturele organisaties vergezellen koningin Beatrix op haar bezoek aan Oman en Qatar – en wie betaalt dat?

Het Amsterdam Baroque Orchestra onder leiding van Ton Koopman zou optreden in Oman en Qatar. Het optreden in Oman is afgezegd, het optreden in Qatar gaat wel door, donderdagavond. Het gezelschap is vanochtend met 24 spelers afgereisd. Het gaat volgens zakelijk leider Eduard van Regteren Altena voor het eerst mee met een staatsbezoek. „Een enorme eer”, meent de zakelijke leider.

Van Regteren Altena wil niet zeggen hoeveel het orkest krijgt voor de optredens. „We hebben op verzoek van het Koninklijk Huis een begroting gemaakt en sturen de rekening daarheen. Overigens ging dat niet zomaar. Het Koninklijk Huis is zich er terdege van bewust dat het om belastinggeld gaat.”

Doorgaans kan een orkest van deze omvang en status enkele tienduizenden euro’s voor een optreden bedingen. Overigens wordt het afgelaste concert in Oman wel betaald, aldus Van Regteren Altena.

Een andere culturele organisatie die een rol speelt tijdens het staatsbezoek aan Qatar is het Rijksmuseum. Dat heeft al vierenveertig schilderijen gestuurd, voor de tentoonstelling The Golden Age of Dutch Painting, in het Museum of Islamic Art. Onder de schilderijen bevinden zich werken van Rembrandt, Vermeer, Frans Hals en andere tijdgenoten. De tentoonstelling, inclusief vervoer en verzekering, wordt betaald door het Museum of Islamic Art, weet directeur Wim Pijbes van het Rijksmuseum.

Ook hij wil niet zeggen om welk bedrag het gaat. Maar „het was genoeg om het voor ons interessant te maken”.

De expositie maakt deel uit van een meerjarige samenwerking met het Museum of Islamic Art, waarbij het Rijksmuseum onder andere „expertise” aan het museum in Qatar zal leveren.

Het is gebruikelijk dat het Rijksmuseum werken uitleent. Op dit moment zijn kunstwerken uit het Rijksmuseum op 120 plekken in de wereld te zien, aldus Pijbes. „De mensen denken dat het Rijksmuseum dicht is, maar niets is minder waar.”

Opinie: pagina 16 en 17