'De wereld' kan Gaddafi niets schelen

Oud-ambassadeur Nikolaos van Dam onderhandelde in de jaren tachtig met Libië, over vrijlating van Nederlanders.

„Ik zou daar niet graag gevangen zitten als vrouw.”

Oud-topdiplomaat Nikolaos van Dam heeft ervaring met het onderhandelen over gevangenen in Libië. Zijn eerste succes toen hij in 1983 zaakgelastigde in Tripoli werd, waren de besprekingen over een Nederlandse werknemer van een bouwbedrijf die per abuis door het regime gevangen was genomen. Hij kwam na een paar weken vrij. Later werd de directeur vastgezet van een Nederlands bouwbedrijf dat uit de gratie was geraakt, om het bedrijf onder druk te zetten. Die zat ruim een jaar vast en kwam pas vrij toen Van Dam al weg was.

Oud-minister Joris Voorhoeve zei afgelopen weekend dat hij verwacht dat de gevangen marinemensen goed worden behandeld. Wat denkt u?

„Voorhoeve is erg optimistisch. Hij kent de Libiërs niet. Het is logisch om te denken dat Gaddafi zegt: je moet ze goed behandelen, want de hele wereld kijkt mee. Maar ik verwacht dat het niet zo werkt. Het blijkt Gaddafi vaak niets te kunnen schelen. Ik zie vaak dat mensen landen beoordelen op basis van logica, zonder dat ze er ooit zijn geweest. Zoals een militair die eens zei dat we gewoon de metro van Bagdad moesten platleggen. Bagdad heeft helemaal geen metro.”

Hoe werden de gevangenen in uw tijd behandeld?

„Slecht. De directeur van dat bouwbedrijf werd eindeloos verhoord. Soms heel aardig, dan weer werd hij zwaar onder druk gezet zodat hij iets zou toegeven wat hij niet had gedaan. Van die andere Nederlander kwamen ze erachter dat hij goed parkeerplaatsen kon bouwen, dus zeiden ze dat hij vrij zou komen als hij een parkeerplaats had gebouwd. Toen hij dat had gedaan, moest hij er nóg een bouwen.”

Hoe verliepen in uw tijd de onderhandelingen met het Libische regime?

„De gesprekken met de Libische ministers van Buitenlandse Zaken en van Justitie waren prettig en correct. Maar op lagere niveaus werd je geschoffeerd. Het hele regime had een confronterende en provocerende stijl. Ik herinner me dat ik eens om tien uur een afspraak had met de directeur-generaal Luchtvaart, om iets te regelen voor de KLM. Eerst lieten ze me anderhalf uur wachten. Toen kwam er iemand die zei: ‘Geef je kaartje.’ Even later kwam hij terug: ‘Morgen, 11 uur.’ Wanneer je met ze onderhandelt, krijg je van alles over je heen.”

Verwacht u dat vrouwelijke gevangenen het extra moeilijk hebben?

„Dit is niet cynisch bedoeld, maar dat zou je kunnen vragen aan die Bulgaarse verpleegsters. [Die werden tijdens hun gevangenschap in Libië zeer slecht behandeld, red.] Het komt er heel erg op aan of hun bewakers duidelijke instructies hebben van bovenaf, om ze goed te behandelen. Als de instructies zijn om ze iets te laten opbiechten wat ze niet hebben gedaan, is het een ander verhaal. Ik zou daar niet graag in de gevangenis zitten als vrouw.”

Denkt u dat hun – zoals u het noemt – confronterende, provocerende stijl inmiddels is veranderd?

„Nee, ik denk dat die hetzelfde is. Gaddafi is ook niet veranderd. Behalve dat hij wat heeft opgegeven, bijvoorbeeld de productie van chemische wapens. En dat hij op respectabel niveau contacten is aangegaan met Frankrijk en Italië.

„Je moet ook in aanmerking nemen wat de context nu is. Er is een oorlog gaande waarbij het regime een groot deel van het land heeft verloren. De mensen zijn geagiteerd en zenuwachtig. Het is voor hen een strijd op leven en dood, waarbij de hele wereld zich tegen Libië keert. Dat is allemaal niet bepaald positief voor de gevangenen.”