Kibbelen over het korte lontje

De moderne mens wil van alles, maar weet niet waarom. Hij heeft een hoge prestatiedwang, hoge verwachtingen, maar voelt zich toch machteloos. Hij lijdt aan anomie, emotionele en morele normloosheid. Daarom leeft hij in het wilde weg.

Deze tijdsdiagnose haalt Vrij Nederland-redacteur Carel Peeters vandaag uit De kamers van de melancholie (Ambon, oktober 2010), een boek van de Zweedse hoogleraar ideeëngeschiedenis Karin Johannisson. Peeters bespreekt het boek als een ‘cultuurgeschiedenis van het korte lontje’, de naargeestige eigenschap waar Sire ons van wil genezen.



De Grote Afgunstshow

Eeuwen, periodes, landen, regio’s, zelfs beroepen hebben hun emotionele stijl, schrijft Peeters.

“In de achttiende eeuw was de ‘sensibiliteit’ onder mannen en vrouwen in de salons bijna een mode. Bij romantici rond 1800 bestond het leven uit het recht doen aan alle subtiliteiten van het heftige gevoelsleven. De Victorianen verborgen hun emoties en gevoelsleven juist zo veel mogelijk, met tot gevolg dat er een heel parallel leven in het geheim ontstond. Rond 1900 duiken van Wenen tot Londen de ‘hypernerveuzen’ en de neurathenici op: de hogere burgerij, kunstenaars en geleerden hebben zulke gevoelige zenuwen dat elke prikkel voor emotionele instorting dreigt te zorgen. De door Freud ontdekte ‘libido’ gaat vele levens beheersen.”

Tot de emotionele stijl van de laatste tien jaar behoort de neiging om op alles fel en emotioneel te reageren, aldus Peeters. De oorzaak zou niet alleen liggen in de moeizame integratie (vervreemding) of politieke tegenstellingen, maar ook in de aanraakbaarheid van ‘de miljonair’. Hier introduceert hij de Grote Afgunstshow: “Het leven van de miljonair wordt door lotto’s, miljonairsmarkten en tijdschriften zo dichtbij gebracht, en is in werkelijkheid zo ver weg, dat er continue afgunst en frustratie wordt geproduceerd. “

‘Do not dexify’
Gelukkig verscheen er vandaag een zelfhulpartikel van Russell Bishop op de website The Huffington Post. Daarin doceert de psycholoog een alternatieve levensinstelling. De boodschap: stap na kritiek nooit in de modus van verdedigen, verklaren of rechtvaardigen. Hij noemt deze reflex ‘dexify’, een samentrekking van ‘defend’, ‘explain’ en ‘justify’. Een giftige karaktereigenschap die je in een spiraal van negativiteit trekt. Beter dan de tegenaanval is volgens Bishop het zeggen van ‘dankjewel’. Dat oogt niet alleen moediger, maar is ook wijzer. Volgens de psycholoog werkt het bevrijdend, wordt je er zelfverzekerder van en dicht het de kloof tussen jou en de criticaster.

Ethische gemeenschap

Ondertussen is in België een discussie losgebarsten over Bart de Wevers (partijvoorzitter van de Nieuw-Vlaamse Alliantie) pleidooi voor een ‘ethische gemeenschap’. Karel De Gucht, Europees Commissaris voor Handel, citeerde hem vrijdag op Liberales.be.

“De Vlamingen zijn een lotsgemeenschap van zes miljoen mensen die elkaar kunnen herkennen als spelers van dezelfde ploeg, omdat ze een naam hebben. We hebben een welomlijnd grondgebied, een gemeenschappelijk verleden of toch de perceptie daarvan, een mythe van ontstaan en een cultureel patroon waardoor we gemakkelijker met mekaar communiceren dan met buitenstaanders. Vlaanderen is ook de grens van onze democratie. Maar er is ook een subjectief element: je moet het ook willen, anders ga je ook die objectieve factoren niet erkennen.”

Normloosheid
De Gucht moet daar niets van hebben. “De zogeheten ethische gemeenschap waar het nationalisme garant voor zou staan, leidt al te gemakkelijk tot onethisch gedrag tegenover zij die buiten de gemeenschap staan”, schrijft hij. “De geroemde ethische praxis uit zich vooral in een gedoemde poging de normen en waarden van de gemeenschap aan iedereen op te leggen. Wat nu onbeschoft heet, wordt dan al gauw on-Vlaams.”

Misschien komt de anomie van Johannisson wel het meest tot uiting in dit soort normen- en waardendebatten. Volkeren die zo driftig op zoek zijn naar hun eigenheid lijden misschien wel echt aan wat de Zweedse “emotionele en morele normloosheid” noemt. Of zoals De Gucht Thatcher parafraseert: “Like being a lady. If you have to tell people you are, you aren’t.”