Wat God verbond, kan de rechter scheiden

Scheiden naar islamitisch recht is voor een moslima heel lastig als de man niet meewerkt. Shirin Musa lukte het. Rechtspraak met ballen, zegt haar advocaat.

heemstede esther vna gelder voor serie over gescheiden vrouwen foto rien zilvold
heemstede esther vna gelder voor serie over gescheiden vrouwen foto rien zilvold

Gescheiden voor de burgerlijke stand en toch gevangen in het huwelijk met de ex-partner – het komt voor. De Nederlands-Pakistaanse Shirin Musa (33) bevocht in december via de rechter haar vrijheid. Veertien maanden na de ontbinding van haar burgerlijk huwelijk dwong zij haar ex-man mee te werken aan de ontbinding van hun in Nederland gesloten huwelijk naar islamitisch recht. Als eerste moslima in Nederland.

Dat haar man een talaq (islamitische echtscheiding, letterlijk: verstoting) tegenhield, was volgens de rechter een onrechtmatige daad. Voor iedere dag dat hij een islamitische echtscheiding in de weg stond, moest de man 250 euro betalen, met een maximum van 10.000 euro. Hij werkte meteen mee.

Tijdens de zitting maakte de vrouw volgens de rechter aannemelijk dat zij grote hinder ondervond van de weigering van haar ex-man. Zij kon niet trouwen met een andere man. In Pakistan (maar ook in verschillende andere islamitische landen) zou zij bij contact met andere mannen voor een overspelige vrouw doorgaan – daar staan straffen op als steniging of de galg. En de islamitische gemeenschap zou eventuele kinderen aanmerken als onwettig. Voor de man waren de consequenties overigens nihil: hij kon in Pakistan een nieuwe relatie aangaan. Pakistaanse mannen kunnen meerdere vrouwen huwen.

Vrouwen in moslimlanden zijn meestal in het nadeel bij echtscheidingen. Dat geldt vaak ook voor moslima’s in Nederland. „Islamitische landen gaan er doorgaans van uit dat hun recht van toepassing is op hun onderdanen in het buitenland”, zegt Leila Jordens-Cotran, die op Marokkaans familierecht en de conflicten met het Nederlandse recht promoveerde. „Om los te komen van hun huwelijk, zijn deze vrouwen erbij gebaat als hun man instemt met een talaq. De autoriteiten in het land van herkomst erkennen deze gedwongen verstoting zonder problemen. Bovendien is de scheiding geldig naar islamitisch recht.”

Het islamitische huwelijk van moslims in Nederland kent drie varianten. Het kan een aparte ceremonie zijn in Nederland, zoals in het geval van de Pakistaanse vrouw, met een imam, verschillende getuigen en familie. Het kan deel uitmaken van het burgerlijk huwelijk. En het kan in het (islamitische) land van herkomst worden gesloten. Zo’n huwelijk is wel al twee keer eerder ontbonden door de Nederlandse rechter. In 1989 en in 1998 heeft een Marokkaanse vrouw haar echtgenoot via een kort geding gedwongen in te stemmen met een echtscheiding na een huwelijk dat was gesloten naar Marokkaans recht.

Een Nederlandse scheiding moet, hoe dan ook, in het land van herkomst worden erkend om rechtsgeldig te zijn, zegt Pauline Kruininger van de Universiteit Maastricht. Ze doet promotieonderzoek naar de erkenning van islamitische echtscheidingen in Europa. Hoe moeilijk dat is, verschilt per land. Maar hoe dichter de scheiding tegen het recht van het land van herkomst aanleunt, hoe groter de kans dat deze erkend wordt. „Dus als er een islamitisch huwelijk is gesloten, is het verstandig dat te ontbinden. Als er een burgerlijk huwelijk is gesloten met islamitische elementen, is het belangrijk dat de Nederlandse rechter dat ook bij de scheiding betrekt om de kans op erkenning te vergroten.”

Een religieuze scheiding is niet alleen belangrijk om ongestoord in islamitische landen te verblijven. Het is vaak ook de eis van de islamitische gemeenschap of de familie in het land van herkomst en in Nederland, zegt Kruiniger. „Een ‘getrouwde’ vrouw die met een andere man omgaat, maakt de familie te schande.”

Danusia Bialkowski, de advocaat van Musa, vertelt dat het „heel spannend” was of de rechter zich „bevoegd zou achten” uitspraak te doen over haar eis een religieuze scheiding af te dwingen. Shirin Musa voerde met succes aan dat haar mensenrechten als Nederlands burger, vastgelegd in het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, werden geschonden. In het vonnis wordt verwezen naar haar recht op een familieleven en een nieuw gezin. Bialowski noemt het „rechtspraak met ballen”.

Ter voorbereiding op de zaak bestudeerde Bialkowski een aantal zaken van joodse vrouwen die met behulp van de rechter een religieuze echtscheiding afdwongen. Voor Shirin Musa waren hun ervaringen een voorbeeld. „De joodse gemeenschap is veel verder met het vertalen van de joodse echtscheidingsregels naar Nederlands recht dan de islamitische”, zegt zij. Shirin Musa hoopt dat moslima’s kunnen samenwerken met joodse vrouwen.

Nederlands-joodse stellen trouwen vaak op huwelijkse voorwaarden waarin is vastgelegd dat de man zich niet tegen een religieuze echtscheiding zal verzetten, als het zover komt. Op straffe van een dwangsom, en in Israël zelfs gijzeling. Rabbijnen steunen die overeenkomst. Shirin Musa zou willen dat het ook bij moslims gangbaar wordt om bij het huwelijk vast te leggen dat de vrouw het recht heeft op verstoting. „Zo’n bepaling zal veel ellende bij een islamitische echtscheiding voorkomen.”

Kruiniger, Jordens-Cotran en Bialkowski denken dat de zaak van Musa een voorbeeld kan zijn voor andere islamitische vrouwen. Het is onduidelijk hoeveel moslima’s in zo’n positie zitten, maar het komt zeker voor in Nederland. Shirin Musa kent er wel een paar.

Shirin Musa zegt zich bevrijd te voelen sinds de uitspraak van de rechter. Zij hoopt dat andere ‘geketende’ moslimvrouwen moed putten uit het vonnis. „Want ook gescheiden moslimvrouwen verdienen een tweede kans in de liefde en op een family life.”

    • Sheila Kamerman
    • Danielle Pinedo