Nijlgans

Nijlgans
Nijlgans

De nijlgans (Alopochen aegyptiacus) gedijt net zo goed in de stad als in het buitengebied, is lawaaierig en nadrukkelijk aanwezig, tamelijk agressief en heeft een uitzonderlijk lang broedseizoen: allemaal kenmerken van een succesvolle soort. Het paartje dat zich altijd in het Museumpark bij het Natuurhistorisch Museum ophoudt, verscheen op 21 februari met zes jongen die gezien hun formaat al een week uit het ei waren. Met een broedduur van dertig dagen en minstens 24 uur tussen elk ei moet moeder nijlgans al in de eerste week van januari met de leg begonnen zijn. Er zijn weinig of geen inheemse vogelsoorten die dat evenaren. Zelfs hun soortgenoten langs de Nijl broeden pas in maart.

Dit opportunisme is niet zonder risico. De temperatuur daalde plotseling tot onder nul en elke dag werd het jonge gezin kleiner. Toen er vorige week een dunne ijslaag op de sloten lag, was het nijlganzenpaar weer kinderloos. Ze waren even een beetje timide, maar begin deze week hield het mannetje alweer schijngevechten met zijn spiegelbeeld en inspecteerde het wijfje hoog in de bomen een oud kraaiennest. Mafkezen zijn het.