Wie hennep wil uitroeien met strafrecht is naïef

Minister Opstelten (Justitie, VVD) wil steviger optreden tegen growshops en mensen die helpen bij de voorbereiding of bevordering van hennepteelt (NRC Handelsblad, 23 februari). Zijn voorganger, Hirsch Ballin (CDA), riep drie jaar geleden ook dat hij growshops zou verbieden. Zijn wetsvoorstel werd neergesabeld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak en de Raad voor de Rechtspraak. Zo vroeg de Raad zich af of „niet verwacht mag worden dat winkeltjes die thans de titel ‘growshop’ hebben, hun naam niet zullen wijzigen en/of hun assortiment niet zodanig zullen verbreden dat niet eenvoudig kan worden gesteld dat alle of de meeste voorwerpen bestemd zijn voor de grootschalige hennepteelt”. Daar wringt immers de schoen – de benodigdheden voor hennepteelt zijn verkrijgbaar bij elk tuincentrum. Bovendien zijn de laatste jaren overal in Europa growshops verschenen.

Hennep is een oersterk kruid, dat wereldwijd al duizenden jaren wordt geteeld en benut. Wie deze plant met het strafrecht denkt te kunnen uitroeien, is naïef of slecht geïnformeerd. Als Opstelten echt iets wil doen aan de problemen rond cannabis, moet hij de aanvoer van coffeeshops reguleren. De wietpas, het afstandscriterium, de Growshopwet – het is symboolpolitiek waarvan alleen criminelen profiteren. Zij zullen nog meer verdienen aan een ongecontroleerd product. De illegale kleinhandel zal toenemen, net als het onderlinge geweld. Opstelten zou eens te rade moeten gaan in landen als Spanje, Tsjechië, Portugal en de Verenigde Staten, waar cannabis is gedecriminaliseerd. Daar beseft men inmiddels dat het verbod op cannabis veel meer schade oplevert dan de plant zelf.

Derrick Bergman

Vereniging voor Opheffing van het Cannabisverbod