Wat krijgen we nu? Vrij Nederland omarmt Neelie Kroes

Zestien pagina’s over Neelie Kroes in Vrij Nederland, dat was in de gepolariseerde jaren tachtig ondenkbaar geweest. Laat staan dat VN haar tot premier kroont.

T ijden veranderen. „Misschien maakt zij in Brussel wel een groter verschil dan in Nederland mogelijk zou zijn, maar het blijft jammer.” Schrijft hoofdredacteur Frits van Exter van Vrij Nederland over Neelie Kroes naar aanleiding van een zestien pagina’s tellend portret van de politica in zijn weekblad.

Wat blijft jammer? Dat „Kroes[...] de premier [is] die Nederland nooit heeft gekregen”.

Wat krijgen we nu? Is VVD-ster Kroes links geworden, Vrij Nederland rechts? O heerlijke jaren tachtig toen polarisatie nog bestond en iedereen zijn kamp kende! (Ook al denkt menigeen dat nu de tegenstellingen op de spits gedreven worden en ieder moment een burgeroorlog kan losbarsten.)

Kroes! Die ooit met griep in haar pyjama op de foto ging voor De Telegraaf, demagogisch snotterend, in de hoop na haar herstel definitief het hele land te kunnen asfalteren. Volgens Vrij Nederland strekt het haar tot eer dat ze tot inkeer kwam – alsof ze niet altijd al, zoals anderen, beter had kunnen weten. Kroes, die ‘deftig pratende dochter van Ketelbinkie’, zoals ik haar eens getypeerd heb horen worden. Kroes, die met haar nasale uitspraak argumenten van tegenstanders steevast ontzenuwde door erop te wijzen „dat je nu eenmaal geen omelet kunt maken zonder eieren te breken”.

Liefhebbers van het laatste woord: onthoudt die dooddoener (overigens niet geciteerd in VN).

Haar ex, oud-burgemeester en oud-minister Bram Peper, zag hun verhouding verkillen toen hij onder vuur lag wegens declaratieperikelen en aftrad als minister. „Ik had geen macht meer, was niet interessant meer.” Als de observatie klopt, dan valt niet te hopen dat de sowieso slijmerige slotzin van het portret – over haar kleindochters „die vast veel van hun oma zullen leren” – waarheid wordt.

Interessanter is het interview met Tania Barkhuis, directrice van homobelangenvereniging COC Amsterdam. Ze groeide op, als jongen, in Libië. Ze relativeert het geweld tegen homo’s door jongeren van Marokkaanse afkomst, met cijfers en argumenten. Uit onderzoek blijkt dat bij uiteenlopende groepen jongeren in gelijke mate sprake is van intolerantie jegens homo’s. Hun afkeer blijkt steeds dezelfde reden te hebben: ze voelen zich aangetast in hun mannelijkheid. (Hoe mannelijk zijn ze dan, mag je je afvragen.)

Wel gaan jongeren van Marokkaanse afkomst het vaakst over tot geweld, maar volgens Barkhuis neemt het aantal geweldsincidenten af. Uitgerekend zij heeft er, zou je zeggen, geen belang bij om dit te zeggen als het niet zo was. Ook zegt ze: „Was het vijf jaar geleden nog heel moeilijk om het binnen de Marokkaanse of Turkse gemeenschap over homoseksualiteit te hebben, nu is dat heel normaal. En dat is toch echt het effect van veel theedrinken en een genuanceerde opstelling.” Ze laat zich ook uit over ‘sommige politieke partijen’. Die gebruiken intolerantie jegens homo’s „als argument om de globalisering een beetje tegen te gaan”.

Alle weekbladen kwamen uit op de dag van de stembusgang. Ze doen er terecht het zwijgen toe, op Aukje van Roessel in De Groene Amsterdammer na. „Wanneer u dit leest, weet u al wat de uitkomst is [...]” luidt de dodelijke eerste zin. Aukje, alles na ‘dit’ lezen we dus niet.

Pieter Kottman