'Smaakpalet van jonge lezers moet verbreden'

De vakjury drukt zich in louter superlatieven uit over het boek dat vandaag wordt bekroond met de Woutertje Pieterse Prijs voor het beste jeugdboek. „Een magistrale ode aan de vertelkunst”, „een overrompelend boek dat zich niet onder één noemer laat vangen”, „een huzarenstuk” en „grote literatuur” staat er in het juryrapport over De hemel van Heivisj van Benny Lindelauf.

De auteur is blij met de prijs, niet zozeer omdat hij een oorkonde en 15.000 euro krijgt, betaald door de Stichting Literaire Rechten Auteurs (LIRA), maar vooral omdat het een erkenning is dat er ook nog ‘andere’ jeugdliteratuur verschijnt naast de populaire, in series verschijnende jeugdboeken over bijvoorbeeld Geronimo Stilton en Dolfje Weerwolfje. „Wat kinderen lezen wordt vaak bepaald door leerkrachten en ouders. Die grijpen al gauw naar de bekende boeken die op grote stapels in de boekwinkels liggen”, zegt hij. „Er is niets tegen die boeken, maar het is goed om het smaakpalet van kinderen te verbreden.”

Aan het boek van Lindelauf zie je niet meteen dat het een jeugdroman is. Op de kaft staat een sober beeld in sepiakleuren en het boek doet in dikte (400 pagina’s), thematiek (jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog) en taalgebruik (veel Limburgs dialect) niet onder voor een volwassenenroman. Lindelauf vertelt zijn verhaal vanuit het perspectief van een meisje dat opgroeit tot tiener en geconfronteerd wordt met de morele dilemma’s van de oorlog. Dat doet hij op een manier die zowel voor jongeren als volwassenen aansprekend is. Zelf schat hij in dat zijn boek geschikt is voor jongeren vanaf een jaar of vijftien. „Ik heb niet bewust gekozen voor een bepaalde doelgroep”, zegt hij. „Ik heb het verhaal geschreven zoals het zich aan mij voordeed.”

Voor boeken als deze richten boekwinkels en bibliotheken speciale kasten in met ‘young adult literature’. Dat heeft volgens hem zowel een voor- als een nadeel. „Ik vind het jammer als boeken worden geparkeerd in een hokje. Maar aan de andere kant, misschien bereik ik er zo ook volwassenen mee, die voor zichzelf niet tussen de kinderboeken kijken, maar wel in die kast, die dichter bij staat.”

De hemel van Heivisj is het vervolg op Negen open armen, waarvoor hij in 2004 de Thea Beckman Prijs kreeg (voor de beste historische jeugdroman) en in 2005 de inmiddels opgeheven Gouden Zoen van de stichting CNPB. Ook over dat boek waren recensenten laaiend enthousiast en ze mopperden dat het lang duurde voor hij kwam met het beloofde vervolg. „Het duurde zo lang omdat ik het zesvoudige schrijf van wat er uiteindelijk in het boek terechtkomt”, zegt hij. „Ik moet eerst alle weggetjes aflopen die een verhaal kan gaan voor ik de hoofdweg vind.”

Het verhaal kent geen haperingen en toch heeft het een veelheid aan lagen en lijnen. „Aanvankelijk bestond het uit allemaal losse eilandjes”, zegt hij. „Het kostte veel tijd om die bij elkaar te brengen zonder dat het gekunsteld werd. Mijn grootste zorg is dat mijn lezers niet de weg kwijtraken in het verhaal. Ik plant overal zaadjes, subtiele verwijzingen naar wat nog komt en wat geweest is.”

De hemel van Heivisj draait ook weer om de verstandhouding tussen drie zusjes. De ‘heilige boon’ Fing is de hoofdpersoon, maar ook haar gehandicapte zusje Jes, Muulke met haar bravoure en de krachtige oma Mei, spelen een belangrijke rol. Vader en broers blijven op de achtergrond. Lindelauf: „Dat de vrouwen centraal staan komt misschien doordat ik als kind gefascineerd was door Onder moeders vleugels en Het kleine huis op de prairie. Als man schrijven vanuit het perspectief van een jong meisje is een fantastische verkleedtruc.”

Lindelauff heeft een rijke inspiratiebron: zijn jeugd in Sittard en de verhalen die zijn oma vertelde over haar zussen en de streek. „Het waren vrolijke, alledaagse verhalen over een kleine wereld. Natuurlijk vertelde ze ook dramatische verhalen, bijvoorbeeld over het verlies van haar moeder in de oorlog, maar niet vaak.” Hij verwerkte de verhalen niet letterlijk, maar gebruikte vooral haar sfeertekeningen.

Hij deed ook archiefonderzoek en sprak met mensen die de oorlog en de jodenvervolging hadden meegemaakt. „Ik wilde geen moralistisch verhaal vertellen, maar mijn lezers confronteren met morele dilemma’s. Toen ik begon met schrijven, wist ik niet of mijn hoofdpersoon Fing een heldin zou zijn. Als je terugkijkt op de oorlog, heb je een ander perspectief dan wanneer je er middenin ziet. Dan is het gewoon je dagelijks leven. Het is comfortabel om te denken dat je in de oorlog het goede zou doen. Mijn hoofdpersoon wil het liefst om de oorlog heen kijken. Heldendom is niet zwart-wit, er zit een hoop opportunisme in.”