Sluipmoord op de democratie

Critici van de strenge Pakistaanse blasfemiewet spelen met hun leven.

De regering kan weinig doen. Terreurgroepen hebben haar, samen met de oppositie, al maanden in een houdgreep.

Onlookers gather around the blood-stained car of Pakistani Minorities Minister Shahbaz Bhatti outside a hospital in Islamabad on March 2, 2011. Gunmen shot dead a Catholic Pakistani government minister on March 2, after he had vowed to defy death threats following the murder of another politician opposed to an Islamic blasphemy law. AFP PHOTO/Farooq NAEEM
Onlookers gather around the blood-stained car of Pakistani Minorities Minister Shahbaz Bhatti outside a hospital in Islamabad on March 2, 2011. Gunmen shot dead a Catholic Pakistani government minister on March 2, after he had vowed to defy death threats following the murder of another politician opposed to an Islamic blasphemy law. AFP PHOTO/Farooq NAEEM AFP

Tot voor kort lag Pakistan onder vuur van de Talibaan en andere terreurgroepen, opererend vanuit het grensgebied met Afghanistan. Islamabad, Lahore en andere steden waren doelwit van zelfmoordaanslagen. En nu lijken sluipmoordenaars het op de Pakistaanse democratie te hebben gemunt door liberale politici die pleiten voor aanpassing van Pakistans strenge blasfemiewet direct te doden.

Het laatste slachtoffer is Shahbaz Bhatti, minister van Religieuze Minderheden en de enige christen in de regering van premier Yousuf Raza Gilani. Gisterochtend werd hij in de hoofdstad Islamabad doodgeschoten toen hij van huis op weg ging naar een kabinetsbijeenkomst. De aanvallers haalden eerst zijn nicht en de chauffeur uit de auto en doorzeefden hem toen met kogels.

De liquidatie is een herhaling van de moord in januari, op gouverneur Salman Taseer van de provincie Punjab. Zowel Bhatti als Taseer keerde zich tegen strenge geloofswetten, waarbij vermeende godslasteraars vaak op dubieuze gronden de doodstraf krijgen.

Velen zien de moordenaar van Taseer, diens lijfwacht, als een heldhaftig verdediger van de islam. Naar verwachting kunnen ook de ontsnapte schutters van gisteren rekenen op onderhuidse sympathie.

De moorden vinden plaats in een klimaat van verpaupering in Pakistan. Door de sterk gestegen kosten van levensonderhoud kunnen veel groepen steeds moeilijker het hoofd boven water houden. De maatschappelijke onrust groeit snel. Maar het zou een misverstand zijn een vergelijking te trekken met de opstanden in de Arabische wereld, schreef de Pakistaanse analist Ahmed Rashid in een column voor de BBC. „Het verschil is dat de bevolking van Egypte opkwam voor meer democratie, terwijl de straatprotesten in Pakistan worden geleid door extremisten die niets van democratie moeten hebben.”

De fundamentalisten voeren hun oorlog voor een kalifaat, een ‘echte’ islamitische staat, op twee fronten. Terreurgroepen als Laskhar-e-Toiba plegen zelfmoordaanslagen en richten nu hun wapens op vrijzinnige denkers. Bovengronds opereren intussen politieke partijen als de islamitische beweging Jamaat-e-Islami. Samen met de Moslim Liga, de belangrijkste oppositiepartij, houdt Jamaat de regering al maanden in een verstikkende houdgreep. Geen aanpassing van de blasfemiewet en geen economische hervormingen, is hun agenda. Het leger, al sinds de onafhankelijkheid ultieme machtsspeler in Pakistan, kijkt toe uit de coulissen.

Onmacht en onvermogen van de regerende Pakistaanse Volkspartij – in handen van president Asif Ali Zardari – vormen nu de grootste bedreiging voor een liberaal Pakistan. Vorige maand werd oud-minister Sherry Rehman, voorvechter van persvrijheid en vrouwenrechten, door de partij op een zijspoor gezet. Zij ijverde voor versoepeling van de blasfemiewet, maar premier Gilani keerde zich openlijk van haar af uit parlementair lijfsbehoud. Een „capitulatie” voor de fundamentalistische krachten, vond het dagblad Dawn vorige maand.

Mensenrechtenorganisaties reageerden gisteren in soortgelijke termen. Sommige waarnemers vragen zich bezorgd af of oud-minister Rehman de volgende is op de dodenlijst. Zij heeft zich teruggetrokken in haar huis in Karachi. Ook analist Rashid wees op de stuurloosheid van de regering bij het doorvoeren van economische hervormingen en het indammen van fundamentalistisch gevaar. Maar hij schreef ook dat het Westen Pakistan niet in de steek mag laten. In deze hachelijke situatie heeft de regering alle hulp nodig.

Juist de betrekkingen met de VS, de belangrijkste bondgenoot, zijn echter verslechterd door de affaire met Raymond Davis, de CIA-agent die in Lahore twee aanvallers doodschoot. Ook hier zit de regering klem. Davis uitleveren aan de VS zal de woede van de massa in Pakistan oproepen. Hem in Pakistan berechten, zal consequenties hebben voor Amerikaanse steun.