Onze hand aan de oliekraan

De permanente aanwezigheid van Amerikaanse vliegbases, commandocentra en mobilisatiecomplexen in de rijke maar zwakke Golfstaten is vooral bedoeld ter afschrikking van potentiële antiwesterse vijanden die de hand aan de oliekraan willen hebben. Dat is ook de reden dat de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk permanent vlootverbanden in de regio hebben en er jaarlijks oefeningen worden gehouden.

Amerikaanse vliegdekschepen zijn in de Perzische Golf, of net daarbuiten, kind aan huis. Vroeger waren de boosdoeners vooral de Sovjet-Unie, Irak en Iran. Daarvan resteert alleen nog dat laatste land, maar geopolitiek is wispelturig. De rol van China, dat zijn marineschepen naar deze streken heeft gestuurd, wordt met argusogen gevolgd. De Amerikaanse, Britse en Franse militaire kracht in de regio wordt, als permanent schild, dan ook gehandhaafd.

De Golfstaten en het Westen zijn zo bezien twee handen op één buik. Het handhaven van de stabiliteit, het terugdringen van antiwesterse regimes met desnoods militaire middelen, past in die strategie. De strategische verbintenis van de VS met Israël, dat lang een voorhoede was tegen satellietstaten van de Sovjet-Unie en nu tegen het onwelgevallige Iran en Hezbollah in Libanon, heeft bovendien een ideologische component. Ook in Israël heeft de VS grote voorraden militair materieel opgeslagen.