Nog 82 dagen geduld graag

Het moest anders. Of juist niet, zeker nu. Maar zelfs nu de uitslagen van de Statenverkiezingen bekend zijn, blijven de precieze gevolgen voor de landelijke politiek ongewis. Vijf vragen over het waarom van de onduidelijkheid.

1 Waarom weet het kabinet-Rutte niet over hoeveel steun het beschikt?

In de voorlopige uitslagen spant het er weer om, net als in de peilingen. Het zal nog 82 dagen duren voordat er meer zicht is op de machtsverhoudingen in de Staten-Generaal. Pas op 23 mei zullen de Statenleden de Eerste Kamerleden kiezen. Er wordt bij de zetelverdeling in de Eerste Kamer rekening gehouden met de afkomst van de kiezer. Statenleden uit dichtbevolkte provincies als Noord- en Zuid-Holland hebben een zwaardere stem dan collega’s uit provincies als Zeeland of Flevoland. Pas als die uitslag bekend is zal écht duidelijk worden op hoeveel steun het gedoogde minderheidskabinet in de senaat kan rekenen.

2 Waarom is dat nu nog niet uit te rekenen?

Omdat er Statenleden zijn gekozen van partijen die straks niet in de senaat zullen komen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Onafhankelijke Senaatsfractie (OSF). Statenleden die normaal voor die fractie zouden stemmen, zijn nu een prooi voor de partijen die wel in de senaat komen. Want op welke partij gaan die ‘weeskinderen’ uit de provincie straks stemmen? Die lobby is nu begonnen.

3 Is dat de enige onzekere factor?

Er is nog een andere reden waarom er geen sprake is van een eenvoudige som. Normaal gesproken kiest een PvdA’er een PvdA’er en een VVD’er een VVD’er. En dan is de grote trend exclusief de provinciale ‘weeskinderen’ uit te rekenen. Maar het fenomeen van de restzetel en de lijstverbinding maakt dat niet altijd even logisch. Als partijen geen uitzicht hebben op een restzetel, kan het aantrekkelijk zijn een deel van de stemmen uit de Staten op een goedgezinde partij uit te brengen als die daardoor nog wél een extra zetel kan winnen.

4 Die som kan toch nu worden uitgerekend door de partijstrategen?

Jawel, maar dan moeten andere partijen niet hetzelfde denken. Van de oppositie vergt dit samenwerking: tactische afstemming én wederzijds vertrouwen. Een klassiek prisoner’s dilemma. Als iedereen straks zijn overschot aan stemcapaciteit gebruikt voor dezelfde bevriende partij die net tekort komt, zou die partij te veel kunnen winnen. Daarom is afstemming nodig. En vertrouwen. Want iedereen moet bij die afspraken natuurlijk wel doen wat hij belooft. Jokken kan immers lonen. Smullen voor speltheoretici.

5 Hebben politici elkaar al eens zo verrast?

Vraag dat maar aan de Partij voor de Dieren. Die liep vier jaar geleden op onfortuinlijke wijze een zetel mis. Statenlid Cheryl Braam van GroenLinks kleurde bij de verkiezingen van de senaat van de stress zeven vakjes rood. Haar stem werd ongeldig verklaard, waardoor de SP een zetel erbij kreeg en de Partij voor de Dieren – waarmee GroenLinks een lijstverbinding had – een zetel misliep.