Na de revolutie volgt de malaise

De toch al wankele economie van Egypte heeft door de revolutie een zware klap gekregen. „Een minder corrupte regering is een eerste vereiste.”

Emirati men sit under a stock market screen at Dubai Financial Market, on January 30, 2011 as stock markets in several Gulf countries, where many leading firms have interests in Egypt, dropped on mounting concerns over developments in the worlds's most Arab nation. AFP PHOTO/KARIM SAHIB
Emirati men sit under a stock market screen at Dubai Financial Market, on January 30, 2011 as stock markets in several Gulf countries, where many leading firms have interests in Egypt, dropped on mounting concerns over developments in the worlds's most Arab nation. AFP PHOTO/KARIM SAHIB AFP

De pluchen kamelen en de mini-piramides heeft Mustafa Ibrahim, souvenirverkoper in Kairo, thuisgelaten. Hij heeft in drie dagen bijna geen toerist gezien bij zijn stalletje op het Tahrirplein, de centrale plaats van de Egyptische revolutie. „Je wist dat er altijd toeristen waren. Nu wil niemand naar Egypte, het zal nog wel even duren voor ik wat aan de buitenlanders verdien.”

Ibrahim heeft de moed niet laten zakken, en bovendien zijn gevoel voor zaken niet verloren. In plaats van toeristenspullen, verkoopt hij nu souvenirs die herinneren aan de drie weken durende opstand. Egyptische vlaggen, hartvormige stickers met afbeeldingen van nu populaire legerleiders, medailles, alles verkoopt hij voor 5 pond per stuk (ongeveer 40 eurocent). „De mensen vinden het prachtig. Vooral de stickers zijn een succes. De generaals zijn kinderidolen, iedereen wil de plaatjes hebben. En iedereen rijdt met een Egyptische vlag op de auto.”

De plotselinge markt voor Tahrir-prullaria is door meer straatverkopers opgemerkt. Het Tahrirplein staat er vol mee. Maar dit tijdelijke succesje voor Ibrahim kan niet verhullen dat de wankele Egyptische economie zware klappen heeft gekregen. „Het is de vraag of Egypte kan herstellen naar het niveau van voor 25 januari, de dag dat de opstand begon”, zegt econoom Magda Kandil, directeur van het Egyptische Centrum voor Economische Studies (ECES). „Dat is verontrustend, omdat de onrust in Egypte mede ontstond door onvrede over de slechte economische situatie.”

Volgens Kandil is de toeristenmarkt ingestort. „Ongeveer een miljoen toeristen hebben het land verlaten. Het verlies is nu al zeker 1 miljard dollar, dat kan oplopen tot 4 à 5 miljard. Daarbij is de aandelenhandel stilgelegd, uit vrees dat de koersen tientallen procenten zullen dalen.” Na weken van stakingen zijn de meeste mensen weer aan het werk. Maar het effect zal volgens Kandil nog jaren voelbaar zijn. „Mensen werkten niet, gaven niets uit, betaalden geen belasting. De Egyptische economie is heel kwetsbaar gebleken.”

Een uurtje rijden vanaf Kairo, langs de snelweg die naar Libië leidt, staat het aftandse staal- en ijzerfabriekje van de familie El-Fadeel. Vijftien mensen werken in het familiebedrijf Clash Steel, dat bestaat uit een werkplaats en een kantoortje. Toen mensen massaal de straat opgingen en het aftreden van president Hosni Mubarak eisten, gingen de deuren van het bedrijf dicht. „Wij doen niet aan politiek, dus we wilden niet staken”, zegt directeur Nashwa el-Fadeel. Ze is nauwelijks verstaanbaar door de herrie van de machines. „Er was niemand meer om aan te leveren. We leverden staal voor hekwerk van overheidsgebouwen, maar de overheid functioneert niet.”

Langzaam komen de opdrachten weer binnen. Maar kleine bedrijven als die van de El-Fadeels hebben een klap gekregen die ze nauwelijks kunnen verwerken. „We hebben een omzet van een paar miljoen pond per jaar. Een maand zonder inkomsten kunnen we niet opvangen met reserves.” De sterk gestegen olieprijzen in Egypte zijn extra schadelijk voor het bedrijf. Egypte is, in tegenstelling tot de meeste omringende landen, een netto-importeur van olie. Eén lichtpuntje ziet El-Fadeel: de corruptie is, eventjes, verdwenen. „We betaalden smeergeld aan de overheid om opdrachten binnen te krijgen. Sinds een paar weken hoeft dat niet meer.”

Langs de snelweg waar de fabriek staat, is een volgend probleem voor de Egyptische economie te zien. Volgeladen auto’s en busjes, de koffers hoog opgestapeld op het dak, rijden met hoge snelheid vanaf de Libische grens Egypte binnen. Circa anderhalf miljoen Egyptenaren werkten in Libië, vooral in de olie-industrie. Honderdduizenden zijn al gevlucht, de rest probeert weg te komen. Volgens Egyptische cijfers stuurden de expats jaarlijks zo’n 8 miljard dollar naar Egypte. De vlucht van werknemers uit Libië leidt volgens ECES tot een verlies van 1 à 2 miljard dollar.

Jaar na jaar produceerde het Egyptische ministerie van Economische Zaken groeicijfers van meer dan 5 procent. Econoom Kandil: „Dat getal stelt weinig voor. De welvaart komt alleen ten goede aan de bovenklasse.” Kandil verwacht dat de groei nu tussen de 2 en 4 procent blijft hangen. De economie moet drastisch hervormen. „Een transparante, minder corrupte regering is een eerste vereiste. Geld verdwijnt nu in het zwarte circuit. En er zijn niet genoeg banen voor alle jonge hoogopgeleide mensen die op de arbeidsmarkt komen. Als daar geen oplossing voor bedacht wordt, verdwijnt de sociale onrust niet.”