Meer vrienden, betere prestaties bij studie

Paradox: hoe groter het sociaal netwerk van een student, hoe beter de studieprestaties. Wie veel tijd doorbrengt met zijn vrienden, haalt hogere cijfers. Dat blijk uit onderzoek waarop vandaag in Groningen gedragswetenschapper Lillian Eggens promoveert.

„Je zou kunnen denken dat het onderhouden van al die contacten tijd en energie kost, die dus niet besteed kan worden aan het studeren”, zegt Eggens. „In de praktijk blijkt de grootte van het netwerk juist een positief effect te hebben. Hoe groter het netwerk, hoe kleiner de kans op studievertraging. Het netwerk fungeert waarschijnlijk als vangnet, kruiwagen en als buffer tegen de negatieve gevolgen van stress.”

Dit positieve effect gaat niet op bij studenten met een netwerk waarvan de leden gemiddeld ouder zijn. Eggens: „Waarschijnlijk is dat omdat de leden van het netwerk in een andere levensfase zitten. Dat kan rolconflicten opleveren die van invloed zijn op het studiegedrag.”

Eggens onderzocht ook andere eigenschappen die het studiesucces beïnvloeden. Een opvallende uitkomst van haar onderzoek is dat emotioneel stabiele studenten doorgaans minder gemotiveerd zijn dan emotioneel instabiele studenten. „Het kan goed zijn dat emotioneel instabiele studenten onzeker en nerveus zijn over hun prestaties en dit compenseren door hard te werken en zich extra in te zetten om goed te presteren. Hun motivatie om te presteren is dus groter.”

En die prestatiemotivatie is de belangrijkste indicator voor studiesucces, ontdekte Eggens. Meer dan „hard studeren” bijvoorbeeld. Dit inzicht biedt volgens haar kansen om het studierendement te verbeteren. Universiteiten moeten studenten niet alleen meer uren boven de boeken laten doorbrengen, maar ook hun motivatie verbeteren.