Kabinet moet laveren en balanceren

De Statenverkiezingen laten opnieuw zien dat Nederland electoraal versplinterd is. Wat betekent de uitslag voor de politieke verhoudingen? Vijf conclusies, met een disclaimer.

Den Haag : 2 maart 2011 Provinciale Statenverkiezingen, uitslagenavond bij het CDA, vlnr Haersma Buma, Brinkman, Spies en Verhagen. Het CDA verliest tien zetels. foto © Roel Rozenburg
Den Haag : 2 maart 2011 Provinciale Statenverkiezingen, uitslagenavond bij het CDA, vlnr Haersma Buma, Brinkman, Spies en Verhagen. Het CDA verliest tien zetels. foto © Roel Rozenburg

De muziek die gisteravond werd gedraaid op de partijbijeenkomsten:

’t Is een kwestie van geduld / Rustig wachten op de dag / Dat heel Holland Limburgs lult (Rowwen Hèze) – PVV

Een nipte meerderheid in de Tweede Kamer, een nipte minderheid in de Eerste Kamer. Dat lijkt de realiteit waar Mark Rutte en zijn bewindspersonen de komende jaren mee te maken krijgen. Laveren en balanceren dus, om de ongekende bezuinigingsopdracht die het kabinet zichzelf heeft gesteld te halen. En om de harde doelstelling in het immigratiebeleid te halen. Mark Rutte zal er niet voor terugschrikken. Dat hij op zoek moest naar wisselende meerderheden, in beide parlementen, wist hij voor deze verkiezingen al.

Maar de coalitiepartijen VVD, CDA en PVV hadden het natuurlijk graag anders gezien. Een duidelijke meerderheid in de Eerste Kamer zou veel kopzorgen besparen. De hoop dat die meerderheid er toch nog komt is er wel. De verhoudingen kunnen tussen nu en 23 mei, als de Eerste Kamerleden daadwerkelijk worden gekozen, nog in het voordeel van de coalitie wijzigen. Bij bijna elke conclusies die over de verkiezingsuitslag van gisteren wordt getrokken, moet daarom een disclaimer worden ingebouwd: door de ingewikkelde, getrapte verkiezing via de Statenleden kan het nog anders worden. Toch vijf conclusies op een rij.

De kiezer is consistent

Het onduidelijke signaal van de Tweede Kamerverkiezingen in juni vorig is nu herhaald. De verkiezingen voor de Provinciale Staten en de Eerste Kamer laten opnieuw zien dat Nederland electoraal gezien een versplinterd land is. De verhoudingen tussen links en rechts en tussen oppositie en coalitie bleven in grote lijnen hetzelfde. Het kabinet kreeg duidelijk niet meer steun, maar de keuze voor de bijzondere minderheidscoalitie kostte geen van de partijen zetels. Dat de PVV van Geert Wilders licht tegenviel betekent niet dat de partij haar momentum kwijt is. De partij zal last hebben gehad van de altijd lage opkomst bij Provinciale Statenverkiezingen. Dat de opkomst met 56,1 procent relatief hoog was doet daar niets aan af. Geert Wilders beklemtoonde zelf diverse keren dat zijn partij bij een hogere opkomst een stuk groter was geweest. Hij leek zelfs een beetje boos op zijn aanhang, dat niet naar zijn oproepen om te gaan stemmen was geluisterd. Zijn partij heeft zich in ieder geval nog steviger verankerd in de Nederlandse politiek. In alle provincies gaat de PVV een rol spelen. Wilders zal wel een kluif krijgen aan het leiden van zeventien fracties (provincies, Eerste en Tweede Kamer, Almere, Den Haag en Europarlement.)

Tegenvaller voor Rutte

Als het kabinet inderdaad geen meerderheid in de Eerste Kamer krijgt, is dat toch een tegenvaller voor premier Mark Rutte en Geert Wilders. Zij voerden intensief campagne, bijna meer voor het gezamenlijke belang dan voor hun eigen partij. Rutte wees met de nodige dramatiek op het belang van de meerderheid: Job Cohen zou anders alle goede maatregelen met een sneeuwschuiver vooruit duwen. En er zouden Belgische toestanden ontstaan. Het had te weinig effect.

De oppositie wil dat Rutte maar eens echt zijn hand uitsteekt, want daar ontbrak het tot nu toe aan. Nu hij geen campagnetaal meer hoeft te bezigen, zou Rutte wel eens vriendelijker kunnen worden, want de PVV biedt lang niet altijd uitkomst. Maar dan nog kan het kabinet voor een belangrijk deel afhankelijk worden van de SGP. Gaat die partij achter de schermen strenge abortuswetgeving eisen? Dat moet voor de liberalen een gruwel zijn. Gelukkig voor het kabinet stelt de SGP zich doorgaans regeringsgetrouw en weinig politiek op.

De afhankelijkheid van de oude nieuwkomer Jan Nagel met zijn ouderenpartij 50Plus zal tot weinig vreugde bij de coalitiepartijen leiden. Tacticus Nagel kan permanent schaken en zal er alles aan doen om maatregelen te blokkeren die ongunstig zijn voor ouderen. Het is niet uit te sluiten dat hij zelfs concessies eist bij de maatregelen waar al een grote meerderheid voor is. Zo wil hij de AOW-uitkering verhogen.

Het CDA blijft bloeden

Vooral voor het CDA stond gisteren veel op het spel. Voor de zo geplaagde partij had de uitslag een dubbele boodschap. Aan de ene kant is zij in de regio, waar het CDA zijn traditionele machtsbasis heeft, op veel plekken gehalveerd. Aan de andere kant is het desastreuze verlies van de Tweede Kamerverkiezingen niet verergerd. De partij is niet extra gestraft voor de, bij delen van de achterban omstreden, samenwerking met de PVV.

Is het bloeden bij het CDA gestopt? De kopstukken beklemtoonden gisteren stuk voor stuk dat ze vertrouwen hebben in de toekomst en dat het dieptepunt nu wel bereikt is. Maar duidelijk is dat de problemen groot zijn. Sinds de Tweede Kamerverkiezingen en de keuze voor de samenwerking met de PVV lijkt er weinig gebeurd te zijn om de partij in een rustiger vaarwater te brengen en de ideologie te moderniseren, zoals dat heet. Dat gaat nu veranderen. Vrijdag worden de kandidaten bekend voor het voorzitterschap van de partij. Die wordt op 2 april gekozen. De man of vrouw die dan op het schild wordt gehesen, krijgt dan de zware opdracht om de partij te revitaliseren.

Maar of het rustig blijft, valt te bezien. Kritisch Kamerlid Ad Koppejan zette gisteravond al een scherpe analyse op zijn website. Hij vindt dat veel te weinig geluisterd is naar partijgenoten die tegen de samenwerking met de PVV waren. Honderden CDA’ers verloren de afgelopen maanden al hun baan, en op provinciehuizen zal nog een slachting volgen.

Het CDA kan nauwelijks nog een bestuurderspartij worden genoemd. De partij wil nu geen politiek leider aanwijzen. Dat gebeurt pas als er een lijsttrekker voor de volgende Tweede Kamerverkiezingen wordt aangewezen. Maar een leiderschapstrijd achter de schermen ligt in het verschiet.

De oppositie zit goed

D66 deed het voor de vierde verkiezingen op rij goed, dus die partij denkt met Alexander Pechtold nog wel even vooruit te kunnen. Datzelfde geldt bij de SP voor Emile Roemer. Roemer kreeg opnieuw veel complimenten voor zijn heldere manier van campagnevoeren en zijn scherpe, en soms jolige, rol in de grote tv-debatten.

GroenLinks had nauwelijks last van een verwacht negatief Kunduz-effect. Er liepen niet veel GroenLinksers weg vanwege de omstreden steun aan de politiemissie in de Afghaanse provincie Kunduz. Ten opzichte van de verkiezingen in juni vorig jaar was er wel een licht verlies, maar GroenLinks krijgt waarschijnlijk een zetel extra in de Eerste Kamer. De leiderschapswissel Femke Halsema-Jolande Sap pakte dus goed uit.

Voor de PvdA is het verhaal iets ingewikkelder. De partij zag de VVD uitlopen als grootste partij. Ze leed een fiks verlies ten opzichte van juni. Toch heerst er tevredenheid. Job Cohen kwam deze campagne al veel beter uit de verf dan vorig jaar en binnen de partij is het relatief rustig. Cohen krijgt nu de tijd de positie van oppositieleider uit te bouwen of, wellicht, om uit te kijken naar een geschikte opvolger.

De senaat wordt belangrijker

Senatoren stelden de laatste maanden al genoegzaam vast dat de Eerste Kamer zelfbewuster is geworden. De tijd dat de senaat „de Jellinek-kliniek voor aan lager wal geraakte politiek verslaafden” was (citaat Jacob Kohnstamm, D66) is wel even voorbij, zeker zolang dit minderheidskabinet er zit. Met de komst van PVV-senatoren en meer geprofileerde fractieleiders is menig interessant debat te verwachten.