Japanse economie snakt naar dynamiek

Vergrijzing, futloze groei en afnemende concurrentiekracht – als Japan niets doet, zakt het land steeds verder weg, betoogt Michiyo Nakamoto.

An elderly woman exercises with wooden dumbbells during a health promotion event to mark Japan's "Respect for the Aged Day" at a temple in Tokyo September 15, 2008. REUTERS/Toru Hanai (JAPAN)
An elderly woman exercises with wooden dumbbells during a health promotion event to mark Japan's "Respect for the Aged Day" at a temple in Tokyo September 15, 2008. REUTERS/Toru Hanai (JAPAN) REUTERS

In het Ogikubo-kantoor van HP in het westen van Tokio wijst Naoyuki Shimizu trots op een rij pc’s, waarop de aanduiding ‘Made in Tokyo’ prijkt. De stickers geven blijk van het vertrouwen dat het Amerikaanse computerconcern stelt in zijn ter plekke gemaakte pc’s. Zij hebben hun waarde bewezen als middel om gebruikers te overtuigen van de hoge kwaliteit van het product.

„Het heeft een zekere impact” als statussymbool, legt directeur Shimizu van HP uit. In weerwil van de veelgehoorde bewering dat het niet loont om in Japan te produceren, maakt HP bijna alle desktop-pc’s en werkstations die in Japan worden verkocht in zijn fabriek in Akishima aan de rand van Tokio.

Het vermogen van HP om in Japan op een winstgevende manier pc’s te produceren is een zeldzaam voorbeeld van succes in een tijd dat de buitenlandse investeringen en beleggingen in het land nog steeds zwak zijn. Met een futloze groei en een door de vergrijzing krimpende markt is de vitaliteit van Japan, ooit omschreven als een ‘economisch beest’, op z’n retour.

Het Japanse aandeel in het wereldproductie is gedaald van 14,3 procent in 1990 naar 8,9 procent in 2008, aldus gegevens uit de World Economic Outlook van het Internationale Monetaire Fonds. Tussen 2000 en 2008 duikelde Japan van de derde naar de 23e plaats op de IMF-rangschikking van landen naar hun bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking. Gemeten naar internationale concurrentiekracht kelderde Japan van de eerste plek in 1990 naar de 27e plek vorig jaar, aldus het IMD World Competitiveness Yearbook.

De afnemende aantrekkelijkheid van Japan (127 miljoen inwoners) als land om te investeren, drijft zelfs ‘eigen’ bedrijven naar het buitenland. In een enquête van het ministerie van Economie, Handel en Industrie antwoordde ruim de helft van de respondenten dat ze overwegen een deel van of al hun fabrieken naar het buitenland te verhuizen.

Nissan heeft bijvoorbeeld de productie van zijn March-serie van middelgrote auto’s naar Thailand verplaatst, terwijl Sunstar, een producent van gezondheidszorgproducten, zijn hoofdkantoor naar Zwitserland heeft verkast.

Deze toestand heeft Japan ertoe gebracht in actie te komen. De door de Democratische Partij geleide regering voert campagne om meer buitenlandse investeringen aan te trekken, als onderdeel van haar groeistrategie. Vorig jaar verlaagde de regering het tarief van de ondernemingsbelasting voor buitenlandse bedrijven voor vijf jaar, op voorwaarde dat ze regionale hoofdkantoren of onderzoekscentra in Japan vestigen.

Deze strategie, in combinatie met een algemene verlaging van de ondernemingsbelasting, zal het tarief voor de betreffende bedrijven terugbrengen van de huidige 40 procent naar 28,5 procent.

De regering-Kan is ook druk bezig het idee aan de man te brengen dat Japan, ondanks de eigen trage groei, een aantrekkelijke uitvalsbasis kan zijn buitenlandse ondernemingen die in de Aziatische markt op willen.

De regering legt daarin de nadruk op de geavanceerde infrastructuur, culturele en gastronomische pluspunten en algehele veiligheid. „Azië wordt een steunpilaar van de wereldeconomie en Japan moet een belangrijke speler op die markt worden”, zegt Shozo Azuma, onderminister voor Financiële Diensten.

Tot voor kort moedigde de overheid bedrijven aan om in Japan te investeren met als argument dat het om een grote markt gaat. Japan nam lang meer dan de helft van de Aziatische productie voor zijn rekening. Maar tegenwoordig is dat nog maar eenderde, zegt Tadayuki Nagashima, directeur-generaal van het departement voor investeringen van de Japanse organisatie voor buitenlandse handel Jetro.

Hoewel „het niet langer volstaat te zeggen dat Japan op zichzelf een goede plek is om te investeren, kan Japan wél een basis zijn voor Aziatische groei”, aldus Nagashima.

Bovendien heeft Japan, ook al is het land door China ingehaald als de op één na grootste economie ter wereld, nog steeds veel dat in zijn voordeel spreekt, zegt Azuma. Veel Japanse bedrijven zijn over de hele wereld actief en Japan heeft na de VS het op één na hoogste aantal bedrijven in de Global 2000-ranglijst van Forbes Magazine. „In de echte economie is Japan nog steeds heel erg sterk.”

Japanse bedrijven hebben veel expertise in geavanceerde sectoren, zoals digitale technologie, zonne-energie en andere groene bedrijfstakken. Het land staat, blijkens cijfers van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, op de eerste plaats als het gaat om de uitgaven aan wetenschappelijk onderzoek, zowel qua percentage van het bbp, als wat betreft het aantal onderzoekers per duizend inwoners.

„Als de toekomst digitaal en ecologisch is, heeft Japan een geweldige uitgangspositie om te kunnen groeien”, zegt Stephen Bird, topman van Citi Asia Pacific. Veel Aziatische bedrijven onderkennen dat Japan voor hen geschikte technologieën in huis heeft en streven naar samenwerking of directe investeringen.

„Bedrijven zeggen dat ze, als het om de groei gaat, wel naar China zullen gaan”, zegt Masaru Nishiura, onderdirecteur voor handel en investeringen van het ministerie van Economische Zaken. Maar Japanse ondernemingen zijn deskundig op geavanceerde terreinen als zonnecellen, elektrische auto's en koolstofarme producten.

Japan is tevens trendsetter in bepaalde sectoren, uiteenlopend van de mode tot digitale producten. „Om in Azië te kunnen verkopen, moet je eerst in Japan zijn geaccepteerd”, zegt Nagashima van Jetro. „Als je op deze markt succes kunt boeken, kun je in de hele wereld succesvol zijn”, aldus Darren Buckley, topman van Citi in Japan.

Citigroup heeft gemerkt hoe nuttig het land als proeflaboratorium kan zijn, toen het bankconcern er zijn eerste ‘slimme’ filialen opende, met de allernieuwste hightech-voorzieningen en een mediacentrum, waar klanten terecht kunnen voor nieuws en financiële informatie. Het aantal nieuwe rekeninghouders bij zijn ‘slimme’ filialen was tweemaal zo hoog als gebruikelijk, zodat Citi het model ook naar andere delen van de wereld is gaan exporteren.

Veel bedrijven die trouw zijn gebleven aan Japan zeggen dat het lonend kan zijn. En buitenlandse beleggers, die de afgelopen jaren zijn teleurgesteld door het gebrek aan kansen en de slechte prestaties van de beurs in Tokio, zeggen dat de diepte en breedte van Japanse markt betekenen dat het land een aantrekkelijke plek voor hun kapitaal blijft.

Alan Miyasaki, topman van bedrijvenopkoper Blackstone in Japan, zegt: „Tokio is een van de grootste steden ter wereld. Japan is de op twee na grootste economie ter wereld, met een grote vraag naar vastgoed. We zijn in een fase beland waarin de vastgoedmarkten zich stabiliseren en beginnen te herstellen. Als je al deze factorenen combineert, vertegenwoordigt Japan een zeer interessante beleggingsmogelijkheid.”

Maar ondanks alle positieve argumenten blijven er veel obstakels die buitenlandse investeringen en beleggingen ontmoedigen. Sporadische oefeningen in deregulering hebben de kritiek niet kunnen wegnemen, dat de wildgroei aan regels de groei blijft smoren, vooral op nieuwe terreinen.

„Japan heeft een enorm potentieel op de markt voor ouderen, maar het duurt te lang om vergunningen te krijgen en het prijsbeleid van de regering verandert te plotseling, zodat bedrijven geen langetermijnplannen kunnen maken”, zegt Nishiura van het ministerie van Economische Zaken.

Als Japan zijn dynamiek wil terugkrijgen, moet het moeilijke beslissingen nemen op het gebied van de hervorming van de belastingen en de sociale zekerheid, en zich meer openstellen, aldus Masamitsu Sakurai, voorzitter van de Vereniging van Topmanagers. „Als we dat niet doen, zullen we achterop raken en kan Japan zelfs instorten”, zegt hij.

Met een vergrijzende bevolking – in 2030 zal volgens regeringsprognoses eenderde van de bevolking ouder van 64 jaar zijn – en een zwakker wordende mondiale concurrentiekracht heeft Japan de tijd niet meer om die lastige besluiten nog langer voor zich uit te schuiven, waarschuwt Sakurai. „Dit moet het jaar van de beslissingen worden”, zegt hij.

De auteur is correspondent van de Financial Times in Japan.

© Financial Times

Vertaling: Menno Grootveld