IJdele Pygmalion wat slordig

Concert: Les arts florissants o.l.v. William Christie. Rameau: Anacréon en Pygmalion. Gehoord: 2/3 De Doelen, Rotterdam. ***

Drank maakt meer kapot dan je lief is, dat wisten ze ook in de achttiende eeuw al. In Rameau’s operaatje Anacréon uit 1757 ontvoeren priesteres en nimfen van wijngod Bacchus het liefje van de hoofdpersoon. Zuipen of liefhebben, maar niet allebei. Uiteindelijk komt alles goed, en zingt men: „Bacchus verbiedt ons niet om lief te hebben, en van Amor mogen we drinken!”

Wel jammer dat het vooraanstaande Franse ensemble Les Arts Florissants Anacréon iets te veel behandelde als voorafje bij het na de pauze uitgevoerde Pygmalion. Dat lag niet aan de door dirigent Christie met smaak aangebrachte globale contrasten en de beheerste, voorname toon van de uitvoering als geheel, maar aan de iets te talrijke slordigheidjes bij koor en instrumentalisten.

Dat concentratiegebrek was afwezig in Pygmalion (1748), een al even lichtzinnig werk naar Ovidius’ verhaal over een beeldhouwer die met zijn eigen kunstwerk trouwt, nadat Venus het tot leven heeft gewekt. In de vele instrumentale dansen speelden de musici op hun best: licht, transparant en opgewekt.

Ook de stembezetting klonk in Pygmalion beter. De Franse bas Alain Buet bleef als Anacréon weliswaar charmant maar stijfjes. De Brit Ed Lyon was als Pygmalion wat ijdeler, maar maakte wel echt iets van zijn rol. Spatzuiver en expressief raak deed hij met gemak vergeten dat Rameau’s zanglijnen soms wat instrumentaal aandoen. De Frans-Marokkaanse sopraan Hanna Bayodi-Hirt (eerst Amor, daarna standbeeld) forceerde zich in Anacréon hier en daar, en vond pas naast Lyon in Pygmalion een ronder timbre en meer beheersing, waardoor ze alsnog glorieerde.