Holocaustslachtoffer geeft trauma niet door aan kind

Mensen die in hun kindertijd iets heel traumatisch meemaken, dragen de gevolgen daarvan doorgaans niet over op de volgende generatie. Dat stelt de Israëlische psycholoog Ayala Fridman, die gisteren promoveerde aan de Universiteit Leiden. Ze onderzocht, in Israël, Holocaustoverlevenden (mensen die in elk geval beide ouders hadden verloren) en hun kinderen. Die vergeleek ze met Joodse families die de Holocaust op tijd waren ontvlucht. Ze vond tussen de twee groepen in de eerste generatie duidelijke verschillen in (reacties op) stress, zelfs zestig jaar na dato. In de tweede generatie waren die verschillen er niet.

„Psychologen gaan er vaak van uit dat zo’n trauma wél in de volgende generatie doorwerkt”, vertelt Rien van IJzendoorn, hoogleraar gezinspedagogiek aan de Universiteit Leiden. Hij begeleidde Fridmans onderzoek, samen met hoogleraren Avi Sagi-Schwartz (zoon van een Holocaustoverlevende) en Marian Bakermans-Kranenburg. „Dat klinkt logisch, en er zijn ook verschillende studies die daarop wijzen. Maar die zijn doorgaans gebaseerd op een selectieve steekproef.” Proefpersonen voor zulke studies, vertelt IJzendoorn, worden vaak gezocht bij steungroepen voor Holocaustslachtoffers of in de psychologische praktijk. Maar dat zijn geen ‘gemiddelde’ overlevers.

Het Leids-Israëlische team werkte met een willekeurige steekproef uit het Israëlische bevolkingsregister. Aan het deelonderzoek van Fridman deden uiteindelijk ruim tweehonderd vrouwen mee. De onderzoekers keken vooral naar niveaus van het stresshormoon cortisol. Bij Holocaustoverlevenden waren die gemiddeld gedurende de hele dag hoger dan bij leeftijdsgenoten die de Holocaust niet hadden meegemaakt. Ook steeg hun cortisolniveau sterk vlak voordat ze een stressvolle taak moesten uitvoeren, wat bij de controlegroep niet het geval was. Bij hun kinderen vonden de onderzoekers die verschillen niet.

Van IJzendoorn benadrukt dat dit om gemiddelden gaat – er zijn natuurlijk altijd individuele gevallen waarin kinderen wel aantoonbaar te lijden hebben onder het verleden van hun ouders. „Maar over het geheel is dat niet het geval. En dat stemt hoopvol.”