Het sluipende gevaar van slaap

Mensen hebben het zelf niet altijd door als ze zo moe worden dat ze hun werk niet meer goed doen. Dat kan gevaarlijk zijn. Slaapmanagement moet uitkomst bieden.

Er is een iPhone-app die vertelt wanneer je gevaarlijk slaperig wordt. Op basis van de tijd van de dag, je werkschema en hoeveel je geslapen hebt, laat hij genadeloos zien hoe je werkprestaties zullen afnemen, de komende uren. En dan beslist de baas of je een dutje moet doen. Zo zien ploegendiensten er binnenkort uit, denkt Hans van Dongen, hoogleraar bij het Sleep and Performance Research Center van de Washington State University Spokane. Hij is deze maand te gast bij de Universiteit van Amsterdam.

„Er is een kentering gaande”, zegt hij. „Veel werknemers denken nog dat slaperigheid erbij hoort als je piloot, arts of politieagent bent. Sinds kort lukt het om slaperigheid goed te voorspellen en mensen op tijd van de werkvloer te halen. Sterker nog: we kunnen diensten zo organiseren dat het werk minder vermoeiend wordt, mensen minder fouten maken en er tóch geen extra personeel aangenomen hoeft te worden.”

Onze hersenen hebben twee slaapmechanismen. Aan de ene kant oefent een hersengebiedje, de suprachiasmatische nucleus, druk op de hersenen uit om wakker te blijven. Deze ‘wakkerdruk’ is overdag sterk en ’s nachts zwak. Aan de andere kant is er een veel minder goed begrepen proces dat juist ‘slaapdruk’ uitoefent op de hersenen. Gedurende de tijd dat je wakker bent, bouw je slaapdruk op. Ook chronisch slaaptekort geeft slaapdruk. Van Dongen: „We denken dat groepjes hersencellen zonder brandstof komen te zitten en in een op slaap lijkende toestand raken. Dat gebeurt overal in de hersenen, op onvoorspelbare tijden en plekken. Hoe meer groepjes hersencellen slapen, hoe groter de slaapdruk. Tijdens een dutje neemt de slaapdruk weer snel af.”

Sinds een paar jaar is er een rekenmodel dat iemands slaapgedrag in de afgelopen dagen tot weken meeneemt, plus zijn werkschema van de komende dagen, en daarmee iemands cognitieve prestaties voorspelt. Van Dongen: „In Amerika begint de transport- en luchtvaartindustrie ermee te rekenen, op kleine schaal. In Nederland is het vrij onbekend.”

Slaperige mensen hebben een lagere reactiesnelheid, een slechter geheugen en kunnen minder goed beslissen en oplossingen vinden in complexe situaties. Van Dongen: „Zulke vaardigheden verslechteren niet geleidelijk met het toenemen van de slaperigheid, maar het prestatieniveau wordt variabel en onbetrouwbaar. Na 36 uur waken is de reactiesnelheid van proefpersonen meestal normaal. Maar op enkele, onvoorspelbare momenten is hij ernstig vertraagd. We denken dat dit komt door de genoemde groepjes hersencellen die op willekeurige momenten in slaap vallen.”

Veel werknemers realiseren zich niet dat hun hersenen zulke terugvallen hebben, zegt Van Dongen. „Immers: met de meeste fouten kom je weg. Het gaat pas mis als je een terugval hebt op een moment dat het er écht toe doet. Het is een kansspel. Toch geloven veel piloten, artsen en politieagenten dat ze hebben leren presteren ondanks slaaptekort.” Die agenten spelen een scenario uit in Van Dongens slaaplab, in een simulator met laserrevolver. „Uit voorlopige resultaten blijkt dat ze meteen na een nachtdienst minder goede beslissingen nemen. Het scenario escaleert dan vaker tot een schietpartij dan wanneer ze net drie dagen rust hebben gehad. de agenten wijten dat niet aan slaperigheid.”

Het Amerikaanse leger, vertelt Van Dongen, managet slaap al, net als voedsel of tanks. „Met een fatigue risk management system. Er zijn bataljons waar ze met actometers meten hoeveel soldaten ongeveer slapen. Mariniers gebruiken zo’n systeem om de meest alerte man of vrouw te vinden voor een cruciale taak. Zoiets zou ook kunnen voor bijvoorbeeld IC-verpleegkundigen: de baas bepaalt of je een belangrijke taak krijgt of eerst moet rusten. De iPhone-app die ik net noemde, wordt nu ontwikkeld voor vliegtuigreparateurs.”

Waarom kunnen werknemers niet zelf uitvogelen wanneer ze naar bed moeten? Van Dongen: „Dutjes zijn contra-intuïtief. Zo blijkt een middagdutje vóór je de nachtdienst ingaat, effectiever dan een dutje tijdens de nachtdienst. En een hele dag slapen is minder waard dan een hele nacht slapen. Bovendien hebben we aangetoond dat mensen bij chronisch slaaptekort hun prestaties systematisch overschatten.” Sommige mensen zijn wel minder gevoelig voor slaapgebrek dan anderen. „Vreemd genoeg weten die dat zelf niet. We hebben mensen die meetbaar gevoelig of juist tolerant zijn voor slaaptekort gevraagd hoe goed ze zichzelf vonden presteren. We zagen geen verschil. Een simpele test om slaaptekort-tolerante mensen eruit te pikken, is er niet.”