Grillige dag voor politiek bendelid

Omdat ik mijn leven deel met een lid van een ‘politieke bende’, zoals Wilders de PvdA sinds kort noemt, werd het weer een verkiezingsdag van uitersten.

We begonnen er vrij luchthartig aan. We hadden op verschillende tijdstippen gestemd en konden elkaar dan ook na afloop vragen: „Hoe heb jij gestemd?”

„Den Uyl”, zei ik droogjes. „Eindelijk kon ik weer eens Den Uyl stemmen.”

„Da’s sterk”, zei het bendelid, „ik ook!”

Dit moet ik even uitleggen aan lezers die buiten Noord-Holland wonen: Xander den Uyl, zoon van Joop, stond vierde op de lijst van de PvdA voor Noord-Holland. Hij was de enige op die lijst van wie ik een bepaald beeld had: fatsoenlijke, competente man. Dat hij kandidaat was, wist ik niet toen ik het stemhokje binnenging.

Ik was nog bezig mijn afgestompte middeleeuwse potlood bij te slijpen toen mijn oog op zijn naam viel. Het was alsof Joop zelf me vanuit de wolken met die ietwat dichtgeknepen ogen boven zijn sigaar toemonkelde: „Doe dat maar.”

Ook verder verliep deze verkiezingsdag een poos lang best aangenaam. Het prettigst was vooral dat er voor beide kampen – we mogen die gelukkig weer gewoon ‘links’ en ‘rechts’ noemen – weinig reden was voor triomfalisme.

Daar kan ik slecht tegen als ik een hele avond moet kijken: uitbundige mensen die elkaar voortdurend om de hals vallen, vooral als de tv-camera’s aanstaan. Pechtold en zijn mensen hadden daar gisteren nog de meeste behoefte aan; als Alexander blij is, gaat hij er altijd een beetje uitzien als Flipje van Tiel, wat trouwens inderdaad niet zo ver van Wageningen ligt.

Ook Wilders deed uiteraard zijn triomfantelijke best, maar je kon aan alles merken dat de sfeer in Echt gedrukt was. Ze werden nogal in de steek gelaten door de mensen die vorig jaar op hen hadden gestemd. En dat terwijl ze een intensieve campagne hadden gevoerd met maximale aandacht van de media – wat dat betreft zijn de dagen van Fortuyn helemaal terug. Ook de lezers van De Telegraaf waren ’s morgens nog gewaarschuwd met de opening van de voorpagina: „Links ruikt zege.”

Een snee dus in de feestneus van Wilders, maar bij het CDA zouden ze graag voor zo’n snee hebben getekend. Ze werden gehalveerd, maar Verhagen noemde het „een basis voor herstel van vertrouwen”. Als ze compleet waren weggevaagd, had hij gezegd: „We kunnen nu weer met een schone lei beginnen.”

Mijn bendelid begon zich ook al iets te rijk te rekenen, toen de coalitie op 35 zetels leek te stranden. Zij was vooral „blij voor Job” dat de PvdA redelijk stabiel bleef. „Het is hem gegund. Als je ziet hoe er op hem geloerd wordt, hoe elke onbelangrijke verspreking en polonaisedansje dagenlang tot enorme proporties vergroot wordt, dan vind ik dat hij zich goed heeft gehandhaafd. Hij is rustig gebleven, heeft zich niet uit het veld laten slaan.”

Toen moest de nacht nog aanbreken. Het bendelid ging naar bed, ik bleef nog even wachten op Mark Rutte, qua presentatie de beste handelsreiziger van de Nederlandse politiek: vlotte babbel, weinig inhoud. Hij riep dat het „misschien toch nog 38 zetels” voor de coalitie werden. Had ik zitten slapen, of Ferry Mingelen?

Ik wierp een blik op het bendelid. Het lag er verdroomd bij in haar onderwereld. Ik besloot het zo te laten en kroop huiverend onder het dekbed.