En nu heeft de oppositie weer wat te zeggen

Deze verkiezingen laten weer zien dat Nederland electoraal versplinterd is.

Over de provincies hoor je niemand, het gaat hier om de toekomst van kabinet-Rutte.

Den Haag : 2 maart 2011 CDA-aanvoerder en vice-premier Verhagen, fractievoorzitter Van Haersma Buma, Spies en Brinkman foto Roel Rozenburg
Den Haag : 2 maart 2011 CDA-aanvoerder en vice-premier Verhagen, fractievoorzitter Van Haersma Buma, Spies en Brinkman foto Roel Rozenburg

De kiezer heeft het kabinet-Rutte voor een moeilijke opgave geplaatst. De coalitiepartijen VVD, CDA en PVV krijgen, zeer waarschijnlijk, geen meerderheid in de Eerste Kamer. Daardoor zal de coalitie moeten laveren en onderhandelen met kleine partijen om de ongekende bezuinigingsopdracht die het zichzelf heeft gesteld te halen. Nog moeilijker lijkt het om de harde doelstellingen van het immigratie- en asielbeleid te halen.

De verkiezingen voor de Provinciale Staten en de Eerste Kamer laten opnieuw zien dat Nederland electoraal gezien een versplinterd land is. De minimale meerderheid die VVD, CDA en PVV bij de Tweede Kamerverkiezingen op 9 juni haalden, werd niet geconsolideerd, de intensieve campagne van VVD-premier Rutte en het charmeoffensief van PVV-leider Wilders ten spijt. De PVV deed het goed – de partij komt vanaf nul met mogelijk 9 zetels in de Senaat. Dat is niet eerder gebeurd. Toch was er op de verkiezingsavond in Echt in Limburg geen echte juichstemming. De partij maakte tot nu toe bij elke verkiezing een reuzensprong. De winst van de PVV valt tegen, zo werd in het coalitieblok vastgesteld.

Dat het momentum voor de PVV hiermee voorbij is, zou een te voorbarige conclusie zijn. De partij zal last hebben gehad van de altijd lage opkomst bij Provinciale Statenverkiezingen. Die opkomst was sinds 1987 overigens niet zo hoog (circa 54 procent). De duidelijke machtsvraag en felle campagne zorgden hiervoor.

Hoeveel zetels de coalitie in de Eerste Kamer krijgt was gisteren tegen elf uur nog hoogst onzeker. Door de ingewikkelde, getrapte verkiezing via de Statenleden die in de provincies zijn gekozen kunnen er nog verrassingen komen. Wel leek vrij zeker dat een meerderheid niet gehaald wordt. De coalitie is daarmee als eerste afhankelijk van de SGP, de doorgaans regeringsgetrouwe confessionele partij. Een oude nieuwkomer in de politiek, Jan Nagel van 50Plus (voorheen Leefbaar Nederland en PvdA), verwerft zich een bijzondere positie. Met mogelijk twee zetels kan hij een grote stempel op het kabinetsbeleid drukken. Tactivus Jan Nagel kan permanent schaken en zal er alles aan doen om maatregelen te blokkeren die ongunstig zijn voor ouderen. Niet uit te sluiten is dat hij zelfs concessies eist van het kabinet bij de maatregelen waarvoor al een grote meerderheid voor is. Zo zou hij kunnen proberen de verhoging van de AOW-leeftijd uit te stellen.

Naast de toekomst van de coalitie stond er voor één partij veel op het spel. Voor het zo geplaagde CDA had de uitslag een dubbele boodschap. Aan de ene kant is de partij in de regio, waar het haar traditionele machtsbasis heeft, op veel plekken gehalveerd, aan de andere kant is het desastreuze verlies van de Tweede Kamerverkiezingen niet verergerd. De partij is niet extra gestraft voor de bij delen van de achterban zo omstreden samenwerking met de PVV.

Is het bloeden bij het CDA gestopt? CDA-prominenten wisten het gisteravond nog niet. Vicepremier Verhagen was voorzichtig hoopvol: „Dit geeft een basis om te gaan werken aan vertrouwen.” Staatssecretaris Ben Knapen was minder omfloerst: „Dit is een fikse nederlaag. Daar moet je verder niet ingewikkeld over doen.”

Komt de partij nu tot rust? Of wordt het CDA de instabiele factor van de coalitie? Dat zijn de belangrijke vragen voor de komende tijd. Eerste Kamerlijsttrekker Elco Brinkman zei daags voor de verkiezingen dat het CDA binnen de coalitie wel eens als een muis door een olifant vertrapt kon worden. Psychologisch voordeel van de uitslag is, in tegenstelling tot 9 juni vorig jaar, dat de christen-democraten boven de PVV uitkwamen. Derde partij van het land klinkt hoopvoller dan de vierde.

Het uitblijven van een meerderheid in de senaat is een pijnlijke, eerste nederlaag voor premier Rutte. Zijn VVD liep als grootste partij wel iets uit op PvdA, maar daar heeft Rutte niet veel aan. De bonus die premiers vaak bij verkiezingen incasseren is uitgebleven. Hij wees op een noodzaak van een meerderheid. Dat deed hij met de nodige dramatiek: Job Cohen zou anders alle goede maatregelen met een sneeuwschuiver vooruit duwen. Het had geen effect. Rutte zal nu grotere moeite hebben om zijn kabinet tot een succes te maken. In de senaat moet hij voor elke belangrijke maatregel uit het regeerakkoord met zijn pet in de hand rond. Daarna moet hij maar zien of dan de premiersbonus binnenhaalt.

Aan de oppositiekant was er vooral vreugde bij D66 en GroenLinks. D66 kon de vierde verkiezingsoverwinning op rij bijschrijven. GroenLinks had nauwelijks last van een Kunduz-effect. Er liepen niet veel GroenLinksers weg vanwege de omstreden steun aan de politiemissie in de Afghaanse provincie Kunduz. De leiderschapswissel Femke Halsema-Jolande Sap pakte goed uit. De PvdA was er ondanks een lichte teruggang ten opzichte van vorig jaar wel tevredenheid. De partij is nog lang niet terug waar het wil zijn, maar Job Cohen kan meeliften op het succes van de oppositie als geheel. De partij is relatief rustig en Cohen kan bouwen aan zijn rol van oppositieleider of uitkijken naar een opvolger.

Bij de Kamerverkiezingen was de conclusie dat de kiezer een onduidelijk signaal afgegeven. De kiezer bleef consistent: het signaal van gisteren is even onduidelijk. De politici mogen daar een eigen invulling aan geven.