...en kijkt ook naar Top Gear

Autofabrikanten komen China alleen in als ze nauw samenwerken met Chinese bedrijven en de overheid.

Met als bonus toegang tot bestuurders en kapitaal.

Het was slechts een kwestie van tijd voordat Top Gear, het populairste tv-programma van de BBC, ook in autogek China op de televisie zou verschijnen. Satire ontbreekt ten enenmale in de uitdijende Chinese automedia.

De eerste afleveringen van Zui Gaodang (Topkwaliteit) liggen gereed voor uitzending aan het begin van een nieuw seizoen vol met primeurs van modellen, spectaculaire groeicijfers en een aantal kolossale autoshows, waarbij het evenement in Genève zal verbleken.

Top Gear met Chinese karakteristieken ziet er beslist anders uit dan de originele Britse versie. De populaire Pekingse komiek Cao Yunjin vervangt Richard Hammond, Jeremy Clarkson en James May. De vrolijke Cao weet dat hij de humor van het Britse drietal niet kan evenaren, sterker, hij mag het niet eens proberen.

Grappen zoals over bijvoorbeeld een Mexicaanse sportauto die door Clarkson werd weggezet als „luie, vadsige besnorde lummel” komen niet door de censuur, weet Cao. Mexico is namelijk een bevriend land. Een Italiaanse Maserati van een flatgebouw naar beneden gooien om te onderzoeken of het chassis dat aankan en onderwijl grappen maken over de seksuele stamina van Berlusconi, het is uit den boze op de Chinese staatstelevisie, CCTV genaamd.

„In China kan niemand om de overheid heen, tv-makers en autofabrikanten al helemaal niet”, lacht Jenny Gu van J.D. Powers and Associates, een in de mondiale auto-industrie gespecialiseerd onderzoeksbureau. Wat voor Top Gear geldt, geldt ook voor GM, BMW, Daimler en Toyota, zij moeten nauw samenwerken met de overheid. Alle internationale autofabrikanten zijn verplicht joint ventures te sluiten met Chinese bedrijven, doorgaans ingrijpend gereorganiseerde en gemoderniseerde staatsbedrijven.

De twee grootste zijn SAIC/General Motors en FAW/Volkswagen. Het meest recente voorbeeld dateert van maandag toen de joint ventures van Daimler met de Zuid-Chinese batterijen- en automaker BYD (Built Your Dream) bekend werd gemaakt.

„De Chinese automarkt is een uitermate gecompliceerd spinnenweb met hoofdkantoren in de politieke en economische machtscentra, Peking en Shanghai, en productie- en logistieke faciliteiten verspreid over het hele land”, aldus Gu.

BMW bijvoorbeeld maakt luxe sedans in het noordoostelijke Shenyang, Audi in Changcun, Mercedes in Peking, Ford in Chongqing, GM en VW in Shanghai. De Japanners (Honda, Nissan en Toyota) zitten vooral in het zuidelijke Guangzhou en de Koreanen (Kia, Hyundai) in Centraal-China. „Door middel van de verplichte joint ventures hebben buitenlandse automakers ook sneller en beter toegang tot Chinees kapitaal, dealernetwerken en de politieke bestuurders”, zegt Gu.

Bestuurders beconcurreren elkaar in de jacht op hogere groeicijfers. Automakers kunnen net als de IT-industrie rekenen op fiscaal gunstige voorwaarden, uitstekende locaties en infrastructuur van wereldklasse.

De vervlechting tussen de politiek en de industrie gaat soms zó ver, dat directieleden van autobedrijven overstappen naar hoge overheidsfuncties en omgekeerd. Volkswagen China wordt geleid door een voormalige vicegouverneur en twee jaar geleden werd een lid van de raad van bestuur partijsecretaris in de provincie Jilin.

Het ingewikkelde spel met de overheid – met als inzet de vergunningen om in China te kunnen verkopen, produceren en samenwerken – verklaart waarom Amerikaanse, Duitse, Japanse en Koreaanse CEO’s meer tijd doorbrengen in China. Relaties smeden en onderhouden op het hoogste niveau is cruciaal om in het Land van het Midden succesvol te zijn.

Volgens Gu beschouwen de internationale automakers China niet alleen als de interessantste en snelst groeiende automarkt (gemiddeld 11 procent in 2011) ter wereld, maar zijn ze ook van plan om vanuit China auto’s te exporteren naar het Midden-Oosten, de VS en Europa. Dat gebeurt nu nog op zeer bescheiden schaal omdat het label ‘Made in China’ in het Westen wordt gewantrouwd.

Het Franse PSA Peugeot Citroen/Donfeng Motor Groep (met de C-5) en Honda (met de Civic) zijn daar op bescheiden schaal al mee begonnen. „Met name de kleinere en goedkopere modellen van de topmerken zullen hier gemaakt gaan worden om weer te worden geëxporteerd naar de VS en Europa”, voorspelt Gu.

Voor het Britse tv-programma Top Gear is deze nieuwe ontwikkeling een mer à boire van grappen en bizarre stunts. Hoe Cao Yunjin van de Chinese versie Topkwaliteit daarop zal inspelen, kunnen de Chinese tv-kijkers vanaf medio april zien.